• Archief
MGB 50 jaar

MGB 50 jaar

In 1962 kan het publiek kennis maken met een nieuwe Engelse sportauto. Een sportauto die de taak kreeg om een succesvol verleden te vertalen naar klinkende munt. De sportauto zou een glanzende carrière tegemoet gaan, maar betekende tevens het einde van een tijdperk. Het gaat hier natuurlijk om de MGB.

In de jaren twintig van de vorige eeuw startte Cecil Kimber in het Britse Oxord het merk MG. De naam MG was een afkorting van de naam van de garage waar hij werkte: Morris Garages. Cecil Kimber had de leiding over Morris Garages en wilde zelf graag een sportauto bouwen. Om woord bij daad te kunnen voegen bracht hij een sportauto op de markt die was gebaseerd op een Morris. Kimber gaf zijn sportauto een eigen naam mee: MG. We maken nu een sprong in de tijd. Het merk MG wordt in 1935 onderdeel van Morris. Het merk heeft intussen naam opgebouwd met sportieve auto’s die vaak aan de start verschijnen van vele rally’s en races. Na de Tweede Wereldoorlog bouwde MG nog steeds sportauto’s, maar die werden langzaam maar zeker als ouderwets bestempeld en auto’s voor puristen. MG keerde het tij door in 1955 met een compleet nieuwe sportauto te komen die het merk waardig was: de MGA. Toch was de MGA voor menig liefhebber van MG op dat moment een complete schok met een voor die tijd erg moderne carrosserie. Uiteindelijk bleek de MGA een juiste beslissing maar in 1962 was de tijd opnieuw rijp voor een grote stap.

De introductie van de nieuwe MGB was in 1962 opnieuw een kleine schok voor de liefhebbers van het merk. De MGB was de meest moderne en op comfort gerichte sportauto die merk MG had uitgebracht. Bij het ontwerp van de MGB was duidelijk de Amerikaanse markt als belangrijk doel genomen. Naast een compleet nieuw uiterlijk was de huid van de carrosserie veel anders dan bij de MGA. Het belangrijkste nieuws was wel dat de MGB een zelfdragende carrosserie had meegekregen. Naast vernieuwing was er ook nog veel bij het oude gebleven. De viercilinder B-serie motor, de remmen en de wielophanging waren overgenomen uit de MGA. Net als zijn voorganger was de MGB een echte tweezitter.

MGB 1962 Een belangrijk voordeel van de nieuwe zelfdragende carrosserie was dat deze licht van gewicht en toch sterk was en bovendien goedkoper was om te maken. De auto werd uitgerust met een volwaardige voorruit en bood voldoende ruimte voor de bestuurder en passagier om comfortabel te kunnen zitten. De prestaties waren voor die tijd prima te noemen. De driemaal gelagerde 1798cc motor leverde 95 pk. Een sprintje van 0-100 km/u was daarmee in iets meer dan 11 seconden af te leggen. Dit was mede te danken aan het lage gewicht van de MGB. Om de betrouwbaarheid te verbeteren kreeg de motor in 1964 vijf krukaslagers.

MGB GT In 1965 krijgt de MGB een gesloten familielid als de MGB GT op de markt wordt gebracht. De MGB GT is een 2+2 coupe die volledig is gebaseerd op de tweezits cabriolet MGB. Het ontwerp van de MGB GT is van de hand van Pininfarina en wordt door velen als zeer geslaagd gezien. Door het hogere gewicht is de acceleratie wat trager dan bij de open versie, maar door de betere stroomlijn ligt de topsnelheid juist weer wat hoger. Aan de achterkant is de MGB GT voorzien van een handige grote achterklep en kan daarmee ook wel worden gezien als een sportieve hatchback. De MGB GT volgt tijdens zijn levensloop de ontwikkelingen van de open MGB.

