• Archief
<B><EM>OldtimerStory</B></EM> Mini Metro 30 jaar

OldtimerStory Mini Metro 30 jaar

Eind jaren zeventig is British Leyland een genationaliseerd concern dat na een lange reeks van fusies, overnames en verkopen een breed, maar rommelig assortiment auto’s produceert. Eén van de merken onder de British Leyland-vlag is het merk Mini. De Mini is al in productie sinds 1959 en men beseft dat het kleine succesnummer langzaam maar zeker het onderspit zal gaan delven tegenover de moderne concurrenten die elk jaar in aantal toenemen. De eerste aanzet daartoe werd in 1969 gegeven met de Mini Clubman, feitelijk niet veel meer als een Mini met een aangepaste neus en luxer interieur. De verkopen van de Clubman bleven altijd in de schaduw staan van het origineel en de verkopen van het origineel liepen ook steeds verder terug. Tijd voor een opvolger.

Protrotype Mini Metro eind jaren 70In 1980 stelt British Leyland een ‘geheel’ nieuwe auto voor die de Mini moet vervangen: de Mini Metro. De ontwiikkeling was al 1974 van start gegeaan. De carrosserie is inderdaad helemaal nieuw en een stuk ruimer dan de auto die hij moet vervangen. Met een grote derde deur en een redelijke bagageruimte doet British Leyland weer serieus mee in het segment van de kleine auto’s. Technisch is de Mini Metro minder vooruitstrevend. Voorin de auto zijn de alom bekende A-series motor te vinden die ook te vinden zijn in de Mini en zelf teruggaat tot de Moris Minor van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Toch hadden de Britse ingenieur niet helemaal stilgezeten, de motor was nog eens nauwkeurig onderhanden genomen om het benzineverbruik zo laag mogelijk te krijgen. Er werd onder andere een volledig elektronische ontsteking gemonteerd. Dat resulteerde in een benzineverbruik dat volgens de fabrieksopgave slechts 1 op 20,8 bedroeg. Net zoals dat tegenwoordig gaat was die waarde in de praktijk natuurlijk niet te halen maar het was wel degelijk mogelijk om akelig dit in de buurt te komen. Hoezo, oude auto’s zijn niet zuinig! De genoemde waarden gaan overigens op voor de kleinste motorvariant, de 1,0 liter (44 pk). Daarnaast was er ook nog de alom bekende 1275cc metende variant die met 63 pk goed was voor een topsnelheid van 156 km/u. Ook de versnellingsbak is een oude bekende uit de Mini en vormt net als bij de Mini één geheel met de motor. De versnellingsbak is onder de motor te vinden en wordt gesmeerd met de motorolie van de motor. Omdat op de wijze maar heel weinig ruimte beschikbaar is, is al een vierbak beschikbaar. Een vijfbak paste er simpelweg niet in.

Mini Metro 1980Ook het onderstel vertoont veel overeenkomsten met de Mini, toch is er wel degelijk een groot verschil te vinden. Waren de Mini’s uit de jaren zeventig voorzien van veerelementen gemaakt van rubber, de Mini Metro krijgt hydragas-vering zoals de oer-Mini en bijvoorbeeld ook de Austin Allegro die ook hadden. Het resultaat was een stuk comfortabeler rijgedrag dan bij een Mini haalbaar was. Positief was dat de wegligging nog steeds goed was te noemen. Verder is de Mini Metro een stuk stiller dan een Mini (die verre van stil was te noemen), iets wat ook positief bijdraagt aan het rijcomfort. Het interieur kan zich meten met vergelijkbare auto’s uit dezelfde periode. De instap is goed, maar opvallend zijn de hoge dorpels. Uiterlijk kon het verschil met de Mini bijna niet groter zijn, de Mini Metro was bij de introductie zondermeer een moderne verschijning te noemen. De nieuwe Metro had weliswaar nog geen geïntegreerde kunststof bumpers maar was door het hoekig ontwerp en de strakke lijnen duidelijk klaar voor de jaren tachtig. Door de derde deur was de bagageruimte eenvoudig te beladen en door het neerklappen was er extra ruimte wanneer dat nodig was.

MG Metro TurboWanneer de Mini Metro in 1980 beschikbaar wordt bij de dealers kan er worden gekozen uit een klein aantal varianten, voorzien van een 1,0 of 1,3 liter motor die de onder naam Mini Metro werden verkocht met op de grille een British Leyland logo, maar ook de naam Austin Metro werd wel gehoord. In 1982 komen er twee nieuwe varianten op het Metro thema. De eerste is een luxere variant die onder de naam Vanden Plas op de markt wordt gebracht. De tweede variant krijgt een eigen merk naam mee: MG. Sinds 1980 bestond het merk MG alleen nog op papier nadat de MG fabriek in Abingdon was gesloten. Vele MG liefhebbers hebben waarschijnlijk, op zijn minst, ernstig met de wenkbrauwen gefronst toen British Leyland aankondigde dat er onder merknaam MG een sportieve versie van Mini Metro op de markt zou komen. Ondanks deze terughoudendheid was de MG Metro meteen een succes, reden genoeg voor British Leyland om met een nog sportievere variant van de MG Metro te komen, de MG Metro Turbo. De gewone MG Metro was gebaseerd op de 1275 cc motor, die nu ruim 70 pk leverde, en onderscheidde zich met name door een stuggere afstelling van de hydragas-vering en sportief uiterlijk. Bij de MG Metro Turbo was de motor nog eens stevig onderhanden genomen door er een turbo op te monteren. Het resultaat was dat de A-series motor maar liefst 93 pk leverde, goed voor een topsnelheid van meer dan 175 km/u.

