• Archief
FEHAC meet emissiewaarden van klassiekers

FEHAC meet emissiewaarden van klassiekers

Een tijdje geleden berichten we er al over, de FEHAC heeft de handschoen opgenomen in de discussie rondom de schade die onze oldtimers, klassiekers en youngtimers aan het milieu toebrengen. De FEHAC heeft in ir. Rudolf Rijkeboer een deskundige gevonden die de luchtvervuiling door klassieke voertuigen in de juiste context kan zetten. Rudolf Rijkeboer is emissie-expert en was tot zijn pensionering werkzaam bij TNO. Hij heeft aan de basis gestaan van veel onderzoek in Nederland naar uitlaatemissies van motorvoertuigen. Voor de FEHAC heeft hij het rekenmodel AMOEBE gemaakt waarmee het aandeel van de vervuiling door klassiekers wordt berekend ten opzichte van het overige wegverkeer. De leden van FEHAC kregen in de ledenvergadering van november 2008 hierover een presentatie. Eén van de problemen is dat er geen emissiegegevens bekend zijn van oldtimers. Pas sinds de oliecrisis van 1974 is er echt oog voor het milieu en wordt het verbruik en de emissie van motorvoertuigen gemeten. Sinds 1992 zijn er EU-normen waaraan de uitlaatemissie van nieuwe voertuigen moet voldoen.

Om het rekenmodel AMOEBE met actuele gegevens te voeden is op zaterdag 28 maart 2009 een FEHAC Emissiemeting Pilot georganiseerd. Het APK station Piet van den Broek in Dommelen was deze zaterdag speciaal open om een groot aantal verschillende oldtimers met benzinemotoren aan de uitlaatgastester (4 gasmeter) te onderwerpen. Voor de pilot zijn enkele clubs gevraagd om voertuigen met benzinemotor (of LPG) beschikbaar te stellen. De Old Timers Oirschot leverde een grote verscheidenheid aan prachtige voertuigen: van een kleine Fiat 500 tot grote Amerikanen zoals Dodge Charger en Ford Mustang, fraaie oldtimers zoals een Riley en Citroën Traction Avant, een eigenbouw sportwagen Burton 2CV en klassieke middenklassers van Ford, Opel en Volvo. Verder waren er Volkswagens in verschillende uitvoeringen tot en met het bekende kampeerbusje. De Stichting Bravo Compagnie kwam met ex-Nederlandse legervoertuigen waaronder een NEKAF Jeep, DAF 66YA, YA126, YA314 en YA328 en een Triumph motorfiets. DAF Club Nederland leverde DAF 33, DAF 44 en DAF 55. FEHAC-secretaris Willem Posthumus Meyjes kwam in zijn Lancia Fulvia en vice-voorzitter Tiddo Bresters liet de uitlaatgassen zijn youngtimer VW Golf mét katalysator uit 1989 meten. Er zijn 35 voertuigen gemeten, wat 38 meetwaarden opleverden (drie voertuigen zijn zowel op benzine als op LPG gemeten). De bouwjaren varieerden van 1952 tot 1989.

De voertuigen werden voor de meting niet speciaal geprepareerd: het moest reële meetwaarden opleveren en geen ideale meetwaarden. Alle voertuigen zijn onbelast met motoren op bedrijfstemperatuur gemeten bij stationair en verhoogd toerental (1500 – 2500 tpm). Gemeten is het toerental en het percentage CO, CO2, HC (koolwaterstoffen) en O2 in de uitlaatgassen. Hierdoor geven de resultaten een goed beeld van de emissiewaarden van oldtimers. Het toerental werd gemeten met een voeler om de bougiekabel, de emissie door een sonde in de uitlaat. Tijdens de metingen merkte keurmeester Piet van den Broek (van het gelijknamige APK-keuringsstation in Dommelen), op dat de meetresultaten hem meevielen. Hij had verwacht dat bij deze oldtimers veel hogere uitlaatgaswaarden gemeten zouden worden. Enkele voertuigen scoorden ook binnen de huidige normen voor nieuwe voertuigen! En dit waren niet de kleinste voertuigen. Opvallend was bij enkele metingen de grote hoeveelheid O2 in de emissie. Dit kon duiden op een meetfout of valse lucht en wordt nader onderzocht.

Voorlopig brengt de Fehac nog geen conclusies naar buiten. De resultaten worden eerst door Rudolf Rijkeboer verder uitgewerkt. Om de resultaten te kunnen vergelijken met reeds bestaande (TNO)-metingen is nog vervolgonderzoek nodig. Deze meting zal zeker nog eens plaatsvinden, met een nog grotere verscheidenheid aan voertuigen. Hopelijk leiden de resultaten tot een nuance in de afgelopen jaren onwrikbare stelling dat elke oldtimer per definitie een vervuilend voertuig is.

Bron: FEHAC

terug naar voorpagina