• Archief
<B><EM>OldtimerStory</B></EM> Trendsetter Audi 100

OldtimerStory Trendsetter Audi 100

Duitsland, begin jaren zestig. Het wirtschafswunder draait op volle toeren en bij Volkswagen vliegen de Kevers de deur uit. Aan de andere kant begint het tweetakt-concept van DKW sterk aan populariteit in te boeten. Als Volkswagen in 1965 de gelegenheid krijgt om Auto Union (waartoe ook DKW behoorde) volledig van toenmalige eigenaar Mercedes over te nemen wordt die kans meteen verzilverd. De Auto Union fabriek in Ingolstadt die onder supervisie van Mercedes is gebouwd wordt onmiddellijk door Volkswagen omgebouwd voor de productie van nog meer Kevers. De Auto Union produceerde op dat moment de Audi F103, beter bekend als simpelweg Audi of als Audi 72, de slecht verkopende DKW met tweetaktmotor had afgelost. Om het tweetakt imago achter zich te laten was voor de nieuwe naam Audi gekozen en werd de naam DKW niet langer gebruikt. Heinrich Nordhoff die op dat moment de scepter zwaait bij Volkswagen was van plan om doorontwikkeling van de nieuwe Audi F103, de eerste viertakt van Auto Union in de koelkast te zetten, waardoor het lot van Audi al bij voorbaat bepaald was. Maar toch zouden plannen van Nordhoff al snel veranderen.

Audi 100 1968 - 1975 vierdeursBij de overname van Auto Union was niet alleen de fabriek overgenomen maar ook het personeel. Onder het personeel bevond zich ook ingenieur Ludwig Kraus. Kraus deelde niet de van Nordhoff dat vraag naar Kevers eeuwig zou aanhouden. En het was Kraus, die geheel tegen de wens van Nordhoff in het geheim de Audi 100 ontwikkelde. De eerste keer dat Nordhoff op de hoogte werd gesteld van het project was toen het prototype aan hem werd gepresenteerd op het moment dat de auto al klaar was voor productie. Noordhoff doorzag op tijd zijn foute inschatting en gaf het groene licht om de Audi 100 daadwerkelijk in productie te nemen. De Audi 100 zou een commercieel succes worden, maar misschien belangrijker nog, de Audi 100 was de eerste uit een reeks van voorwielaangedreven met watergekoelde motoren uitgeruste auto’s van de Volkswagen-groep die volgens hetzelfde concept werden gebouwd. Dit concept zou er uiteindelijk voor zorgen dat Volkswagen kon overleven nadat de auto’s met luchtgekoelde achterin gemonteerde motoren steeds slechter te verkopen waren.

Audi 100 1968 - 1975 tweedeursDe Audi 100 werd op 26 november 1968 getoond aan de pers. De naam was oorspronkelijk afgeleid van het motorvermogen van 100 pk (74 kW; 99 pk). De Audi 100 was de grootste auto binnen de gehele Volkswagen-groep. Op C1 platform van de Audi ontstonden een aantal varianten, een vierdeurs sedan (1968), een tweedeurs sedan (1969) en een coupe (najaar 1970), de Audi 100 Coupe S. De coupe was een stijlvolle fastback coupe, die een opmerkelijke gelijkenis met de Aston Martin DBS had die een jaar eerder op de markt was gekomen. Alle varianten waren voorzien van viercilinder motoren die met een cilinderinhoud 1,8 liter over 80 (basisuitvoering), 90 (S) en 100 pk (LS) beschikten. Voor de Coupe S werd de cilinderinhoud vergroot tot 1,9 liter waarmee de motor een vermogen leverde van 113 pk. Vanaf april 1970 werd de LS 100 leverbaar met een 3-traps automatische versnellingsbak afkomstig van Volkswagen.

Audi 100 Coupe SNog geen twee jaar na de introductie was de Audi 100 een groot succes te noemen, zo groot zelfs dat de fabriek in Ingolstadt op volle toeren moest draaien zonder aan de vraag te kunnen voldoen. Tijdens de zomer van 1970 werd dan ook een extra productielijn voor Audi 100 geplaatst in de Volkswagenfabriek in Wolfsburg. Hiermee werd de Audi de eerste in de Volkswagenfabriek in Wolfsburg geproduceerde auto met waterkoeling. Vele zullen later nog volgen. Beginnend met modeljaar 1972 wordt de 80 en 90 pk versies vervangen door één 1,8 liter motor , goed voor 85 pk. Als nieuwe topversie voor de sedans wordt 100 GL aan het gamma toegevoegd. De 100 GL krijgt de 1,9 liter motor uit de Coupe S.

