• Archief
<B><EM>OldtimerStory</B></EM> De opkomst van het merk Simca

OldtimerStory De opkomst van het merk Simca

Het ontstaan van het merk Simca begint wanneer Ernest Loste, een voormalig talentvolle wielrenner, besluit een autodealer in Parijs te worden. In 1907 wordt hij de enige distributeur van Fiat-auto’s in Frankrijk. Na de Eerste Wereldoorlog is zijn bedrijf zo succesvol geworden dat Fiat besluit om zichzelf met de import van Fiats Frankrijk te bezig te houden. Voor dat doel wordt in 1926 de Safafa “Societe Anonyme Française des Automobiles Fiat” opgericht. Ernest Loste wordt benoemd tot voorzitter van de vennootschap en de jonge Henri Theodore Pigozzi, algemeen directeur.

Fiat 508 CV 6In 1929 is de hele wereld in rep en roer als er een wereldwijde crisis uitbreekt. Als gevolg van deze crisis proberen vele landen hun eigen industrie te beschermen door importbeperkingen in te stellen. Zo ook Frankrijk. De Fiat auto’s worden hierdoor te duur en zijn niet meer concurrerend. Hoewel Safafa een assemblagefabriek is waar de auto’s van Fiat in elkaar worden gezet, wordt er nog grotendeels gebruikt gemaakt van onderdelen die uit Italië worden geïmporteerd. Om onder de importbeperkingen uit te komen moeten zoveel mogelijk onderdelen in Frankrijk worden geproduceerd. Wanneer in 1932 de Fiat 508 CV 6 uitkomt, verschijnt deze in Frankrijk met een Safafa grill (nog steeds met Fiat logo), met daarop de vermelding “voor 80% in Frankrijk geproduceerd”. De onderdelen worden door een groot aantal Franse bedrijfjes geleverd en in een kleine fabriek in Suresnes gebouwd. De 6 CV wordt een groot succes in Frankrijk, zo groot dat het niet langer haalbaar blijkt om de onderdelen verspreid over een groot aantal kleine bedrijfjes te laten maken, bovendien is de fabriek in Suresnes ook niet geschikt voor echte grote productie aantallen. Als antwoord hierop wordt in 1934 de voormalige Donnet-fabriek in Nanterre (niet ver van Parijs) gekocht.

Logo Fiat SimcaDe aankoop van de fabriek Nanterre vraagt om een nieuwe aanpak. Daarom wordt op 2 november 1934 de Societe Industrielle de Mecanique et de Carrosserie Automobile, afgekort SIMCA opgericht. Het nieuwe bedrijf is voor 100% in Franse handen en wordt geleid door Henri Pigozzi. De financiering komt echter grotendeels uit Italië en het zijn ook de specialisten van Fiat die de fabriek grondig onderhanden nemen en deze grondig renoveren. Op 1 juli 1935 is het dan zover dat de eerste auto’s uit de fabriek kunnen rollen. De eerste auto’s uit de nieuwe fabriek zijn de Balilla Fiat 508 en Fiat 518 Ardita die als Fiat France 6CV en 11CV de fabriek verlaten.

Simca 5Is op de eerste auto’s uit 1935 de naam Fiat nog prominent in het logo terug te vinden, in 1936 worden de rollen al omgedraaid. Ook al produceert de fabriek nog steeds uitsluitend Fiat-modellen, de naam Simca wordt steeds belangrijker en steeds meer al een zelfstandig merk in de markt gezet. De eerste stap naar een eigen merknaam wordt gezet als Fiat de beroemde 500 Topolino lanceert. De Topolino wordt ook in Frankrijk uitgebracht, maar niet langer onder de naam Fiat France, maar onder de naam Simca 5. De eerste Simca is een feit. Naast de Simca 5 wordt in 1937 ook de Fiat 508 tot Simca 8 omgedoopt waarmee alle auto’s uit de Simca fabriek voortaan de naam Simca dragen, de 6CV en 11CV zijn inmiddels van de prijslijsten verdwenen. Tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verlaten 58.400 Simca’s de fabriek.

