• Archief
<B><EM>Oldtimerstory</B></EM> Geschiedenis van de Wankelmotor

Oldtimerstory Geschiedenis van de Wankelmotor

Felix Wankel werd op 13 augustus 1902 in het Zuid Duitse stadje Lahr geboren als zoon van boswachter Rudolf Wankel en Gerty Wankel. Nadat Rudolf Wankel in de Eerste Wereldoorlog is gesneuveld verhuisd het gezin in 1915 naar Heidelberg. Felix bezoekt daar het Gymnasium. Vanwege matige resultaten voor wiskunde haalde hij zijn diploma niet. Natuurkunde interesseerde hem wel, behalve de formules.

Felix WankelLater haalt hij wel een diploma wanneer hij de bij de wetenschappelijke uitgeverij van Carl Winter in Heidelberg werkt. Maar het werk bij Carl Winter kan hem niet echt boeien. Hij zit liever in de boeken gedoken om kennis van wetenschap en techniek op te doen. De interesse van Felix is met name gericht op vooruitstrevende technieken. In 1926 wordt hij vanwege financiële problemen ontslagen. In die tijd sympathiseerde Felix Wankel met het regime wat Hitler in die jaren in Duitsland aan het opbouwen is. In 1928 krijgt hij zelfs de kans om Hilter te ontmoetten. In de crisisjaren 1928 tot 1929 legde hij de basis voor de latere wankelmotoren oftewel draaizuigermotoren. In die jaren experimenteerde hij met zuigerveren en afdichtingelementen voor gewone zuigermotoren. In 1932 wordt hij door de partij aan de kant gezet nadat hij een partijgenoot beschuldigd van corruptie. Hij wordt zes maanden gevangen gezet.

In 1932 bouwde hij de eerste wankelmotor, die slechts kort gefunctioneerd heeft. Wel kreeg hij een contract bij BMW om draaizuigermotoren te ontwikkelen. De samenwerking duurde slechts 2 jaar. Hierna kwam Felix met een eigen onderzoeksinstituut: Den Wankel-Versuchswerkstätten. In 1936 krijgt hij een speciale opdracht van het Duitse Research Laboratorium voor Luchtvaart (DLV). Deze opdracht zorgde voor geld en Felix Wankel deed nog een aantal vervolgopdracht voor het Duitse Rijk.

werkingsprincipe wankelmotorNa de Tweede Wereldoorlog worden zijn werkplaatsen door de Franse bezettingstroepen ontmanteld en wordt Felix Wankel wegens zijn activiteiten korte tijd gevangen gezet. Na zijn vrijlating krijgt hij een tijdelijk onderzoeksverbod opgelegd. Hierna richt Felix de TES op, oftewel die Technische Entwicklungsstelle. In 1951 start de samenwerking met NSU. In eerste instantie ging het om een lader voor motorfietsen, daarna om nieuwe aandrijftechniek: de draaizuigermotor. In 1954 laat Wankel zijn medewerker Ernst Höppner al Wankelpatenten vastleggen van het nieuwe principe. Onder druk van NSU-constructeur Dr. Walter Froede vind de verdere ontwikkeling van de nieuwe motor plaats in een vaststaand huis (mantel). Felix Wankel levert de ideeën, het rekenwerk en tekenwerk laat hij doen door een zorgvuldig uitgezocht team van medewerkers. Een bijzonder detail is dat Felix Wankel nooit een rijbewijs heeft gehad. Hij liet zich altijd rijden. Er volgden succesvolle jaren en iedereen was onder de indruk van de nieuwe motortechniek.

NSU WankelspiderDe nieuwe Wankelmotor, genoemd naar zijn geestesvader, is een verbrandingsmotor die niet met cilinders en zuigers werkt, maar met een driehoekige gevormde rotor die in een trommel zit. In de open ruimten tussen de zijden van de driehoekige rotor en de trommel wordt een brandstof/luchtmengsel tot ontploffing gebracht, waardoor de rotor een draaiende beweging krijgt. Het eerste automerk dat met een wankelmotor uitgeruste auto op de markt komt is natuurlijk NSU, waar Wankel de mogelijkheid krijgt zijn ideeën uit te werken. In 1964 introduceert NSU de eerst auto met een wankelmotor, de Wankelspider.

