• Archief
<B><EM>Oldtimerstory</B></EM> 100 jaar Alfa Romeo, de jaren 70 en 80

Oldtimerstory 100 jaar Alfa Romeo, de jaren 70 en 80

Alfa Romeo viert in 2010 haar 100-jarige bestaan. Een mijlpaal die op zichzelf al de moeite waard is om even bij stil te staan. In de afgelopen 100 jaar heeft Alfa Romeo een duidelijke stempel op de auto-industrie gedrukt, grote sportieve successen behaald en heeft het merk een grote schare trouwe fans gekregen. Reden genoeg voor OldtimerNieuws om de eerste Coverstory van 2010 te beginnen met de geschiedenis van dit bijzondere Italiaanse merk. Deze week het derde gedeelte, de modellen uit de jaren zeventig en tachtig tot de overname door Fiat.

Alfa Romeo MontrealIn 1967 toonde Alfa Romeo op de wereldtentoonstelling in het Canadese Montreal een 2-persoons sportwagen. Drie jaar later staat op de autosalon in Genève het productiemodel. Opnieuw was er een Alfa Romeo te koop met een 8-cilindermotor. De 2593 cc grote V8 was in de straatversie goed voor 220pk. De V8 had per cilinderrij twee bovenliggende nokkenassen en een inspuitsysteem van Spica. Dit alles was gekoppeld aan een 5-versnellingsbak van ZF. De carrosserie is ontworpen door Marcello Gandini, die destijds werkte voor het designhuis Bertone. Gandini heeft ook diverse Lamborghini-ontwerpen op zijn naam staan (o.a. Miura, Countach, Diablo) en ontwierp tevens de Lancia Stratos; maar ook zoiets alledaags als de Renault 5 (de SuperCinq). Bijzonder aan de Montreal zijn de luchtinlaten achter de portieren. Deze zijn niet functioneel, maar aanvankelijk was dat wel de bedoeling – het prototype ging namelijk uit van een auto met middenmotor, d.w.z. achterin geplaatst. Uiteindelijk belandde de V8, bij het productiemodel, toch voorin de auto. Uit styling-oogpunt werd besloten de genoemde inlaatroosters te behouden. De spoiler aan de onder-voorzijde van de auto, op de foto nog niet aanwezig maar al snel na introductie standaard gemonteerd, is overigens het resultaat van een dringende suggestie van de Nederlandse importeur aan de fabriek. De auto werd bij testritten aanvankelijk erg “licht in de neus” bij hogere snelheden. Ondanks tegenvallende verkoopcijfers bleef de auto tot 1977 in productie, waarvan de laatste twee jaar alleen nog gebruikt werden om de grote voorraad onderdelen op te maken. In totaal werden er 3925 Montreals geproduceerd.

Alfa Romeo AlfasudNaast de Giulia moest er door Alfa Romeo een tweede, succesvol, model op de markt gebracht worden. De grote, naoorlogse Alfa’s waren niet erg succesvol en begin jaren 1960 werd bij Alfa Romeo dan ook besloten om met een kleinere auto te komen die in het segment onder de Giulia zou passen. De nieuwe auto had geen voorganger en moest volledig nieuw worden ontworpen. Voor het bouwen van de nieuwe auto werd zelfs een nieuwe fabriek gebouwd. Alfa Romeo was nog steeds eigendom van de Italiaanse staat en om voor werkgelegenheid te zorgen in het zuiden van Italië werd Pomigliano d’Arco nabij Napels gekozen als locatie van de nieuwe fabriek. De locatie verklaart meteen de naam van de nieuwe Alfa Romeo, Alfasud (sud is zuid in het Italiaans).

De ontwikkeling van het Alfasud project stond onder leiding van Rudolf Hruska en voor het eerst werd bij Alfa Romeo gekozen voor voorwielaandrijving. Er werd ook een geheel nieuwe motor ontwikkeld, een 4 cilinder boxermotor van 1186 cc met 63 pk. Het ontwerp van de Alfasud kwam van Giorgetto Giugiaro, die met ItalDesign net zijn eigen bedrijf was begonnen. Hoewel hij er zo uitzag was de Alfasud geen hatchback en had hij vier of twee deuren.

Alfa Romeo Alfasud SuperIn eerste instantie waren de reacties op de Alfasud positief: de auto zag er goed en sportief uit, reed goed en had nog relatief veel ruimte binnenin. Later kwamen echter de kwaliteitsproblemen aan het licht: de afwerking liet te wensen over en de Alfasud had problemen met roest. De problemen waren enerzijds terug te voeren op de (slechte) kwaliteit van het gebruikte staal en de op de manier waarop kale carrosserieën werden opgeslagen alvorens ze werden gespoten en behandeld. Tweede probleem was de (on)geschooldheid en de matige motivatie van de arbeiders. De Alfasud zou deze problemen nooit echt kwijtraken ook al werd in 1978 de Alfasud Super geïntroduceerd die gebouwd werd met een ander soort staal dat beter bestand was tegen roest.