Simca 8 1947-1948Tijdens de tweede Wereldoorlog ligt de productie zo goed als stil maar weet Simca wel de merken Delahaye, Delage, Unic, Laffly en Bernard onder zich te scharen als in 1942 de “Groupe Francais Automobile du Baron Retiet” wordt overgenomen. In december 1944 krijgt Simca een order van het Amerikaanse leger om motoren voor de Jeeps te reparen/reviseren, onderdelen te produceren en onder andere jerrycans te maken. De fabriek komt redelijk ongeschonden de oorlog door en kan dan ook weer snel beginnen met het produceren van auto’s. De productie van de Simca 5 en Simca 8 wordt als eerste weer opgestart. Op datzelfde moment komt Louis Renault in de problemen en wordt gearresteerd. Nog voor een rechtzaak kan worden gestart overlijdt hij in zijn cel. Zijn bedrijf wordt uiteindelijk genationaliseerd. Gelukkig blijft de eigenaren van Simca dit alles bespaard en kan het bedrijf ook na de oorlog verder als zelfstandige onderneming.

Simca 6Vlak na de oorlog is de vraag naar auto’s groot, maar zijn de middelen om ze te produceren beperkt. Toch komt Simca in 1948 al met een nieuw model, de Simca 6. De Simca 6 is het Franse equivalent van de Fiat Topolino C. De Simca 6 is voorzien van een kopkleppenmotor en verkrijgbaar in vijf carrosserievarianten: sedan, cabriolet, stationwagon, en twee bestelauto uitvoeringen. De Simca 6 was niet alle opzichten gelijk aan zijn Italiaanse voorbeeld, zo kreeg de motor een iets grotere cilinderinhoud en daarmee iets meer vermogen. Ook de andere Simca modellen begonnen op details steeds meer af te wijken van het Italiaanse origineel.

Simca ArondeRond 1950 produceert Simca 66.000 auto’s per jaar en heeft daarmee en marktaandeel van rond de 11% in Frankrijk. De Simca 5 en 8 modellen zijn echter verouderd en de Simca 6 ondervindt sterke concurrentie van de Renault 4 CV. Het wordt tijd voor een echte nieuwe auto. Met behulp van middelen uit het U. S. Marshall-plan gaat Simca aan de slag met een nieuwe Simca, die de voorlopige naam Simca 9 meekrijgt. In het voorjaar van 1951 is het dan zover dat Simca het eerste eigen model kan onthullen: de Simca Aronde. De naam Aronde komt van het oud-Franse woord voor zwaluw, het symbool van Simca. De nieuwe Aronde is een geheel eigen ontwerp al is de auto technisch nog gedeeltelijk op een Fiat geïnspireerd. De auto is voorzien van 1,2 liter motor van 44,5 pk uit de Simca 8 en heeft een zelfdragende carrosserie, en was daarmee de eerste Simca met een dergelijke carrosserie. De Aronde heeft onafhankelijke wielophanging aan de voorkant met spiraalveren, achter is een starre as te vinden met semi-elliptische bladveren. Rondom zijn hydraulisch bediende trommelremmen gemonteerd. De Aronde is te koop als vierdeurs sedan, driedeurs stationwagon en als tweedeurs coupe, die bij Facel werd gebouwd. De Aronde is een instant succes en al snel is Simca op zoek naar uitbreidingsmogelijkheden.

