• Archief
<B><EM>Oldtimerstory</B></EM> 90 jaar Citroën, van GS tot C6

Oldtimerstory 90 jaar Citroën, van GS tot C6

Het automerk Citroën bestaat 90 jaar. Met een reeks van drie Coverstory’s wil OldtimerNieuws aandacht besteden aan de geschiedenis van dit eigenzinnige automerk. Want eigenzinnigheid is toch wel de rode draad die door de hele geschiedenis van het met Citroën loopt. Het verhaal van vorige week eindigde bij Citroëns poging om aansluiting te vinden bij de duurdere automerken met de introductie van de Citroën SM. Deze week pakken we het verhaal in 1970 weer op.

De 2CV bracht Citroën succes aan de onderkant van de markt, terwijl het Citroën-gamma aan de bovenkant door de DS en ID werd ingevuld. Een echte middenklasser ontbrak echter aan het gamma. Citroën had weliswaar de luxere varianten van de 2CV op de markt gebracht, de Ami en de Dyane, maar deze kregen die niet de aansluiting in de markt voor de middenklassers die Citroën zo nodig had om financieel gezond te zijn.

Citroën GSOm het ‘gat’ in het gamma op te vullen komt Citroën in 1970 met de GS. De GS werd uitgerust met een uit de Citroën DS overgenomen hydropneumatisch veersysteem. Ook voor de remmen van de GS werd gebruik gemaakt van het hydraulische systeem. De besturing en de versnellingsbak werden echter conventioneel gehouden. Wel kwam er voor de GS een nieuwe motor, iets was de DS nooit had gekregen. Bij de introductie van de GS in 1970 was de auto voorzien van een 1015 cc metende luchtgekoelde viercilinder motor. Ondanks het lage vermogen van slechts 55 pk wist de GS door een gunstige stroomlijn toch een topsnelheid van bijna 150 kilometer per uur te bereiken. Toch moest de motor in de praktijk veel werk verzetten om de 880 kilo wegende auto goede prestatie te geven.
Het uiterlijk van de GS verraad meteen een goede stroomlijn. De CW waarde van 0,37 was in die tijd het beste cijfer in zijn klasse en lag 15% lager dan bij de DS. De stroomlijn was niet alleen bedoeld om een hoge topsnelheid te verkrijgen, maar werd ook gebruikt om de wegligging te verbeteren. De onderkant van de GS is daarom voorzien van een geringe helling, die in grote mate bijdraagt tot een betere wegvastheid. In het interieur viel het bijzondere dashboard met de digitale snelheidsmeter meteen op.

In 1972 volgende een Break variant van de GS en vanaf 1973 wordt de roep om sterke motor beantwoord met een tot 1130 cc opgeboorde motor, die weliswaar slechts enkele pk’s extra levert, maar wel een fors hoger koppel laat registeren. In de loop der jaren wordt de basismotor steeds verder doorontwikkeld en regelmatig van een grotere cilinderinhoud voorzien. Zo ontstond uiteindelijk een 65 pk sterke 1299 cc metende variant voor de topmodellen.

Citroën GS BirotorIn 1974 en 1975 bouwt Citroën een bijzondere variant van de GS, de GS Birotor. De Birotor, waarvan er 874 gebouwd worden in 1974 en 1975, is de enige in serie gemaakte Citroën die voorzien is van een wankelmotor. Citroën is dan al jaren aan het experimenteren met de wankelmotor en een kleine serie aangepaste Ami-carrosserieën is in een eerder stadium al als prototype gemaakt. Helaas haalt de oliecrisis een streep door het hele project en zet Citroën niet alleen het project stop maar haalt, zoveel als mogelijk, alle GSsen met een wankelmotor weer terug. Waarschijnlijk om garantieclaims te voorkomen want de wankelmotor was nog steeds niet goed uitontwikkelt.

Citroën CXIn 1967 had Pininfarina een ontwerp gemaakt op basis van de BMC 1800. Dit prototype was een aerodynamische hatchback met een gladde zijkant, hellende motorkap en een grote achterruit. Met dit ontwerp werd niets gedaan; maar het inspireerde Robert Opron, de Citroën chef-ontwerper, tot Project L, de beoogde opvolger van de ID/DS. Hij voegde er nog enkele zaken aan toe, zoals een holle achterruit, koplampen in een vorm die nog niemand bedacht had, halfbedekte achterwielen en de Diravi besturing zoals op de Citroën SM. De gigantische voorruit werd schoongehouden door slechts één wisser. Ook het interieur was bijzonder met op het dashboard de zogenaamde ‘lunule’ een ergonomisch handige, bijzondere verzameling van snelheidsmeter, toerenteller, clignoteur, e.d. De snelheid werd weergegeven door cijfers die voor een venster liepen. Uiteraard was de CX net als zijn voorganger DS voorzien van Citroëns hydropneumatische veersysteem. Het systeem met de veerbollen had nog steeds geen volwaardige concurrent als het ging om comfort.