Alfa Romeo SprintAndere varianten van de Alfasud waren de Alfasud TI uit 1973, de Alfasud L uit 1974, de Alfasud Giardinetta uit 1975 en de Alfasud Sprint uit 1976. In 1980 verscheen de facelift van de Alfasud met grotere koplampen, grotere kunststof bumpers en grotere achterlichten. In de loop der jaren waren er verschillende motoren in de Alfasud beschikbaar. Als basis diende 1,2 liter met 63 pk. De top werd gevormd door de 1,7 liter met 110 pk. De Alfasud wordt in 1983 afgelost door nieuwe modellen en kan worden gezien al een van de meeste succesvolle Alfa Romeo’s. Maar liefst 893.719 Alfasud verlieten de fabriek en van de op de Alfasud gebaseerde Alfa Romeo Sprint werden nog eens 121.434 exemplaren gebouwd.

Alfa Romeo AlfettaNa de succesvolle introductie van de Alfasud begin jaren zeventig was het hoogste tijd om het andere succesmodel van Alfa Romeo, de Alfa Romeo Giulia te vervangen. De Alfa Romeo Berlina 1750 / 2000 was ook op Giulia gebaseerd en dit moest tevens worden vervangen. In 1972 volgde de Alfetta 1800 de kleinste Berlina, de 1750, op. De Alfa Romeo 2000 zou nog tot 1977 in productie blijven. De Alfetta 1.8 kreeg de motor uit de Berlina 1750 die wat vergroot werd tot 1779 cc. De Alfetta leverde hiermee 121 pk, had een topsnelheid van 180 km/u en sprintte in 9,5 seconden van nul naar honderd km/u. De ophanging en aandrijving van de Alfetta veranderde wel helemaal ten opzichte van de voorganger. De versnellingsbak en de koppeling werden achteraan in de sedan gebouwd om voor een ideale gewichtsverdeling te zorgen. Giorgetto Giugiaro zorgde voor het uiterlijk van de Alfetta.

Alfa Romeo Alfetta GT 1800Twee jaar later, in 1974, kreeg de Alfetta 1.8 een kleine facelift en kreeg hij het gezelschap van de Alfetta 1.6 met enkele ronde koplampen en de 1570 cc motor uit de Giulia. In dat jaar werd op basis van de Alfetta ook een opvolger gebouwd voor de Giulia Sprint. De wagen kreeg de typeaanduiding Alfetta GT 1800 en was een fastback coupé. Opnieuw zorgde het designbureau van Giugiaro voor het ontwerp. In datzelfde jaar werd voor de Amerikaanse markt ook een Alfetta 2000 gebouwd met een 1962 cc motor. Vanaf 1977 was de Alfetta 2000 ook in Europa te verkrijgen en zo had ook de Berlina 2000 een opvolger. De Alfetta 2000 zag er ook wat anders uit dan de 1800 en 1600: hij had een langere neus met rechte koplampen, grotere bumpers en grotere achterlichten. Ook de GT versie kreeg de 2000 motor en de naam werd veranderd naar Alfetta GTV 2000, wat meteen het einde betekende van de Giulia Sprint GTV.

Alfa Romeo Alfetta GTVIn 1978 bracht Alfa Romeo met de Alfetta Turbo D de eerste turbo diesel op de Europese markt. De motor werd samen met de Italiaanse motorenfabrikant VM ontwikkeld en leverde een maximaal vermogen van 82 pk. In 1981 werd de nieuwe 2492 cc V6 uit de Alfa 6 in de GTV gestopt, die omgedoopt werd tot Alfetta GTV6. De motor leverde een maximaal vermogen van 160 pk en een maximaal koppel van 220 Nm.

Alfa Romeo Alfa 6Met de Alfa 6 die was gebaseerd op Alfetta probeert Alfa Romeo in 1979 opnieuw om met een model in de hoger klasse te komen. De Alfa 6 ziet er ongeveer hetzelfde uit als de Alfetta, maar heeft een langere wielbasis en kreeg een langere snuit en koffer. Het nieuwe topmodel moest natuurlijk een passende motor krijgen. Alfa Romeo ontwikkelde speciaal voor de Alfa 6 een nieuwe V6 met 6 carburateurs. De cilinderinhoud kwam op 2492 cc te liggen en levert een maximaal vermogen van 158 pk. De gewichtsverdeling was voor de Alfa 6 minder belangrijk dan voor de sportieve Alfetta en de versnellingsbak en de koppeling waren dan ook weer voorin geplaatst. In 1983 kreeg de Alfa 6 zijn facelift. De ronde koplampen werden vervangen door rechthoekige, de grille en bumpers werden wat aangepast en men maakte meer gebruik van kunststof. De V6 werd ook vernieuwd en werd voorzien van een injectiesysteem. Tegelijk werd ook een kleinere variant van deze V6 beschikbaar met een cilinderinhoud van 1997 cc. Ook werd een 2494 cc turbodieselmotor ontwikkeld met een vermogen van 105 pk.

