• Archief
Oldtimers en milieu – gaat dat samen?

Oldtimers en milieu – gaat dat samen?

De oldtimerwereld heeft veel sympathie bij het grote publiek. En ook in de politiek en bij de overheid is er veel bijval. Toch leeft binnen de oldtimerwereld het gevoel dat meningen soms snel kunnen omslaan. En verloren sympathie wordt niet zo snel herwonnen. Er komt dus veel bij kijken om het zo te houden dat het grote publiek oldtimers eerder als een lust dan als een last ervaart.

Bewustwording
In Nederland zijn bijna 200 clubs die samen rond de 60.000 oldtimereigenaren verenigd in de FEHAC. Er is dan ook een belangrijke rol weggelegd voor de FEHAC om imago van oldtimerwereld te bewaken. Maar het beeld dat de FEHAC neerzet moet kloppen met de praktijk, en dat zijn de oldtimerliefhebbers die de FEHAC vertegenwoordigd. In de belangenbehartiging komt het er voor de FEHAC op aan op tijd en goed gedoseerd met de juiste inbreng te komen. Voorbeelden uit de praktijk van slecht gedrag komen daarbij niet van pas. De clubs en de leden daarvan moeten zich daarom bewust zijn van hun ambassadeursrol voor de hele groep van oldtimerliefhebbers: veroorzaak iemand serieuze hinder, dan kan hij of zij er een hele groep mee treffen, en dan heeft iedereen een serieus probleem.

Milieu Code
Om de bewustheid van eigen verantwoordelijkheid te verhogen introduceert de FEHAC een nieuwe code: de Milieu Code. Net als de eerder gepubliceerde Bestuurders Code is het een vertaling van een publicatie van de FIVA, de wereldwijde Internationale Federatie van Historische Voertuigen waarin de FEHAC een actieve rol speelt. Beide codes zijn via de FEHAC-websitete downloaden. De Milieucode is helaas nog niet in het Nederlands beschikbaar.

Luchtkwaliteit en klimaat
Het draait eigenlijk hierbij steeds om twee onderwerpen: luchtkwaliteit en klimaat. Bij luchtkwaliteit gaat het vooral om de vervuiling die uit de uitlaat komt. De Europese en nationale zorg op gebied van luchtkwaliteit heeft momenteel vooral betrekking op twee stoffen: fijn stof en stikstofoxiden. Hiervoor gelden al strenge normen. En de lat komt nog hoger te liggen. Nieuwe, nog strengere EU normen zijn op komst en ontheffingsregelingen waardoor o.a. Nederland nog niet aan de strengste normen hoeft te voldoen lopen af. (bijvoorbeeld voor NO2 , stikstofdioxide, per 1 januari 2015.) Het gaat bij luchtkwaliteit om ons aller gezondheid, dus minder streng zullen de normen zeker niet worden.

Het klimaatprobleem is vooral een energieprobleem. Het gaat hierbij om de uitstoot van CO2 , ook wel broeikasgassen genoemd. En hoe meer een voertuig verbruikt, des te hoger de CO2 uitstoot. De heersende mening in de wetenschap is dat er een relatie is tussen CO2 uitstoot en klimaatverandering. De EU-normen op dit gebied zijn alleen van toepassing op nieuwe voertuigen.

Eigen onderzoek FEHAC
De FEHAC heeft een aantal jaren geleden een milieucommissie in het leven geroepen, waarvan behalve een aantal bestuursleden en twee emissiedeskundigen uit de automotive wereld ook Ir. Rudolf Rijkeboer Eur-Ing deel uitmaakt. Hij heeft bij TNO decennia lang een vooraanstaande rol gespeeld bij het emissieonderzoek en was op dit gebied adviseur van de Nederlandse overheid en betrokken bij projecten van de Europese Commissie. De heer Rijkeboer heeft een wetenschappelijk model gemaakt, AMOEBE genaamd, dat de bijdrage van oldtimers aan de emissies van het totale wegverkeer becijfert, niet alleen nu, maar ook in de komende jaren. Het model maakt gebruik van de bestaande gegevens over het wagenpark, gemiddelde jaarkilometrages en emissies per kilometer per brandstofsoort.

AMOEBE is bedoeld als rekenmodel voor de huidige situatie en niet voor emissies in het verleden. En dan is het de vraag of de emissie van een huidige oldtimer nog wel overeenkomt met die uit zijn “jeugd”. Dat heeft de FEHAC zelf getoetst, door middel van een aantal praktijktests. Het doel hiervan was om te meten wat oldtimers nu werkelijk uitstoten en het resultaat te vergelijken met de uitgangspunten van AMOEBE.
In totaal zijn er 60 meetresultaten. Het waren geen wetenschappelijke metingen, zoals TNO die zou doen. Daarvoor waren de condities te variabel. De FEHAC heeft de overheid overigens om subsidie verzocht om ook volgens de vastgestelde normen te kunnen meten, maar men is daarop helaas niet ingegaan.

Een korte samenvatting van de resultaten:
• 18 meetresultaten (30%) voldoen aan de meest strenge norm die pas in 2002 is ingevoerd.
• 12 meetresultaten (20%) voldoen niet aan de norm van 1973.
• Van de 49 voertuigen waren er 12 van 1974 of jonger. Slechts 1 voertuig was van na 1986.
• Het merendeel van de voertuigen (37) is dus vergeleken met normen, die nog niet bestonden op het moment dat het voertuig geproduceerd werd!

LPG – inbouw en katalysator
Het wordt vaak gezegd en uit onze emissiemetingen is het ook gebleken: het gebruik van LPG heeft een gunstig effect op de uitstoot. Ook uit recent onderzoek van TNO is gebleken, dat LPG veel schoner is dan zelfs de modernste diesels (met een affabriek roetfilter), zeker als het om de NO2 uitstoot gaat. Daarom is LPG-inbouw voor bijvoorbeeld vrachtwagens met benzinemotor een goede oplossing. De FEHAC is in verband met de fiscale positie van de oldtimer geen voorstander van dagelijks gebruik van de oldtimer, maar in vergelijking tot benzine presteren voertuigen met LPG op zich in het algemeen beter op emissiegebied.

De (retrofit) inbouw van een geregelde katalysator is praktisch alleen mogelijk, wanneer er sprake is van elektronisch geregelde benzine-inspuiting. Dat is bij benzinemotoren een jaar of 25 geleden gangbaar geworden. Maar omdat meestal het uitgangspunt is dat de authenticiteit van voertuigen zo min mogelijk moet worden aangetast én omdat er maar heel weinig wordt gereden met oldtimers weegt het milieuvoordeel van retrofit volgens ons niet of nauwelijks op tegen de kosten van aanschaf én het milieunadeel van de productie van de katalysator, met name door het gebruik van schaarse grondstoffen.

Oldtimers en milieu
Terug naar de titel van dit artikel, oldtimers en milieu – gaat dat samen? Na het lezen van dit artikel mag de conclusie “ja, maar..” worden getrokken. Wanneer iedereen zijn of haar oldtimer met verstand en beleid wordt inzet is er “geen vuiltje aan de lucht” en kunnen alle oldtimerliefhebbers nog lang van hun oldtimers genieten.

terug naar voorpagina