• Archief
<B><EM>Made in Holland:</B></EM>  NEKAF – deel 1

Made in Holland: NEKAF – deel 1

Als autoproducent het Nederland internationaal gezien nooit een echte rol gespeeld. Dit betekent echter niet dat er in Nederland geen auto’s worden gebouwd. Vandaag de dag bij Nedcar in Born (hoe lang nog?) en bij bijvoorbeeld een kleine fabrikant als Donkervoort. In de serie “Made in Holland” is de komende periode een aantal artikelen te lezen over de auto’s die in Nederland het levenslicht zagen. Als derde aflevering in de serie het eerste deel over een bijzondere fabriek in Rotterdam: NEKAF.

Kort na de Tweede Wereldoorlog was Nederland er veel aangelegen om zo snel mogelijk weer voor werkgelegenheid te zorgen. Daarbij werd uiteraard ook gekeken naar de mogelijkheid van buitenlandse inbreng. Op datzelfde moment was voor Amerikaanse bedrijven Europa een interessant afzetgebied. Het bestaan van allerlei handelsbelemmering zorgde er voor dat, geholpen door de lage lonen kort na de oorlog, het voor onder andere Amerikaanse autofabrikanten aantrekkelijk was om productiefaciliteiten in Europa zelf te zoeken om zo hun producten hier af te zetten.

KaiserEind 1945 starten Joseph W. Frazer en Henry J. Kaiser een nieuwe autofabriek. Beide heren zijn dan al door de wol geverfd. Frazer had al een flinke carrière bij Chrysler achter de rug en Kaiser was met name groot geworden met de bouw van oorlogsschepen tijdens de oorlog. Frazer had in 1944 een groot deel van de aandelen van een andere Amerikaanse autobouwer, Graham Paige, gekocht. Graham Paige was in 1941, net als vele andere fabrikanten tijdens de oorlog, gestopt met de autoproductie. Ondanks vele pogingen was het merk nooit erg succesvol. Toch zien Frazer en Kaiser er brood in. In 1946 stelt het nieuwe merk Kaiser-Frazer twee prototypes voor. De eerste, de Frazer, was een compacte geavanceerde voorwiel aangedreven auto, de tweede, de Kaiser, was een grotere, maar traditionele achterwielaangedreven auto. In verband met beperkte financiële middelen en het onvoldoende voorhanden zijn van grondstoffen en onderdelen wordt besloten beide auto’s als achterwielaangedreven varianten op de markt te brengen waardoor zoveel mogelijk onderdelen uitwisselbaar zijn. In 1947 gaan beide modellen in productie. Ondanks de traditionele techniek onderscheiden de auto’s zich toch van de concurrentie door hun vernieuwende ontwerp.

Kaiser JeepDe samenwerking tussen Kaiser en Frazer zou niet lang standhouden, in 1951 verlaat Frazer het bedrijf en gaat Kaiser alleen verder. De naam van de fabriek wordt omgedoopt tot Fraiser, net nadat er 10.000 auto’s de fabriek hebben verlaten. Twee jaar later, het is dan 1953, volgt een belangrijke gebeurtenis: Kaiser neemt het kwakkelende Willys-Overland over. De fabrikant van de dan al wereldberoemde Jeep is na het einde van de oorlog in moeilijkheden gekomen. Toch blijkt de overname van Willys een goede zet. De vraag naar de technische verouderde personenauto’s van Kaiser loopt elk jaar terug en de Jeep blijkt toch nog over voldoende afzet te beschikken. In 1953 valt het doek voor de productie van personenauto’s en gaat de fabriek onder de naam Willys Motors verder.

Tot zover de Amerikaanse kant van NEKAF. Al snel na de opstart in de Verenigde Staten ging Kaiser Frazer op zoek naar mogelijkheden in Europa. Daarbij werd een poging gedaan om Fiat over te nemen. Toen dat niet lukte werd naar alternatieven gekeken. Een aantrekkelijk alternatief was Nederland. Door vestiging in Nederland kreeg Kaiser Frazer directe toegang tot de Benelux landen, de in 1948 een verbond hadden gesloten met betrekking tot het laten vervallen van wederzijdse importheffingen. In een gedeeltelijke verwoeste bedrijfshal van de Holland-Amerikalijn in Rotterdam werd een geschikte locatie gevonden. Kaiser-Frazer investeerde 200.000 dollar in fabriek en ook vanuit Nederland werden diverse investeerders bereid gevonden om deel te nemen aan de Nederlandse Kaiser-Frazer Fabrieken, afgekort tot NEKAF.

Kaiser Rotterdam de LuxeDe fabriek was niet opgezet om een complete auto te produceren, maar als assemblagefabriek. Er was niet in een lopende band voorzien, de auto’s werden nog gewoon met de hand door de fabriek verplaatst. De opdracht die NEKAF van Kaiser-Frazer had meegekregen was dat de productie al een half naar het begin van de werkzaamheden in Rotterdam van start moest gaan. Wonderwel lukte dat en begin 1949 rolde de eerste Kaiser-Frazer in Rotterdam de fabriek uit. De auto werd als Kaiser Rotterdam de Luxe aangeprezen. In totaal had Kaiser-Frazer gepland dat er 6000 CKD kits (complete knock-down) naar Rotterdam zouden worden verscheept. Niet alle onderdelen kwamen overigens uit de Verenigde Staten. De banden, ruiten, bekleding en koplampen en andere elektrische onderdelen kwamen uit Nederland, Frankrijk en Engeland. De in Nederland geproduceerde auto’s waren niet alleen bestemd voor de Nederlandse markt, het grootste gedeelte werd geëxporteerd. De export ging niet alleen naar andere Europese landen maar als ruilmiddel voor cacao werden ook auto’s naar Brazilië verscheept.

Lees verder in deel 2 hoe het verder ging met NEKAF.

Lees meer artikelen uit de serie ‘Made in Holland’:
Spyker
Eysink

terug naar voorpagina