• Archief
Sloopbedrijven niet blij met slooppremie

Sloopbedrijven niet blij met slooppremie

Sloopbedrijven profiteren niet van de subsidieregeling voor de omruil van oude auto’s. De slooppremie kost juist omzet. Met elke auto die vervroegd wordt gesloopt, verdwijnt een potentiële klant voor gebruikte onderdelen. Ook zijn er minder auto’s beschikbaar voor de lucratieve export.

Per auto vangt de sloper slechts een kleine honderd euro, uit het fonds met verwijderingsbijdragen (60 tot 65 euro) en voor het metaal (35 euro). Dat is net genoeg om uit de kosten te komen. Maar de verkoop van gebruikte onderdelen, waarop de bedrijven veel meer verdienen, komt er door in de knel.

Slopers gespecialiseerd in auto’s ouder dan dertien jaar lopen het risico dat ze met een onverkoopbare onderdelenvoorraad blijven zitten als de slooppremie een groot succes wordt. Stiba weet niet wat dat de demontagebedrijven gaat kosten.

Omdat het ministerie van VROM en de machtige brancheorganisaties Bovag en Rai de slooppremie wilden, kon Stiba niet weigeren aan de invoering mee te werken. De brancheorganisatie heeft hard onderhandeld om te voorkomen dat de regeling voor de slopers nog ongunstiger uitpakte.

Met het verdwijnen van vele potentiële youngtimers uit het straatbeeld bestaat nu ook de kans dat de onderdelenvoorziening voor de overgebleven auto’s in toekomst onder druk komt te staan. Het is voor de branche niet meer interessant om onderdelen te bewaren omdat de afzet te gering wordt. Vele auto’s worden nu rechtstreeks tot oud ijzer verwerkt zonder dat de onderdelen nog worden bewaard.

terug naar voorpagina