• Archief
Oldtimer wederom politiek doelwit

Oldtimer wederom politiek doelwit

Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat het aandeel voertuigen ouder dan 25 jaar in Nederland is gestegen van 165.000 in 2000 tot 410.000 in 2010. Ter vergelijking: Nederland kent een voertuigenpark van 7.500.000 auto’s, 1.100.000 bedrijfsauto’s en ruim 600.000 motoren. Niet alleen in absolute getallen is het aandeel oldtimers toegenomen, ook maakt het aandeel oldtimers nu een groter deel uit van het geheel. Was in 2000 slechts 2,2% van de voertuigen in Nederland 25 jaar of ouder, in 2010 is dat aandeel gestegen naar 4,4%.

Maar er is ook een keerzijde aan de toename van oldtimers in Nederland. Zo is het een zorgwekkende ontwikkeling dat 75% van de dieselauto’s van het bouwjaar 1986 achteraf is geïmporteerd. Juist omdat de auto’s van begin jaren tachtig kwalitatief beter zijn lijkt er een groep te ontstaan die de vrijstellingsregeling oneigenlijk gebruikt en dagelijks in een oldtimer rijdt. Niet omdat ze zoveel hebben met oldtimers, maar primair vanuit de gedachte zo goedkoop te kunnen rijden. Juist deze groep maakt de oldtimer een makkelijk doelwit voor groeperingen als Milieudefensie en gemeenten die graag een milieuzone willen invoeren. Kortgeleden kondigde de gemeente Utrecht al een algeheel verbod op ‘oude’ personenauto’s in de milieuzone te willen. De grens zou dan voor een dieselauto liggen op 8 jaar en een benzineauto op 12 jaar. Utrecht claimt dat het wagenpark in Utrecht vervuilender is dan het landelijke gemiddelde. Naast Eindhoven is Utrecht de enige stad in Nederland die een milieuzone kent. Daar schuilt meteen een probleem in. Lokale politici bedenken vanachter hun bureau de meest wilde plannen waarmee hele groepen aan de kant worden gezet. Om hun ideeën kracht bij te zetten is er een onderzoek uitgevoerd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), dat is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Het PBL geeft aan dat uit het onderzoek blijkt dat een milieuzone voor oldtimers de uitstoot van schadelijke stoffen kan verminderen en zo stikstofdioxideknelpunten kan wegnemen.

Het PBL komt met opmerkelijke cijfers op de proppen: in 2011 bedroeg de uitstoot van oldtimers bijna 3 kiloton stikstofoxiden (NOx) en 0,2 kiloton fijn stof (PM10). Dat is respectievelijk 10 en 5 procent van de totale emissies van personenauto’s in datzelfde jaar, terwijl het aantal kilometers dat oldtimers aflegden slechts ongeveer 1,5 procent uitmaakte van het totale aantal kilometers gereden door personenauto’s. Als we het rapport van PBL doorbladeren dan zien we ook dat juist de gemiddelde jaarkilometrage van geïmporteerde dieselauto’s ruim 10.000 kilometer bedraagt. Ter vergelijking: oldtimers met de bouwjaren van 1970 tot en met 1986 zijn jaarlijks goed voor circa 3.500
(benzineauto’s) en 7.000 (dieselauto’s) kilometers. Als bron zijn de NAP-gegevens gebruikt. Deze cijfers liggen overigens fors hoger dan het gemiddelde dat de FEHAC bij onderzoek onder haar leden constateerde: slechts 1900 kilometer per jaar.

Van de totale uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof van de sector verkeer en vervoer zijn oldtimers volgens het PBL verantwoordelijk voor respectievelijk circa 2 en 6 procent. In 2015 is de uitstoot van oldtimers weliswaar nog steeds 3 kiloton stikstofoxiden en 0,2 kiloton fijn stof, maar is het aandeel van de oldtimers groter: op het totaal van de uitstoot door personenauto’s zijn de oldtimeremissies dan 15 procent stikstofoxiden en 5 procent fijn stof. Het aandeel in de emissie van stikstofoxiden stijgt, omdat de rest van het personenautopark schoner wordt als gevolg van de Europese emissienormering.

De Mercedes 190 de meest geïmporteerde auto op dit moment. Zoals we al eerder hebben betoogd is er helemaal niets mis met een mooie Mercedes 190, integendeel, maar de massale import van dit model (en natuurlijk vele andere merken en modellen) zorgt wel voor beeldvorming die er al toe heeft geleid dat de belastingvrijstelling is stilgelegd en in later stadium in een aangepaste vorm weer is teruggekomen. Dat deze beeldvorming ook nog eens wordt ondersteund met cijfermateriaal doet de zaak van de oltimerliefhebbers natuurlijk helemaal geen goed. Het zou wel jammer zijn dat een kleine groep het voor de echte oldtimerliefhebbers in Nederland moeilijk maakt. Zeker, de groep overtreedt geen enkele wet door dagelijks in een auto rond te rijden in een auto van net 25 jaar oud. Maar dit ‘handig’ gebruikmaken van de vrijstellingsregel kan er wel toe leiden dat alle oldtimerbezitters sterk beperkt worden in hun vrijheid. De plannen van de gemeente Utrecht zijn daar een voorbeeld van en daar zit natuurlijk niemand op te wachten.

Het rapport van de PBL wordt breed in de media uitgemeten en zal ongetwijfeld ook een politiek vervolg krijgen. Hier op de redactie is een kant-en-klare oplossing niet voorhanden. We hopen alleen dat het besef bij een ieder komt dat met de huidige koers de oldtimerbezitters vroeg of laat in het gedrang komen. Misschien toch nog een tip: wordt lid van een oldtimerclub die is aangesloten bij de FEHAC. De FEHAC zet zich al decennia lang met verve in voor de belangen van oldtimerbezitter en het belang van de het behoud van het mobiele erfgoed in Nederland. Wellicht dat we samen het tij kunnen keren voor het te laat is?

terug naar voorpagina