• Archief
<B><EM>Techniek</B></EM> Motorolie

Techniek Motorolie

Een goede (kwaliteits)motorolie is essentieel voor het behoud van uw oldtimer. Vandaag op OldtimerNieuws daarom een korte uitleg over motorolie.

De smering
De levensduur van de motor wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de smering. Motorolie heeft volgende functies:
• de wrijving tussen de onderdelen zo minimaal mogelijk te maken zodat er zo weinig mogelijk energie omgezet wordt in nutteloze warmteontwikkeling.
• motorolie zorgt er voor dat er zo weinig mogelijk slijtage gebeurt.
• helpt mee met het koelen van de motor door warmteafvoer.
• reinigt en beschermt het oliecircuit tegen corrosie.
• zorgt voor een goede dichting tussen de cilinderwand en de zuiger zodat een
maximale compressie en rendement behouden blijft.
• zorgt voor een goede werking van alle bewegende onderdelen bij elke bedrijfs-temperatuur.

De samenstelling van motorolie
Motorolie bestaat meestal uit een basisolie waaraan meerdere toevoegingen gebeuren volgens het doel waarvoor ze moet dienen.

Als basismotorolie bestaan nu:
• minerale olie gewonnen uit aardolie (aanbevolen voor de meeste oldtimers)
• synthetische olie gewonnen uit een chemisch of petrochemisch procédé (afgeraden voor de meeste oldtimers)
• semi-synthetische olie, samengesteld uit een combinatie van minerale en synthetische olie (soms geschikt voor youngtimers).

Toevoegproducten kunnen extra eigenschappen meegeven:
• de smering bij het starten verbeteren.
• slijtage verminderen.
• schuimvorming van de olie voorkomen.
• corrosie voorkomen en het oliecircuit schoonhouden.
• bezinking of vastzetting van vuildeeltjes voorkomen.

Het oliepeil
De auto heeft in de motor een peilstok, waarmee het oliepeil gemeten kan worden. Soms is er ook een verklikkerlampje of een oliedrukmeter die aangeeft wanneer de oliedruk te laag (oliepeil te laag?) of weggevallen (leiding gesprongen, oliepomp defect, …?) is. Op de peilstok is er altijd een minimum- en een maximumaanduiding. Controleer elke 500 a 1000 km het oliepeil wanneer de motor warm is maar tenminste 10 minuten niet heeft gelopen en op een horizontale weg heeft stilgestaan. Peil niet een koude motor die lange tijd heeft stilgestaan, het peil is dan vaak hoger omdat eventuele filters ook zijn leeggelopen. Het oliepeil moet zich bevinden tussen de maximum en het minimum aanduiding. Wanneer het oliepeil te laag is, bijvullen tot het maximumpeil benaderd wordt. Voor het controleren moet je telkens wat wachten zodat de bijgegoten olie naar beneden kan lopen. Vul het oliepeil nooit hoger aan dan het maximum: dit kan motorschade veroorzaken! Vul alleen bij met eenzelfde soort olie( zie etiket ; dit is daarom niet hetzelfde ”merk”). Kijk in het instructieboekje hoeveel liter verschil er is tussen de minimummarkering en de maximummarkering, zodat je bij het meten een idee krijgt over de grootte orde van het eventuele olieverbruik en over wat er eventueel moet bijgegoten worden.

Olieverbruik
Een goede motor verbruikt altijd olie: bij sommige oldtimers kan tot een halve liter per 500 km verbruik nog als ”normaal” beschouwd worden, raadpleeg voor uw oldtimer de gegevens van de fabrikant . Een nieuwe motor ”in rodage” verbruikt meer olie dan wanneer de motor ”gerodeerd” is (na +- 10 000 km). Een hoger verbruik duidt op versleten motor, verkeerde afstelling, kleppen vervuild of met slechte sluiting, overbelasting, een defect, de verkeerde olie, verkeerd rijgedrag, … en moet nagekeken worden.