Alfa Romeo ArnaIn 1983 werden twee opvolgers voor de Alfasud voorgesteld, de Alfa Romeo 33 en de Alfa Romeo Arna. De Arna was ontstaan uit een kortstondige samenwerking tussen Alfa Romeo en de Japanse autofabrikant Nissan. Arna staat dan ook voor Alfa Romeo Nissan Autoveicoli. De auto was gebaseerd op het onderstel en carrosserie van de Nissan Cherry met de motor en voorwielophanging van de Alfa Romeo 33. De auto was zelfs sneller dan de Alfasud, maar liefhebbers van Alfa vonden het maar niets. Nadat FIAT in 1986 eigenaar werd van Alfa Romeo, werd de samenwerking met Nissan gestopt. Een economisch succes is de Arna nooit geworden en in 1987 werd de productie reeds gestopt.

Alfa Romeo 33Met de 33 zette Alfa Romeo wel een waardige opvolger van de Alfasud op de weg. De naam 33 verwijst naar de Tipo 33 racewagens van Alfa Romeo uit de jaren zestig en ’70. Technisch werd veel gebruik gemaakt van aangepaste onderdelen uit de Alfasud. Bijzonder detail: had de Alfasud rondom schijfremmen, de 33 kreeg achter trommelremmen die van de Alfa Romeo Arna waren overgenomen en daarmee van Nissan afkomstig waren. De 33 kreeg een veel moderner ontwerp van het Centro Stile Alfa Romeo. Opvallend aan het interieur was dat het in de hoogte verstelbare stuur één unit vormde met het instrumentenpaneel. Als je het stuur in hoogte verstelde, bewogen de instrumenten automatisch mee. De 33 kwam er alleen als vijfdeurs, de kleinere en goedkopere Alfa Romeo Arna moest de driedeurs Alfasud opvolgen. De 33 kon beschikken over een 1351 cc motor van 79 of 88 pk, of een 1490 cc motor van 84 of 95 pk, afhankelijk van het aantal gebruikt carburateurs. De 1490 cc versie was ook beschikbaar als Quadrifoglio Verde (QV) en dan kon hij een maximaal vermogen van 105 pk produceren. Quadrifoglio Verde, Italiaans voor groen klavertje vier, werd in de jaren ’20 en ’30 gebruikt als geluksbrenger op de racewagens en werd later gebruikt op de snelste uitvoeringen van de modellen. In 1985 kwam er een stationwagen van de 33 op de markt, ontworpen en geproduceerd door Pininfarina, onder de naam 33 Giardinetta. Ook werd er vanaf dat moment een 4WD systeem aangeboden.

Alfa Romeo 90De Alfetta wordt in 1984 uit productie genomen en opgevolgd door de Alfa Romeo 90. Het chassis van de 90 kwam uit de Alfetta, en ook het uiterlijk van de 90 had veel gemeen met de twaalf jaar oudere Alfetta. Bertone zorgde voor het ontwerp en de 90 werd iets hoekiger en moderner gemaakt dan de Alfetta. De 90 kreeg een dynamische voorspoiler die vanaf 80km per uur naar beneden kwam en voor extra koeling van de motor en voor extra neerwaartse druk zorgde. Het interieur van de 90 werd wat luxueuzer gemaakt ten opzichte van de Alfetta. Opvallend aan het dashboard van de Quadrifoglio Oro-versie (gouden klavertje vier) was dat de snelheid- en toerentalmeter niet rond waren, maar diagonaal omhoog liepen. Als optie was een attaché koffertje beschikbaar. Deze paste precies in het handschoenenkastje.

Begin jaren tachtig verkocht Alfa Romeo weliswaar redelijk veel auto’s maar was eigenlijk niet groot genoeg om zelfstandig een breed gamma van modellen te bieden en daarmee als volumemerk voldoende bestaansrecht te hebben. De eerste poging om samenwerking te zoeken en met een gezamenlijk volumemodel te komen was de samenwerking met Nissan, die uiteindelijk leidde tot de Alfa Romeo Arna. Het was echter geen succesvolle samenwerking. In 1986 verkocht daarom de Italiaanse overheid Alfa Romeo aan de Fiat-groep, die het samen met Lancia in een nieuwe onderneming samenvoegde, Alfa Lancia S.p.A. genaamd, die in 1987 operationeel werd. De samenwerking met Nissan wordt door Fiat onmiddellijk stopgezet en de Alfa Romeo Arna verdwijnt uit het assortiment.

Hoe het Alfa Romeo verging na de overname door Fiat lezen jullie volgende week in het vierde en laatste deel van deze Coverstory over 100 jaar Alfa Romeo.

terug naar voorpagina