• Archief
<B><EM>Oldtimerstory</B></EM> 100 Jaar Alfa Romeo, de vooroologse jaren

Oldtimerstory 100 Jaar Alfa Romeo, de vooroologse jaren

Alfa Romeo viert in 2010 haar 100-jarige bestaan. Een mijlpaal die op zichzelf al de moeite waard is om even bij stil te staan. In de afgelopen 100 jaar heeft Alfa Romeo een duidelijke stempel op de auto-industrie gedrukt, grote sportieve successen behaald en heeft het merk een grote schare trouwe fans gekregen. Reden genoeg voor OldtimerNieuws om de eerste Coverstory van 2010 te beginnen met de geschiedenis van dit bijzondere Italiaanse merk. Deze week het eerste gedeelte, het ontstaan van Alfa Romeo en de ontwikkelingen tot de Tweede Wereldoorlog.

Darracq uit 1901Voor het ontstaan van Alfa Romeo gaan we geen 100, maar 104 jaar terug in de tijd. In 1906 werd door de Fransman Alexandre Darracq de Società Anonima Italiana Darracq (SAID) in het Italiaanse Milaan opgericht. De van oorsprong Parijse fietshandelaar was in 1896 begonnen met de productie van auto’s onder zijn eigen naam Darracq. Darracq bouwde relatief kleine auto’s en wist al snel dat autoracen een goede manier om zijn auto’s te promoten. Dat resulteerde onder andere in het wereldsnelheidsrecord ter land, dat in 1904 en 1905 behaald werd.

In 1906 dacht Darracq dat zijn kleine auto’s een prima aanbod zouden zijn voor de Italiaanse markt. Dit was dan ook de directe reden voor het oprichten van SAID in dat jaar. Maar als snel bleek dat de Italianen helemaal niet zaten te wachten op de kleine van oorsprong Franse auto’s. De wegen in Italië waren te slecht en de hellingen te steil voor zwak gemotoriseerde Darracq’s. In Frankrijk waren inmiddels al betere, sterkere modellen ontwikkelt maar die werden niet naar Italië gehaald. De bedrijfsleider van SAID, Ugo Stella besloot in 1909 het heft in eigen handen te nemen. Hij kocht Darracq uit en huurde Giuseppe Merosi in om nieuwe auto’s te ontwikkelen die wel geschikt waren voor de Italiaanse wegen. Omdat Ugo Stella niet langer verbonden wilde zijn aan het slechte imago dat de Darracq-modellen in Italië hadden opgebouwd werd besloten onder een nieuwe naam verder te gaan. Vanaf 24 juni 1910 heet de autofabriek dan ook Anonima Lombarda Fabbrica Automobili, kortweg Alfa.

Alfa 24HPDe eerste echte Alfa is de 24 HP, met 4084 cc, vier cilinders en 42 pk. Daarmee leverde de 24 HP vier keer het vermogen van het oude Darracq model die hij verving. De 24 HP werd in redelijke aantallen verkocht. Van meet af aan was het de bedoeling om sportieve successen met de nieuwe auto te boeken en vanaf 1911 wordt het model daadwerkelijk ingezet bij autoraces. De 24 HP maakt met twee auto’s zijn debuut in de 6e Targo Florio en daarmee wordt de basis gelegd voor de sportieve inslag die het merk in 2010 nog steeds heeft. Speciaal voor de races wordt een 15 HP Corsa gebouwd met een motorvermogen van 45 pk. De Alfa’s onderscheiden zich door een goede wegligging en hoge snelheden die met de auto’s worden gehaald. Toch weet Alfa met de 24 HP nog geen podiumplaats te bemachtigen.

Alfa 40-60 HPMet 40-60 HP doet Alfa in 1913 een stap voorwaarts. De nieuwe Alfa is voorzien van een 6 liter, 4-cilinder motor die in de productieversie 70 pk levert, goed voor een topsnelheid van 125 km/u. De speciale raceversies schoppen het tot 73 pk en later zelfs 82 pk, goed voor snelheden tot 150 km/u. Let wel, dit alles speelde zich af in de jaren 10 van de 20e eeuw. Met de 40-60 HP wist Alfa wel een podium plaats te bemachtigen. Meteen bij zijn debuutoptreden in 1913 tijdens de Parma-Berceto heuvelklim weet de 40-60 HP de eerste plaats in zijn klasse te veroveren.

Alfa Grand PrixIn 1914 ontwikkelt Alfa voor een nieuwe raceklasse een speciaal aangepaste auto, de Alfa Grand Prix. Conform te eisen was de auto niet zwaarder dan 1100 kg en was de motorinhoud beperkt tot 4,5 liter. Door een speciale cilinderkop met twee kleppen per cilinder en twee bovenliggende nokkenassen wist Alfa uit de nieuwe 4,5 liter motor een vermogen van maar liefst 88 pk te halen. Met de Grand Prix had Alfa het plan internationaal door te breken en de naam als fabrikant van sportieve auto’s definitief vestigen. De Alfa Grand Prix zou echter eerst een paar jaar in een schuur door moeten brengen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zorgde ervoor dat Alfa al raceactiviteiten moest stoppen. De gehele productie bij Alfa komt stil te liggen en de toekomst is onzeker.