Ro80NSU verbeterde de motor verder en introduceerde in 1967 de in de oldtimerwereld bekende luxe NSU Ro 80. In deze auto leverde de tweeschijfswankelmotor een vermogen van 115 pk. Daarmee presteerde de voor die tijd bijzonder gestroomlijnde auto heel goed. Een top van meer dan 180 km/u was mogelijk en een sprintje van 0 tot 100 km/u nam slechts 13 seconden in beslag. De Ro80 was alleen maar leverbaar met een Wankelmotor en was dan ook rondom deze motor ontwikkeld. Voordelen van de wankelmotor zijn de compacte bouw, de goede acceleratie en een minimum aan bewegende onderdelen, waardoor lage productiekosten mogelijk zijn. Doordat de ontbrandingsenergie meteen in een roterende beweging wordt omgezet is dit type motor zeer trillingsarm. Nadelen van de wankelmotor zijn een hoger olieverbruik, veroorzaakt door de bovensmering van de motor, en een vrij hoog brandstofverbruik. Ondanks het hoge verbruik zijn pers en publiek enthousiast en de Ro80 wordt in 1968 tot ‘Auto van het Jaar’ uitgeroepen.

Ondanks de mooie start kende de wankelmotor in de Ro80 de nodige problemen, met name de afdichtingen tussen de hoeken van de rotor en de trommelwand gaven veel problemen. Vanaf begin jaren zeventig komen er betere afdichtingen beschikbaar en zijn de problemen grotendeels opgelost en is de wankelmotor net zo betrouwbaar als een conventionele motor uit dezelfde periode. Wel is het verbruik nog steeds relatief hoog. Helaas blijken alle tegenslag en de hoge ontwikkelingskosten teveel voor een relatief kleine autofabrikant als NSU om deze weg te blijven volgen. Om het publiek te overtuigen van de kwaliteiten van de Ro80 werd een garantie van vijf jaar op de motoren gegeven. Door de afdichtingsproblemen maakten vele Ro80 bezitters echter aansprak op de garantieregeling wat er voor zorgde dat NSU in financiële problemen kwam. Wanneer Volkswagen NSU overneemt duurt het niet lang meer voor de stekker uit de Ro80-project wordt getrokken. Het wankel-avontuur voor NSU is over.

Citroën GS BirotorToch eindigt de wankelmotor niet bij de productiestop van de Ro80. De ontwikkeling van de wankelmotor wordt door vele automerken met belangstelling gevolgd. Mercedes Benz is in het begin van de jaren zestig ook actief met ontwikkelen van de wankelmotor en bouwde enkele prototypes. Het eigenzinnige merk Citroën voelde zich ook aangetrokken tot de wankelmotor. Citroën bouwt in 1970 en 1971 een beperkt aantal prototypes van de M35, een aangepaste Citroën Ami 8 met een éénschijfswankelmotor. Kort daarna komt Citroën met de GS Birotor, een van een tweeschijfswankelmotor voorziene Citroën GS. Maar net als Mercedes Benz besluit Citroën de ontwikkeling van de wankelmotor stop te zetten wanneer de oliecrisis in 1973 het benzineverbruik van auto’s volop in de belangstelling zet. En dat is nu net het zwakke punt van de wankelmotor. Naast Mercedes Benz en Citroën waren ook de Russen in het concept geïnteresseerd. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig ontwikkeld Lada enkele prototypes die uiteindelijk het Kremlin niet halen. Het Oost Duitse IFA doet ook enkele pogingen om met een wankelmotor voor de Trabant en Wartburg te komen en ontwikkeld een aantal prototypen. Helaas krijgt ook het Oost Duitse initiatief geen vervolg. Naast de ontwikkeling van de wankelmotor voor auto’s zijn ook een aantal fabrikanten van motoren met het idee aan de slag gegaan.

Mazda Cosmo SportEr is echter nog een automerk dat al vanaf 1961 actief met de ontwikkeling van de wankelmotor aan de slag is gegaan. In 1967 introduceert Mazda haar eigen wankelmotor in de Cosmo Sport 110S, een lichtgewicht compacte sportwagen. Mazda gebruikt zelf overigens de naam “rotatiemotor”. Na de Cosmo Sport blijft Mazda de wankelmotor doorontwikkelen en komen er steeds nieuwe modellen met deze motor op de markt. Na de Cosmo Sport volgde de R100, de eerste Mazda die naar de Verenigde Staten geëxporteerd werd. Daarna kwam de R130, de RX-2 ‘Capella’, de RX-3 ‘Savanna’, de RX-4, de ‘Roadpacer’, de RX-5 Cosmo AP, de RX-7 en uiteindelijk de huidige RX-8 met de Renesis motor die enkele prijzen won bij zijn lancering in 2003. Felix Wankel stierf op 9 oktober 1988 in Heidelberg, maar dankzij Mazda leeft het motorconcept dat hij bedacht nog steeds.

terug naar voorpagina