In maart 1971 werd de 500.000e Audi werd geproduceerd. Op dat was de Audi 100 het meest succesvolle model uit de geschiedenis van Auto Union en was dan ook geen verrassing dat 500.000e Audi een Audi 100 was. In september 1973 krijgt de 100 een kleine facelift, met een iets kleinere grille en andere achterlichten. De torsievering wordt op dat moment vervangen door schroefveren. Voor modeljaar 1975 wordt de basis 100 omgedoopt tot 100 L en voorzien van de 1.6 liter motor uit de in 1972 geïntroduceerde nieuwe Audi 80.

Audi 100 1976In 1976 komt Audi met een geheel nieuwe Audi 100, gebaseerd op het C2 platform. Met een nieuwe, veel strakkere vormgeving is de Audi 100 weer helemaal bij de tijd. Het meest bijzonder nieuwtje is onder de motorkap te vinden, een vijfcilinder motor. Nadat Mercedes-Benz in 1974 de wereld had verrast met een vijfcilinder dieselmotor had Audi bedacht dat dat ook voor een benzinemotor een goed idee zou zijn. Met de oliecrisis vers in het geheugen was de gedachte om het vermogen van een 6-cilinder te kunnen bieden voor het verbruik van een viercilinder. Aanvankelijk leverde de 2,1 liter vijfcilinder motor echter evenveel vermogen als de oude viercilinder 1,9 liter, namelijk 115 pk. Als snel volgde een sterkere variant met benzine-injectie, goed voor 136 pk. Na toevoeging van een turbo liep dat zelfs op tot 170 pk. Uitgerust met de sterkste motoren werd de Audi 100 voorzien van een nieuwe naam Audi 200.

Audi 100 Avant 1977De nieuwe Audi 100 was weer leverbaar als tweedeurs en vierdeurs sedan, de coupe variant kwam bij nieuwe model niet meer terug. In plaats van de coupe komt Audi in augustus 1977 met een vijfdeurs hatchback, bij Audi aangeduid als Audi 100 Avant, zoals die ook bij bijvoorbeeld de Renault 20 / 30 serie te zien was. Binnen de serie nam de vierdeurs sedan de belangrijkste plaats in, de vraag naar de tweedeurs sedan bleef ver achter. In september 1977 gaat bij Audi de vlag uit als de Audi 100 het magische getal van 1.000.000 exemplaren overschrijdt. Hiermee is de Audi het eerste model van Audi die deze mijlpaal haalt. Bijzonder om te melden is dat de 1.000.000ste Audi een Audi Avant die niet in de Audi-fabriek in Ingolstadt is gemaakt, maar in de NSU-fabriek in Neckarsulm.

Audi 200 5TNa de introductie van de vijfcilinder motor is er in 1978 nog meer motornieuws als er een dieselmotor leverbaar wordt, die net als de grootste benzinemotoren over vijfcilinders beschikt. Met 70 pk is de dieselmotor geen geweldenaar, maar speciaal voor de Amerikaanse markt, waar de Audi 100 ook redelijk succes naar toe wordt geëxporteerd, komt er een turbodiesel met 85 pk. Van de in totaal 850.000 van deze serie gebouwde exemplaren maken er rond de 135.000 de oversteek naar Amerika waar ze onder naam Audi 100 en Audi 200 worden verkocht. De Audi 100/200 werd in vier fabrieken gemaakt, de Audi-fabriek in Ingolstadt, bij NSU in Neckarsulm beide in Duitsland, maar ook in Uitenhage, Zuid Afrika en Lagos in Nigeria.

Audi 100 1983Wanneer Audi in 1983 met een opvolger voor de Audi 100 C2-serie komt wordt een enorme stap voorwaarts genomen. Nog steeds is er voorin de auto een in lengterichting geplaatste motor te vinden, wederom vier- en vijfcilinder. Ook de voorwielaandrijving blijft, maar het uiterlijk is bijna revolutionair veranderd. Begin jaren tachtig maken vele fabrikanten de omslag naar in windtunnels geperfectioneerde aerodynamische modellen. Audi neemt deze stap serieus en wel overwogen en de nieuwe C3 Audi 100-serie krijgt dan ook een luchtweerstandscoëfficiënt van slechts 0,30 mee, de laagste CW-waarde voor een productie auto op dat moment. De Audi 100 neemt daarmee in feite de rol van het verdwenen NSU over die met de Ro80 binnen de Volkswagen-groep de trendsetter voor aerodynamische gevormde modellen was. Onder de huid is ook veel werk verricht, de C3-serie is uitgerust met het procon-ten systeem. Dit systeem zorgde ervoor dat bij een frontale aanrijding het stuur naar achteren werd getrokken en de gordels stevig werden aangehaald. Het veiligheidssysteem en de lage CW-waarde zorgden voor een welkome ontvangst door pers en publiek en zorgen er voor dat de Audi 100 tot “Auto van het Jaar 1983” wordt uitgeroepen.