Oliefilter
Door het rijden, wordt de motorolie aangetast door roet, brandstof, metaaldeeltjes, stof, vocht, … Daarom wordt de rondgepompte olie door een oliefilter gebracht die zwevende deeltjes tot +- 10/1000ste mm uitfiltert. Hierdoor blijven de bewegende onderdelen voorzien van een goede smering door zuivere olie. Doordat het oliefilter aan de buitenkant van het motorblok zit, wordt de doorgepompte olie hier enigszins afgekoeld, wat de inwendige mechanische slijtage verder beperkt. Sommige auto’s daarom zelfs voorzien van een extra oliekoeler die voor de radiateur is geplaatst. Het oliefilter is na enige tijd verzadigd en moet vervangen worden. Voor de meeste oldtimers is het raadzaam om dat tenminste eenmaal per jaar te doen. Een aantal oldtimers is daarnaast voorzien van een zogenaamd schraapfilter. De hendel van dit filter moet volgens voorschrift elke dag één keer drie of vier slagen maken. Het schraapfilter is een grof filter dat de grootste delen uit de olie filtert. Omdat de moderne oliesoorten goed in staat zijn om vuil zwevend te houden en af te voeren naar het vervangbare fijn filter is de taak van het schraapfilter naar de achtergrond verdwenen.

Eigenschappen olie
Wanneer de temperatuur stijgt, wordt motorolie dunner en dus vloeibaarder. Omgekeerd: bij dalende temperatuur wordt motorolie dikker en dus minder vloeibaar (starten gaat moeilijker). Om de viscositeit of vloeibaarheid van motorolie te kennen, wordt de SAE-specificatie gebruikt (Society of Automotive Engineers): de letters SAE gevolgd door een getal, de letter W, eventueel gevolgd door een tweede getal. Hoe lager het eerste getal (voor de W) hoe dunner de olie blijft bij lage temperaturen (goede start en smering in koude omstandigheden). Hoe hoger het tweede getal (na de W) hoe dikker de olie blijft bij hoge temperaturen (goede smering in warme omstandigheden) ”Monograde of singlegrade olie” is een oliesoort die geschikt is voor ofwel lage ofwel hoge temperaturen, maar niet voor beiden tegelijk. ”Multigrade olie” is een oliesoort die geschikt is voor de aangeduide lage én hoge temperaturen tegelijkertijd.

Enkele voorbeelden:
SAE 5W – 30 is een nieuwe erg dunne motorolie A1/B1 en SJ (energiebesparend) die even goed zou zijn als A3/B3/B4 (gebruikt door vele Amerikaanse merken en Europese Ford, sommige Peugeots en VW-motoren. Opgepast : de olie mag slechts gebruikt worden indien dit uitdrukkelijk is toegestaan door de fabrikant.
SAE 10W – 40 is een multigrade motorolie waarvan de olie goed vloeibaar blijft bij lage temperaturen en voldoende dik bij hoge temperaturen.
SAE 15W is een monograde olie waarvan de olie redelijk vloeibaar blijft bij lage temperaturen en geen garanties biedt bij hoge temperaturen.
SAE 30W is een monograde olie waarvan de olie dik blijft bij hoge temperaturen en geen garanties beidt bij lage temperaturen.
SAE 5W – 40 is een multigrade motorolie waarvan de olie zeer goed vloeibaar blijft bij lage temperaturen en voldoende dik bij hoge temperaturen (geschikt voor de winter en koude streken)
SAE 20W – 50 is een multigrade motorolie waarvan de olie redelijk vloeibaar blijft bij lage temperaturen en goed dik bij hoge temperaturen (geschikt voor de zomer of warme streken).

De kwaliteit van de motorolie aflezen op het etiket
De API-norm (Amerikaans: American Petroleum Institute): deze normen bestaan uit twee letters. De S-klasse (”Sersice station”) is bedoeld voor benzinemotoren. De C-klasse (”commercial vehicles”) is bedoeld voor dieselmotoren. De tweede letter geeft de bedrijfsomstandigheden of het bouwjaar van de motor aan. Soms wordt voor eenzelfde motorolie, meerdere coden aangegeven. Dit betekent dat die olie gebruikt kan worden in beide omstandigheden.

