• Archief
Oldtimers en benzine

Oldtimers en benzine

Benzine is een mengsel van koolwaterstoffen dat wordt gebruikt als brandstof voor benzinemotoren en als oplos- en schoonmaakmiddel. Het bestaat uit lichtere destillatiefracties van aardolie met een lage viscositeit en betrekkelijk laag kooktraject en bevat enkel vloeibare alkenen en alkanen. Benzine is kleurloos. Het bestaat uit een mengsel van koolwaterstoffen met doorgaans 4 tot circa 12 koolstofatomen, en met name uit vertakte alkanen en moleculen met een benzeenring, zoals tolueen en xyleen. Het is wellicht verrassend dat, ondanks de naam, moderne benzine weinig benzeen bevat. Deze component is verwijderd omdat het kankerverwekkend is. Ook zwavelverbindingen zijn verwijderd om luchtverontreiniging tegen te gaan.

Aan benzine die als brandstof gebruikt wordt worden additieven (ook wel dopes genoemd) toegevoegd om te voorkomen dat de motor gaat kloppen (ook wel pingelen genoemd). De klopvastheid wordt uitgedrukt in het octaangetal van de benzine (RON). Ondanks de naam, is het octaangetal geen maat voor de hoeveelheid octaan die in de benzine zit. Klopvastheid is een term waarmee een eigenschap van benzine voor benzinemotoren wordt aangeduid. Het slaat op de mate waarin die brandstof in een benzine-luchtmengsel kan worden samengeperst (met de daarbij behorende temperatuursverhoging) zonder tot zelfontbranding te komen. Door het onvoorspelbare tijdstip van spontane ontbranding, kloppen of pingelen genoemd, ontstaat een onregelmatige loop en op den duur schade aan de motor. Benzine met een hoge klopvastheid heeft een hoog octaangetal doordat het veel vertakte koolwaterstoffen bevat. De klopvastheid wordt meestal aangegeven door het octaangetal vaak verward met de term octaangehalte. Het octaangetal van benzine wordt gemeten door de klopvastheid te vergelijken met een mengsel van het makkelijk ontbrandbare n-heptaan en het moeilijk ontbrandbare iso-octaan (2,2,4-trimethylpentaan). Hierbij geldt per definitie dat de klopvastheid van n-heptaan 0 en die van iso-octaan 100 is. Hoe hoger het octaangetal, hoe klopvaster de benzine. Naar mate het octaangetal hoger is, ontbrandt het gecomprimeerde benzine-luchtmengsel minder gemakkelijk spontaan. Klopvaste benzine laat daardoor een hogere compressieverhouding toe zonder spontaan te ontbranden en kan daarmee hogere motorvermogens leveren. De klopvastheid van benzines voor auto’s valt grofweg tussen de 76 en 100 RON. Er bestaan brandstoffen die klopvaster zijn dan iso-octaan en dus een hoger octaangetal hebben dan 100. LPG bijvoorbeeld heeft een klopvastheid van 108-110.

Om de klopvastheid van benzine te vergroten werd vroeger tetraethyllood (TEL) toegevoegd. Deze zeer giftige chemische verbinding verhoogt het octaangetal zeer sterk en daarvoor waren slechts zeer kleine hoeveelheden nodig. Door het immens grote verbruik van benzine vormde TEL echter toch de grootste loodvervuiling van het milieu. Een tijdje was het moeilijk om een goed alternatief voor TEL te vinden. Benzeen, dat een natuurlijk onderdeel van benzine vormt, heeft een zeer grote klopvastheid en kwam in de periode nadat TEL werd verboden in grotere hoeveelheid in superbenzine voor. Men was echter bang voor de gezondheidsrisico’s. Tegenwoordig voegt men methyl-tert-butylether (MTBE) toe aan benzine. Ook deze stof is niet onomstreden, maar wel duidelijk minder gevaarlijk dan benzeen. In de loop der laatste jaren zijn er steeds meer auto’s gekomen die genoegen nemen met normale benzine, die een lagere klopvastheid heeft en minder toevoegingen nodig heeft.