Ondanks dat Ugo Stella in 1909 Alexandre Darracq had uitgekocht was een gedeelte van de aandelen van Alfa nog steeds in handen van de familie Darracq. Toen tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1916 een familielid van Darracq de laatste aandelen van Alfa van de hand deed werden deze opgekocht door Nicola Romeo. De in 1876 in Italië geboren Nicola Romeo had in België een ingenieursopleiding gevolgd en had succesvol een fabriek voor het maken van machines en uitrustingen voor de mijnbouw opgezet. Romeo zocht voor zijn bedrijf uitbreidingsmogelijkheden in Milaan en besloot daarop langzaam maar zeker alle aandelen Alfa op te kopen. Vanaf 1915 neemt het roer bij over en Alfa begint daarop voor het Italiaanse leger en de Italiaanse bondgenoten oorlogsmateriaal te produceren. Daarbij werd ook gebruik gemaakt van de bestaande Alfa motoren om onder andere compressoren en generatoren aan te drijven. De naam van het bedrijf werd tijdens de Eerste Wereldoorlog veranderd van Alfa naar Romeo.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 moet Romeo op zoek naar nieuwe markten. Deze worden aanvankelijk gevonden in de bouw van treinwagons en benodigdheden. In 1919 wordt echter besloten om uit de onderdelen die sinds 1915 in de fabriek waren blijven liggen alsnog 105 auto’s te bouwen. De autoproductie wordt hiermee weer opgevat.

Alfa Romeo 20-30 HPIn 1920 komt het bedrijf met het eerste naoorlogse automodel, de Torpedo 20-30 HP, die onder een nieuwe naam op de markt wordt gebracht. In de oorlogsjaren was de naam van de fabriek veranderd in Romeo, maar deze naam had in de autowereld geen enkele waarde. Romeo wilde echter zijn naam wel aan de auto’s verbonden zien. Als compromis werd voor de naam Alfa Romeo gekozen. Strikt gezien is de naam Alfa Romeo in 2010 dan ook 90 jaar oud.

De eerste successen onder de merknaam Alfa Romeo komen als Giuseppe Campari in 1920 de Mugello wint, aangevuld met een tweede plaats in de Targa Florio door Enzo Ferrari. Inderdaad, de Enzo Ferrari die later verantwoordelijk zal zijn voor het sportwagenmerk Ferrari. De races worden gereden met speciale uitvoeringen van de 40-60 HP. De Ferrari Grand Prix wordt in 1921 nog wel weer uit de mottenballen gehaald maar na een bijna overwinning in Campari valt het doek voor deze auto. Er wordt dan ook slechts één exemplaar van de Alfa Grand Prix gemaakt.

Alfa Romeo RLIn 1922 komt Alfa Romeo met nieuwe zescilinder modellen. Het eerste productiemodel dat met een zescilindermotor was uitgerust werd de RL. De RL was verkrijgbaar als Normal, Touring en als Sport en motorvermogens variërend van 56 tot 71 pk. De RL werd net als voorgaande modellen ook ingezet bij races. Als een goedkopere variant van de RL verschijnt in 1923 de RM, voorzien van een viercilindermotor.

De Alfa Romeo’s zijn succesvol in diverse autoraces en de verkopen lopen op. Rond 1925 werd Merosi als technisch hoofd opgevolgd door Vittorio Jano, die bij het raceteam van Fiat wordt weggehaald. Enzo Ferrari was ondertussen het hoofd van het raceteam van Alfa Romeo geworden en had Jano overgehaald om bij Fiat weg te gaan. Jano construeerde meteen de legendarische P2, een auto die zeven jaar lang de Grand Prix-motor racing zou domineren. De P2 is uitgerust met een 8-cilindermotor met inhoud van nog geen 2 liter. Toch leverde de motor vermogens van 155 tot 175 pk, goed voor snelheden tot 225 km/u.

Voor de productiemodellen komt Alfa Romeo met de 6C serie, bestaande uit de 6C 1500 en 6C 1750, beide voorzien van 6-cilindermotoren. De 6C 1500 komt in 1927 op de markt en de 6C 1750 wordt in 1929 uitgebracht. De auto’s zijn behoorlijk succesvol, zowel in races als commercieel gezien.

Wanneer in 1928 de laatste oorlogscontracten aflopen komt Alfa Romeo in zwaar weer. Nicola Romeo verlaat het bedrijf en in 1932 moet het door de Italiaanse regering van de ondergang worden gered. In de moeilijke periode voor de overname door de overheid was het raceteam van Alfa Romeo 1929 zelfstandig gemaakt. Het was nog steeds Enzo Ferrari die succesvol de scepter over het team zwaaide. Maar na de nationalisatie van de fabriek werden alle raceactiviteiten stopgezet. Onder de naam Scuderia Ferrari gaat Ferrari verder met het raceteam waarbij nog steeds met name gebruik wordt gemaakt van auto’s die door Alfa Romeo zijn geleverd.