De introductie van de Citroën CX had eigenlijk geen slechtere timing kunnen hebben. De oliecrisis zorgde voor enorme terugval in de verkoop van grote auto’s en de financiële problemen bij Citroën zorgden voor moeilijke start. Toch wist de CX de autojournalisten in Europa te overtuigen en werd de CX ‘auto van het jaar 1975’. Aanvankelijk was de CX is slechts een paar uitvoeringen leverbaar maar als verdrong de CX alle ID/DS modellen uit de catalogus. Al snel werde de CX leverbaar met diverse benzinemotoren en nieuw voor Citroën, een dieselmotor. Naast de bijzonder vormgegeven berline kwam Citroën met een break. De break bood een enorm laadruimte die bovendien door de het hydropneumatische veersysteem flink beladen kon worden.

Ondertussen staat Citroën aan de rand van de financiële afgrond. De GS doet weliswaar goede zaken, maar met de 2CV (met als varianten de Dyane en Ami) en de DS/ID heeft verder Citroën enkel verouderde modellen in haar gamma. De ontwikkeling van de opvolger van de CX kostte veel geld. Tel daar bij op de oliecrisis van 1973, de te lange ‘twee basismodellen’ strategie, het opkopen van Maserati en het feit dat de Franse overheid besluit dat Fiat haar aandeel in Citroën moet verkopen en het faillissement van Citroën in 1974 is onafwendbaar. Maar omdat de Franse regering bang id voor de massaontslagen voert ze de druk op Peugeot op om het noodlijdende Citroën in te lijven. In 1975 is het ontstaan van de PSA Groep een feit.

Citroën VisaNa de introductie van de Peugeot 104 als Citroën LN met als grootste verschil de motor van de 2CV in plaats van de viercilinder motor van Peugeot verschijnt in 1978 de Visa. Wederom een auto die is gebaseerd op Peugeot techniek, maar die toch beschikt over het uiterlijk en de eigenschappen van een Citroën. Feitelijk was de Visa een grote broer van de LN, technisch waren er veel overeenkomsten. Als eerste Citroën krijgt de Visa satellieten aan weerskanten van het tellerblok waarin alle bedieningsfuncties zijn opgenomen. Deze feature ontlokt zowel zeer positieve tot zeer negatieve reacties bij pers en publiek. Een bewijs dat Citroën haar eigenzinnigheid ondanks de overname door Peugeot nog niet was kwijtgeraakt. De Visa was leverbaar met zowel Citroën-motoren (uit de 2CV) als de Peugeot-motoren.

Citroën GSAIn 1979 werd de GS gerestyled met een hatchback en plastic bumpers en sindsdien als GSA op de markt gebracht. Naast de nieuwe bumpers en de vijfde deur krijgt de GSA een nieuw interieur met als opvallendste item een compleet nieuw dashboard met de beroemde satteliet bediening en uiteraard weer de digitale weergave van de snelheid en motortoerental. Verder zijn er vele detailafwijkingen ten opzichte van de GS. Alle in 1979 op de markt gebrachte GSA-types zijn in het bezit van de 1300 motor. De GSA moet de tijd tot de komst van de BX in 1982 volmaken. Hoewel de GSA feitelijk in 1982 al door de BX werd afgelost staat de GSA nog tot 1985 op de prijslijsten bij Citroën, maar speelt dan eigenlijk geen rol meer in de verkopen.

Ondertussen blijven de verkopen van de Visa sterk achter. Op voorstel van carrosseriebouwer Heuliez werd in 1981 de Visa grondig herzien. De verkopen van de Visa nemen hierna flink toe. In 1983 werd de Visa Décapotable geïntroduceerd: de open cabrio-versie voor de zon-genieters. Een nog steeds zeldzame verschijning en verzamelaarsobject. In 1985 krijgt de Visa zijn laatste facelift en verschijnt tevens de bestelversie van de Visa, de Citroën C15. Deze populaire opvolger van de Acadiane is zelfs nog jarenlang naast de Berlingo – de opvolger van de C15 – tot in december 2005 geproduceerd. Voor de gewone Visa is in 1988 de tijd gekomen om afscheid te nemen. De Citroën AX heeft dan al een groot deel van de verkopen van de Visa afgesnoept..