Voorbeelden:
API SD: motorolie voor benzinemotor (S) van 1968 – 1970 die bescherming biedt tegen neerslag bij hoge temperaturen (=detergentie) en bij lage temperaturen (=dispergentie), met bescherming tegen slijtagen en roest
API SE: motorolie voor benzinemotor (S) vanaf 1971. SE-olie mag SC vervangen. Goede weerstand tegen oxydatie en ”cold sludge”.
API SF : motorolie voor benzinemotor (S) van betere kwaliteit dan SE, verhoogde weerstand tegen veroudering en slijtgage.
API SG : motorolie voor benzinemotor (S) vanaf 1989. SG-olie mag SF, CC, SE of SE/CC vervangen. SG presteert beter dan SF olie op gebied van weerstand, bescherming tegen slijtage en weerstand tegen oxydatie
API SH : motorolie voor benzinemotor (S) betere kwaliteit dan SG vooral voor bij gebruik in zwaardere motoren
API SJ : motorolie voor benzinemotor (S) van uitstekende kwaliteit (J)
API CA : motorolie voor dieselmotor (C) die werkt onder lichte omstandigheden (A)
API CB : motorolie voor dieselmotor (C) van redelijke kwaliteit (C)
API CC : motorolie voor dieselmotor (C) van normaal gebruik, sterk detergent en dispergent en beschermen afdoend tegen slijtage en corrosie
API CD : motorolie voor dieselmotor (C) voor zwaar belaste dieselmotoren, snel draaiend en met hoge gemiddeld effectieve drukken geleverd door drukvulling (=turbo), sterk detergent en dispergent en beschermen afdoend tegen slijtage en corrosie
API CE : motorolie voor dieselmotor (C) met zware belasting en turbo, in omloop sinds 1983. Motoren met hoog vemogen en hoog of laag toerental. CE mag voor alle motoren Cd vervangen. Verbeterde eigenschappen inzake olieverbruik, neerslag, slijtage en indikking.
API CF : motorolie voor dieselmotor (C) is idem aan CE met toevoeging van een micro oxydatietest.

CCMC-norm (Europees: Comité des Constructeur d’Automobiles du Marché Commun)
G = gasolin (benzine)
D = diesel

Voorbeelden:
CCMC G 4 (multigrade) is bestemd voor benzinemotoren en vergelijkbaar met SG en overtreft SF (voorheen G 2)
CCMC G 5 (multigrade) hoogste kwaliteit voor benzinemotoren (voorheen G 3) met alle eigenschappen van G 4 en een hogere temperatuursstabiliteit
CCMC D 4 (multigrade) is bestemd voor dieselmotoren en overtreft de CD en CE kwaliteit (voorheen D2)
CCMC D 5 (multigrade) hoogste kwaliteit voor dieselmotoren zoals de klasse SHPD-olie voor bedrijfsvoertuigen(voorheen D3)
CCMC PD2 (multigrade) is bestemd voor dieselmotoren in personenwagens en lichte vrachtwagens met turbodiesel (voorheen PD1)

De ACEA-norm (Europees: Association des Constructeurs Européens Automobiles).
Deze normen zijn ontwikkeld in 1996, de code bestaat uit een letter, getal en jaartal.

De letter duidt aan voor welk soort motor de olie bedoeld is:
A = benzinemotor
B = dieselmotor in personenwagens en lichte vrachtwagens
C = dieselmotor in bedrijfswagens
E = dieselmotor in zware bedrijfswagens

Het getal duidt aan over welke kwaliteit het gaat:
1 = de laagste kwaliteit
2 = de middelste kwaliteit
3 = de hoogte kwaliteit

Het jaartal duidt aan wanneer de aangeduide norm werd vastgelegd:
96 = het jaar 1996 waarin de aangeduide norm werd vastgelegd.

Voorbeelden:
ACEA B3 – 98 is de beste oliekwaliteit bedoeld voor lichte vrachtwagens, gebaseerd op de vastgelegde norm in 1998
ACEA C2 – 96 is de gemiddelde oliekwaliteit bedoeld voor bedrijfswagens, gebaseerd op de vastgelegde norm in 1996
ACEA A1 – 96 is de laagste oliekwaliteit bedoeld voor benzinewagens, gebaseerd op de vastgelegde norm in 1996. Zie ook bij de voorbeelden bij viscositeit (5W-30)

Tenslotte
Raadpleeg altijd het instructieboekje of informatie van de fabrikant voor de juiste olie voor uw voertuig. Het gebruik van verkeerde olie (gradering of bijvoorbeeld synthetisch in plaats van mineraal) kan ernstige schade aan de motor betekenen. Toepassing van het gestelde in dit artikel gebeurd op eigen risico.

terug naar voorpagina