Bij de meeste tankstations kun je benzine in twee soorten vinden, namelijk euro 95 en super 98, tegenwoordig vaak Premium brandstof genoemd met namen als V-Power en Excellium (met soms een nog hoger octaangetal dan 98). Deze laatste is benzine met een hogere klopvastheid. Men tankt liever geen euro 95 in auto’s die super 98 nodig hebben, omdat de verbranding in de cilinders ongecontroleerd zal plaatsvinden en de auto zal gaan pingelen, zodat er beschadiging kan optreden. Omgekeerd mag wel, maar is niet nodig. Pingelen of kloppen is het ongecontroleerd zelfontbranden van in de benzinemotor. Bij hogere toerentallen is de vullingsgraad van de cilinders lager, waardoor de kans op kloppen vermindert maar door de hogere snelheid van de gasstromen wordt de turbulentie binnen de cilinder groter waardoor de gasmengels ongecontroleerd kunnen zelfontbranden en motorschade kunnen veroorzaken. Het klop-gevoel ontstaat doordat er een ongecontroleerde zelfontbranding gebeurt vooraleer de zuiger zijn bovenste dode punt (BDP) bereikt heeft. Door deze vervroegde drukontwikkeling op de zuiger, zal deze de neiging hebben om de krukas in de tegengestelde richting te laten draaien; met een klop-gevoel als gevolg.

Een typische omstandigheid waarin pingelen opgewekt wordt is het zwaar belasten van een motor bij lage toerentallen – bijvoorbeeld met een caravan in de bergen. Dit is een zogenaamde ‘low speed knock’. Daarom is het verstandig om onder dergelijke omstandigheden terug te schakelen naar een wat hoger toerental en minder gas te geven. Niet in de laatste plaats is de klopvastheid van de getankte benzine van belang. ‘Normale’ benzine met een RON van 95 tanken in een auto die volgens het instructieboekje op ‘super’ (RON is 98) rijdt kan schadelijk zijn. Andersom is geen enkel probleem maar wel zinloos. Kloppen kan betekenen dat er met de motorkoeling iets niet in orde is.

Tot zover de theorie over benzine. Maar wat stop ik nu in de tank van mijn oldtimer? Zoals jullie in het verhaal hebben gelezen is de klopvastheid van de benzine daarbij de eerste leidraad. In verleden waren er een aantal verschillende benzinekwaliteiten aan de pomp verkrijgbaar. Bovendien waren er bijvoorbeeld in de Verenigde Staten benzines met ander octaangetallen dan in Nederland verkrijgbaar. Hoe hoger de compressieverhouding van de motor, hoe hoger in de regel het octaangetal moet zijn. Vele ‘normale’ oldtimer rijden prima op euro 95. Maar een oldtimer sportauto of bijvoorbeeld een Audi 100 met zijn hoge compressie motor is beter af met euro 98 of een premium benzine. Naast het octaangetal is de aanwezigheid of liever de afwezigheid van een loodtoevoeging aan de benzine van belang. Loodhoudende benzine is in Nederland inmiddels niet meer verkrijgbaar. Vele oldtimer rjiden prima op loodvrije benzine en zullen dat ook blijven doen. Voor sommige modellen is het echter wijsheid om een loodvervanger aan de benzine toe te voegen. Dit doen we om zachte klepzittingen te beschermen. Deze motoren zijn niet ontworpen om op loodvrije benzine te draaien en zonder deze loodbescherming kunnen ‘zachte’ klepzittingen snel slijten wat kan leiden tot:
• Slecht starten
• Slecht stationair en onregelmatig draaiende motoren
• Vermogensverlies
• Te vroege ontsteking of ‘pingelen’
Raadpleeg het instructieboek van de oldtimer, of een expert van een merkenclub of dealer om te achterhalen of een oldtimer wel of niet een loodvervanger nodig heeft.

Nog een laatste noot: de samenstelling van benzine is in de loop der jaren sterk veranderd. Het kan dan ook zomaar zijn dat oude benzineslangen, pakkingen of pompmembramen worden aangetast door de moderne benzine. Zorg er dus voor dat met name benzineslangen zijn vervangen door moderne exemplaren. Wanneer je de auto weinig gebruikt is soms ook raadzaam om een toevoeging in de benzine te doen die voorkomt dat de benzine die nog in de tank zit snel verouderd. Wegzetten met een lege tank tenslotte is ook niet raadzaam, dit vergroot de kans op roestvorming in de tank.

terug naar voorpagina