Citroën BXIn 1982 stelt Citroën de BX voor. De compleet nieuwe BX is ontwikkeld op basis van een bodemplaat die ook door Peugeot zal worden gebruikt. Toch is het een echte Citroën en voorzien van een hydropneumatisch veersysteem. Ook in het interieur is de bekende digitale kilometerteller weer terug te vinden. De toerenteller is vervangen door een rij gekleurde lampjes. De satellietbediening uit de Visa en GSA wordt niet overgenomen maar er wordt een kruising tussen de satellieten en in de CX toegepaste ‘lunule’ gebruikt. Niet de ontwerpafdeling van Citroën is verantwoordelijk voor het ontwerp, maar de ontwerper Marcello Gandini van ontwerpstudio Bertone mag het ontwerp op zijn naam zetten. De BX zorgt ervoor dat de verkopen bij Citroën enorm toenemen. De BX is in een groot aantal varianten leverbaar waarbij de dieselvarianten toonaangevend voor de hele markt waren. De nieuwe 1.9 XUD motoren van Peugeot blijken een prima match met de comfortabele BX. Na een facelift in 1986 waarbij de kwaliteit van de BX nog verder omhoog gaat en de laatste Citroën gadgets uit het interieur zijn verdwenen nemen de verkopen nog verder toe en heeft Citroën eindelijk een sterk model in de middenklasse. Begin jaren negentig wordt de onderkant van het BX-gamma aangevuld met de Citroën ZX. In de twaalf jaren dat de BX in productie is werden er maar liefst 2.315.739 exemplaren aan tevreden klanten afgeleverd. De uiteindelijke opvolger van de BX is de in 1993 geïntroduceerde Xantia die met name de klanten uit de duurdere BX moet doen overstappen.

Citroën CX faceliftIn 1985 kreeg het hele gamma van de CX een facelift, met kunststof bumpers in de kleur van de carrosserie en een “normaler” dashboard met klokken, dat wellicht ook non-citrofielen zou aanspreken. In de periode tussen de overgang van type 1 naar type 2 is er een ‘tussenmodel’ gefabriceerd (enkel uitgevoerd met de GTI Turbo-motor). Een mix van type 1 en type 2; stalen bumpers en de nieuwe ‘klokken’ van het type 2 model. Ook de bekleding werd aangepast. De roestpreventie werd verbeterd, en de motoren werden opnieuw verbeterd en uitgebreid. Het topmodel werd de Citroën CX ‘Prestige Turbo II’, uitgerust met een intercooler turbomotor van 168 pk en speciale Michelin TRX banden, ontwikkeld voor hoge snelheden (later werd de TRD ook van een intercooler voorzien, de TRD2 Turbo met een vermogen van 120 pk). Het uitrustingsniveau lag voor die dagen op uitzonderlijk hoog niveau met schijfremmen rondom (ABS); automatische hoogteregeling, servostuurbekrachtiging (Diravi); elektrisch bediende ramen en (verwarmde) achteruitkijkspiegels, alle vanuit de bestuurdersstoel verstelbaar; airco; cruise control en centrale deurvergrendeling met afstandsbediening. Uiteindelijk werden er meer dan één miljoen exemplaren van de CX geproduceerd, voordat hij in 1989 opgevolgd werd door de Citroën XM die de bodemplaat deelde met de Peugeot 605.

Citroën AXAls opvolger van de Citroën Visa (en eigenlijk ook voor de nog steeds leverbare 2CV) introduceert Citroën op de Parijse Autosalon van 1986 de Citroën AX. De AX wordt het kleinste model van Citroën en is van 1986 tot 1998 in productie. In eerste instantie is de AX alleen leverbaar als 3-deurs, met 1.0, 1.1, 1.3(sport) en 1.4 liter motoren. De 1.4 was tevens verkrijgbaar in dieselversie. Later kwamen er nog een 5-deurs en een 1.5 liter dieselversie bij. De AX is het eerste kleine model van Citroën die niet leverbaar is met de luchtgekoelde 2-cilinder die zijn leven in de 2CV begon. De motoren zijn allemaal afkomstig van PSA, de latere Peugeot 106 en Citroën Saxo vertonen veel technische overeenkomsten met de AX

Citroën C6Citroën gaat de jaren negentig in met een compleet nieuw gamma die met de komst van de XM als opvolger van de CX in 1989 wordt ingezet. Niet lang daarna volgen in 1991 de ZX (de Citroën-variant van de Peugeot 306) en in 1993 de Xantia. Al deze ontwerpen van het Italiaanse designhuis Bertone vallen goed in de smaak. De verkopen gaan goed en Citroën maakt een zeer stabiele periode in haar bestaan door. Toch krijgt Citroën kriktiek te verduren omdat het merk niet meer zo onderscheidend is als in het verleden, de eigenzinnigheid is verdwenen. Met de komst van de Xsara Picasso wordt een gedeelte van die kritiek beantwoord. Wanneer Citroën in het nieuwe millennium met de C5 als eerste model van een compleet nieuwe reeks komt is er weer sprake van echte Citroën innovatie. Toch vallen vele fans van het merk over het wat anonieme uiterlijk van de auto. Pas als Citroën met de lang beloofde C6 als vlaggenschip van de modellenreeks komt, is in de ogen van de liefhebbers de eigenzinnigheid weer terug. De Citroën C6 heeft dan ook alles in zich om in de toekomst als geliefde oldtimer in de rubrieken van OldtimerNieuws terug te komen.

terug naar voorpagina