Audi 100 Avant 1983De nieuwe Audi 100 was niet langer als tweedeurs sedan leverbaar, de Avant kwam wel terug was nu meer een stationwagon dan een hatchback. De topmodellen kregen opnieuw het nummer 200 mee en zijn alle voorzien van vijfcilinder motoren met vermogens uiteenlopend van 165 tot 200 pk. Een jaar na introductie komt Audi met katalysator voor bijna alle motoren en vanaf dat moment zijn de benzineversies allemaal met benzine-injectie uitgerust. De vijfcilinder turbodiesel motor is nu naast de atmosferische dieselmotor ook in Europa leverbaar. Om de kwaliteit te waarborgen wordt het grootste gedeelte van de carrosserie verzinkt waardoor roestvorming wordt voorkomen.

Audi 100 quattroNa het succes van de Audi Quattro in de rallywereld besluit Audi om de Audi 100 ook uit te rusten met een quattro systeem. In 1984 wordt de Audi 100 CS quattro leverbaar als sedan en als Avant-uitvoering. De auto beschikt over hetzelfde systeem voor vierwielaandrijving als de Audi Quattro. Standaard is de auto voorzien van de 2,2 liter grote vijfcilinder motor met een vermogen van 136 pk. Het systeem is niet bedoeld om de auto rallyprestaties te geven maar om de wegligging onder moeilijk omstandigheden te verbeteren en daarmee de veiligheid te verhogen. Vanaf 1988 stapt Audi voor alle modellen over op de tweede generatie quattro en ook de Audi 100 krijgt de nieuwe versie de gebruik maakt van een Torsen differentieel.

Audi 5000Naast de Audi 100 en 200 nummering is er speciaal voor de Amerikaanse markt als Audi 5000 leverbaar. De Audi 5000 zou echter een moeizame carrière tegemoet gaan. Na een reeks van onverklaarbare ongelukken met ‘opeens’ accelereerde auto’s krijgt de Audi 5000 een slechte naam. Audi probeert, net als Toyota vandaag de dag, door terugroep acties grip te krijgen op de situatie, maar dat blijkt erg lastig. Zelfs na uitgebreid onderzoek waaruit blijkt dat het alle gevallen waarschijnlijk gaat om menselijke fouten blijft de verkoop van de Audi 5000 teruglopen. In 1989 besluit Audi de nummering 5000 te laten vallen en wordt de Audi 100 weer onder nummer Audi 100 en Audi 200 aan de Amerikaanse man (of vrouw) gebracht.

Audi 200 quattro 1991Om de verkopen eind jaren tachtig weer een impuls te geven komt Audi met een tweetal, bijzondere, nieuwe motor. Voor de benzinemotoren komt er een aanvulling in de vorm van twee V8 motoren, een 3,6 liter en een 4,2 liter beide beschikbaar in combinatie met een automatische versnellingsbak en het quattro-systeem. Naast de nieuwe bezinemotoren komt Audi nog een nieuwe motor, een dieselmotor die voor definitieve doorbraak van de dieselmotor zou zorgen, de 2,5 liter direct ingespoten vijfcilinder turbodiesel, beter bekend als de 2.5 TDI. Deze 120 pk dieselmotor zou net als de C1 Audi 100 in 1968 opnieuw een trendsetter worden binnen de gehele Volkswagen-groep.

Na ruim 1 miljoen exemplaren wordt in 1991 de Audi 100 op basis van het C3 platform afgelost door een nieuwe Audi 100, nu gebaseerd op het nieuwe C4 platform en de opmaat naar de Audi A6 die in 1996 het daglicht ziet. De rol van C3 is echter in 1991 nog niet uitgespeeld, in China blijft de C3 Audi 100 gedurende jaren negentig nog geruime tijd in productie voor de lokale markt.

Trackbacks & Pings