Ford fabriek PoissyDe uitbreidingsmogelijkheden worden eerst gezocht bij de Franse vrachtwagen fabrikant Unic in 1951, in 1956 gevolgd Saurer. De grootste stap wordt echter gedaan met de overname van de Ford-fabriek in Frankrijk in 1954. Deze fabriek stond in Poissy en biedt veel ruimte voor uitbreiding van de autoproductie bij Simca. In 1958 wordt het oude Franse merk Talbot-Lago overgenomen. Omdat de filosofie bij Simca was om alles vanuit één centrale plek te produceren werd de oude fabriek in Nanterre in 1961 aan Citroën verkocht en de productie in oude Ford-fabriek in Poissy gecentraliseerd.

Simca VedetteMet de aankoop van Ford France nam Simca ook de Ford-modellen in Frankrijk over. Simca brengt de Ford Vedette onder naam Simca Vedette op de markt. De van een 2,3 liter zijklepper V8 motor voorziene Vedette blijkt met Simca logo redelijk goed te verkopen, terwijl de juist de slechte verkopen Ford had doen besluiten om de fabriek te verkopen. Na drie jaar vervangt Simca de Vedette door een gemoderniseerde versie die onder naam Versailles wordt verkocht. Latere modelvarianten worden onder namen Simca Beaulieu, Régence en Chambord op de markt gebracht. Een bijzondere variant op deze serie was de Ariane. Omdat de ouderwetse V8 bekend stond om zijn hoge benzineverbruik bracht Simca in 1957 de Vedette onder de naam Ariane op de markt met een 1, 3 liter motor uit de Aronde. Deze uitvoering wordt met name populair als taxi. In Frankrijk wordt de productie van de Vedette in de zomer van 1961 stopgezet nadat er 173.288 Vedette’s waren gemaakt. De Ariane houdt het nog wat langer vol en is bijna even succesvol, na 166.363 valt het doek in 1963. De Vedette werd ook in Brazilië (tot 1967) en Australië (1958-1961) op de markt gebracht.

Simca Aronde 1955-1958Aan de basis van het succes van Simca blijft al die jaren de Aronde staan. In 1955 krijgt de Aronde (vanaf nu 90A Aronde) een facelift met een gewijzigde voor- en achterkant. Het belangrijkste nieuws is echter onder de motorkap te vinden: de 1,3 liter Flash motor. Er zijn nu twee verschillende luxe niveaus: Elysée en Montlhéry. De drie verschillende carrossie varianten worden gehandhaafd en in 1957 aangevuld met twee nieuwe varianten, de Océane, een cabriolet en de Plein Ciel, een hardtop coupe. Beide varianten werden door Facel gemaakt. In 1957 wordt ook de 500.000e Aronde gebouwd en wordt de Aronde ook geëxporteerd naar de Verenigde Staten.

Simca Aronde vanaf 1958Om het succes vast te houden komt Simca in 1958 opnieuw met een aangepaste Aronde, de P60 Aronde. De carrosserie is opnieuw aangepast aan de eisen van de tijd, waarbij de stationwagon wel het nieuwe front krijgt, maar de achterzijde ongewijzigd van het oude model wordt overgenomen. Er is nu de keuze uit een 1,1 liter motor en vanaf 1960 is er een nieuwe 1,3 Rush motor met een vijfvoudig gelagerde krukas. Van de Rush-motor wordt in 1961 ook nog een sterkere variant met 70 pk onder de naam Super Rush geïntroduceerd die alleen verkrijgbaar is twee speciale versies van de Aronde: de Montlhery Speciale sedan en de Monaco Speciale coupe. Van de P60 Aronde stationwagon wordt tussen 1962 en 1964 in Australie ook nog een vijfdeurs variant gemaakt door Chrysler Australië. Dit model dat alleen in Australië leverbaar was, was gebaseerd op de vierdeurs sedan dat werd voorzien van een langer dak.

Ondertussen is er bij Simca van alles gebeurd en heeft in 1958 Chrysler de controle over Simca overgenomen. Hoe dat verliep en hoe het verder ging met Simca is volgende week te lezen in het tweede deel van de OldtimerStory over het merk Simca.

terug naar voorpagina