Alfa Romeo 8C 2300In 1931 komt Alfa Romeo met een nieuwe auto op de markt, de 8C 2300. De naam verraad al dat het gaat om een 8-cilinder met een cilinderinhoud van 2,3 liter. De auto is een doorontwikkeling van 6C serie en haalt in de sterkste uitvoering met een vermogen van 165 pk snelheden tot 225 km/u. De 8C 2300 is vooral bedoeld om de naam van Alfa Romeo in de autoracerij hoog te houden. De auto wordt dan ook voor uiteenlopende races ingezet, in totaal worden slechts 188 van deze auto’s gebouwd.

Met de 6C 1900 wordt een vernieuwde versie van de 6C serie op de markt gebracht. Het model wordt alleen in 1933 geleverd. In 1934 is het tijd voor een compleet nieuwe versie van de 6C serie. Die komt er in de vorm van de 6C 2300 die in drie versies wordt geleverd. De Touring versie levert 68 pk, de Granturisimo is goed voor 76 pk terwijl de top wordt gevormd door de Pescara versie met 95 pk en topsnelheid van 145 km/u. Uiterlijk maakt de nieuwe 6C een stap voorwaarts en ook technisch biedt de auto veel nieuws. Het is onder andere de eerste Europese auto moet onafhankelijke wielophanging. De auto wordt dan ook erg goed ontvangen door pers en publiek.

In Italië is Mussolini aan de macht en door de overname van Alfa Romeo door de staat wordt Alfa Romeo meer en meer als nationaal symbool bestempeld. Maar er gebeurt nog meer in de Alfa Romeo fabriek in Milaan. Naast de productie van auto’s wordt ook de productie van vrachtauto’s en bussen opgestart. Daarnaast wordt de productie van vliegtuigmotoren steeds verder uitgebreid. In de jaren 30 lanceert Alfa Romeo diverse auto’s die speciaal voor de racerij worden gebouwd. De naam Alfa Romeo is dan ook niet meer van de autosport los te denken.

Alfa Romeo 8C 2900De positie die Alfa Romeo in de periode voor de Tweede Wereldoorlog inneemt maakt de weg vrij voor een nog luxere, nog exclusievere versie van de 8C 2300, de 8C 2900. Met een 2,9 liter, 8-cilinder motor die goed is voor maximaal 220 pk is de nieuwe Alfa Romeo een geduchte tegenstander in elke wedstrijd. Er verschijnen verschillende versies, met lang en kort chassis, als een- en tweezitter, telkens aangepast aan de gebruiksomstandigheden. De sterke motor in combinatie met een hoogwaardig chassis met onafhankelijke wielophanging voor en achter zorgt voor bijna onafgebroken reeks overwinningen. De lange versie, de 8C 2900 A claimt de eerste drie plaatsen in de Mille Miglia van 1936 en in 1938 wordt dit huzarenstukje nog een keer overgedaan en is het weer Alfa Romeo die drie podiumplaatsen mag innemen.

In 1938 besluit Alfa Romeo om weer zelfstandig actief te worden in de racerij en opnieuw een eigen fabriekteam op te zetten, de Scuderia Alfa is een feit. Dit is tegen het zere been van Enzo Ferrari dat op dat moment met zijn raceteam Scuderia Ferrari met de Alfa Romeo’s grote successen boekte. De reeks van racesuccessen duurt tot en met 1939 wanneer het hele wereldlandschap weer veranderd. De wereld staat aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en de verhouding tussen de landen komt onder grote druk te staan. Mussolini verbiedt Italiaanse coureurs om nog in Frankrijk te racen en de Mille Miglia van 1939 wordt niet gehouden. In deze periode breekt Enzo Ferrari voorgoed met Alfa Romeo.

Tegen het eind van de jaren dertig wordt met de bouw van een nieuwe fabriek in Pomigliano d’Arco begonnen. Maar de autoproductie zal snel op de achtergrond komen. De oorlogsmachine heeft opnieuw behoefte aan materiaal en de Alfa Romeo-fabriek krijgt de opdracht om Macchi C.202 Folgore vliegtuigmotoren te produceren.

Alfa Romeo 6C 2500Op de valreep, in 1939, komt Alfa Romeo toch nog met een nieuwe auto op de proppen, de Alfa Romeo 6C 2500. De nieuwe Alfa Romeo is een doorontwikkeling van 6C 2300, maar de motor levert meer vermogen en de nieuwe aërodynamische carrosserie luidt een nieuw tijdperk in. De opmerkelijk neus van deze auto is nog steeds terug te zien bij de huidige Alfa Romeo-modellen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt de fabriek meerdere keren gebombardeerd, in 1940, in 1943 en in 1944. De laatste aanval zorgt ervoor dat de productie volledig stil komt te liggen.

Hoe het Alfa Romeo in de jaren na de Tweede Wereldoorlog verging lezen jullie in de volgende Coverstory van OldtimerNieuws.

terug naar voorpagina