Mini Metro 6R4De merken die onder de paraplu van British Leyland waren terecht gekomen hadden allemaal op hun eigen manier successen in de race- en rallywereld gehad. Tegelijk met het einde van de Triumph-productie, het merk bestond alleen nog maar als een aangepast Honda Civic, had British Leyland de rallywereld verlaten. Met de MG Metro wilde British Leyland opnieuw het rallytoneel betreden. Speciaal voor dit doel werd de MG Metro 6R4 ontwikkeld. Begin jaren tachtig had Audi met succes de Quattro in de rallystrijd gebracht en domineerde met de vierwielaangedreven Audi’s het speelveld. Het was dan ook voor de handliggend dat het antwoord hierop in ieder geval een vierwielaangedreven auto’s moest zijn. Dit verklaart meteen de ‘4’ in de typenaam. Voor de ‘6’ kan de verklaring in de toegepaste motor worden gevonden. Op basis van de overbekend V8 motor uit de Rover-stal werd een V6 motor gebouwd die in staat was een vermogen van 250 pk te leveren. Natuurlijk paste een dergelijke motor nooit onder motorkap van een Metro. Daarom werd de motor net achter stoelen in het midden van de auto geplaatst. De bodemplaat van de Metro bood ook hier geen ruimte en er werd dan ook uitgeweken naar de bodemplaat van de Maestro, de grote broer van de Metro. Uiteindelijk was eigenlijk alleen de buitenkant nog afgeleid van de oorspronkelijke MG Metro. De zoektocht naar steeds meer pk’s en techniek leidde tot een aantal grote ongelukken in de rallywereld. Daarop werd besloten dat dergelijk exoten als de MG Metro 6R4, maar ook bijvoorbeeld de Ford RS 200, voortaan niet meer aan de start mochten verschijnen. De rallycarrière van de MG Metro 6R4 was kort, maar toch nog redelijk succesvol te noemen met een 3e plaats in de RAC Rally van 1985 als hoogtepunt.

Austin Metro vijfdeursDe naam van de auto was inmiddels simpelweg Metro geworden. De aloude Mini was nog steeds in productie en was het wel duidelijk geworden dat die simpelweg niet te vervangen was. De heren van de ondertussen tot Austin Rover Group omgedoopte British Leyland zagen dat nu ook wel in en de naam Mini Metro werd dan ook Austin Metro. Met name in Groot Brittannië is de Metro een groot succes. Ook in Europa wordt de auto redelijk verkocht maar ondervindt hier grote concurrentie van ondermeer de Peugeot 205, Fiat Uno en auto’s als de Ford Fiesta en Volkswagen Polo. Om de verkopen een ‘boost’ te geven komt Austin Rover Group met een vijfdeurs versie van de Metro. Tegelijkertijd krijgt de auto een kleine facelift waarbij aan de buitenkant met name het aangepaste front opvalt. In het interieur viel een nieuw ontworpen dashboard op. Hoewel de roep om een vijfde versnelling, inmiddels leverbaar bij alle concurrenten, steeds groter werd, was die nog steeds niet leverbaar. De gekozen constructie van de versnellingsbak onder de motor bod daar simpelweg de ruimte niet voor. Het motorenaanbod blijft ongewijzigd.

Rover 100Eind jaren tachtig valt het doek voor het merk Austin en worden alle modellen vanaf dat moment verkocht onder de naam Rover. Bij deze gelegenheid krijgt de Metro een grote facelift, zowel uiterlijk als technisch. Het belangrijkste nieuws is te vinden onder de motorkap waar de inmiddels toch wel erg ouderwetse A-series motoren worden afgelost door de moderne motoren van uit de Rover K-serie. De hydragas-vering wordt aangepast waardoor de auto aanmerkelijk comfortabeler wordt en weer aansluiting vindt bij de concurrentie. Door de nieuwe motoren is nu eindelijk ook een vijfbak leverbaar. Naast de nieuwe benzinemotoren is er nu ook een dieselversie leverbaar. De naam Metro komt te vervallen en de auto wordt als Rover 100 als volwaardig lid in het Rover-progamma opgenomen. De verkopen trekken echter niet weer aan. Eigenlijk is begin jaren negentig de Rover 100 een achterhaalde auto die door de moderne motoren weliswaar de concurrentie nog kan enigszins kan bijhouden, maar die op het gebied van interieurruimte en veiligheid (de Rover 100 scoorde ronduit dramatisch in de NCAP-test) in vrijwel elke concurrent de meerdere moet erkennen. Na 2.078.218 geproduceerde exemplaren is eind 1997 de rol van de Metro uitgespeeld. Hieruit blijkt uiteindelijk toch de rol die de Metro heeft gespeeld in de Britse auto-industrie, slechts twee andere modellen scoorden ooit beter, de Mini bracht de teller op 5.505.874 exemplaren, terwijl de BMC 1100/1300 uit de jaren zestig en zeventig een nipte tweede plaats voor de Metro claimt met een totaal van 2.151.007 exemplaren.

terug naar voorpagina