In 1967 wordt een vernieuwde versie van de MGB op de markt gebracht die wordt aangeduid als MK II. De MGB krijgt een verbeterde versnellingsbak (nu volledig gesynchroniseerd) en een nieuwe achteras die de wegligging en comfort moet verbeteren. Een overdrive en een automatische versnellingsbak komen als opties op de prijslijst te staan. Daarnaast zijn er vele kleine veranderingen die afhankelijk zijn van het land waar de auto wordt geleverd. Zo krijgen de Amerikaanse modellen de kenmerkende drie ruitenwissers op de vooruit en wordt het dashboard bekleedt met een zacht materiaal terwijl op andere markten het stalen dashboard nog mag blijven.

Groot nieuws is er in 1967 ook in de vorm van een nieuwe zescilinder motor. Uitgerust met de zescilinder motor wordt de MGB omgedoopt tot MGC en MGC GT. In de motorruimte is bij deze versies een 2912 cc grote zescilinder uit de C-serie te vinden. Met de grotere motor is een topsnelheid van ruim 190 km/u mogelijk. De zescilinder is echter duidelijk zwaarder dan de viercilinder en zorgt, ondanks een aangepaste wielophanging voor een duidelijk minder goede wegligging. Na iets meer dan 9.000 exemplaren worden de MGC en de MGC GT weer uit het gamma gehaald.

MGB GT V8In 1969 doen de bekende Rubery Owen ROstyle velgen hun intrede. De MGB blijft een redelijk goed verkopende auto en krijgt in 1972 opnieuw een facelift. De MGB MK III is een feit. Wederom worden vele wijzigingen doorgevoerd. In 1973 komt er van de MGB GT een hele bijzondere extra uitvoering op de markt. De constructeurs van MG zijn er in geslaagd om de V8 uit de P6 van Rover in het vooronder van de MGB GT te monteren. Het resultaat is een compacte coupe met een zeer potente motor. De V8 levert in de MGB GT 137 pk en dat is voldoende om een topsnelheid van net boven de 200 km/u mogelijk te maken. Bijzonder is wel dat de grote V8 in feite lichter van gewicht was dan de oorspronkelijke viercilinder motor uit de B-serie. De V8 was gemaakt van aluminium, terwijl de viercilinder uit het veel zwaardere gietijzer was opgetrokken. Het weggedrag van de MGB GT werd dus niet nadelig beïnvloed door de grotere motor. De MGB GT V8 werd niet naar de Verenigde Staten geëxporteerd en werd in 1976 al weer van de prijslijsten gehaald. Niet omdat de auto een slecht onthaal kreeg, integendeel. MG hoorde op dat moment bij de British Leyland Motor Corporation. De directie van BLMC vond de MGB GT V8 simpelweg een te grote concurrent voor ander auto’s van de organisatie zoals de veel duurdere Triumph Stag. De MGB GT V8 gaat slechts 2.591 keer over de toonbank.

MGB 1974Een meerderheid van de MGB’s werden geëxporteerd naar de Verenigde Staten. Dit betekende dat deze steeds strenger worden regels in de VS hun invloed hadden op de MGB. In 1974 worden de Amerikaanse emissie-normen aangescherpt krijgen de MGB’s voor de Amerikaanse markt aangepaste motoren. De motoren leveren minder vermogen waardoor de prestaties teruglopen. Maar dat is niet de enige reden waarom de prestaties achteruit gaan. Want naast emissie-eisen komen er ook nieuwe veiligheidseisen. Dit leidt er toe dat de modellen voor de Amerikaanse markt 2,5 centimeter extra rijhoogte krijgen en bovendien worden uitgerust met de kenmerkende rubberbumpers die chromenbumpers en grille vervangen. Na 18 jaar nadert de MGB zijn einde. In 1980 valt het doek definitief zonder dat er een opvolger klaar staat. Het merk MG leeft vanaf dat moment nog een tijdje verder als sportieve uitvoeringen van Austin. In totaal zijn er van de van MGB, MGC en MGB GT V8 523.836 auto’s de fabriek uitgerold. Begin jaren negentig komt het model nog heel even terug als 2.000 RV8 worden gemaakt. Ondanks de uiterlijke gelijkenis had RV8 minder dan 5 procent uitwisselbare onderdelen met het origineel: de echte MGB.

terug naar voorpagina