• Archief
<B><EM>OldtimerStory</B></EM> De Hemi legende van Chrysler

OldtimerStory De Hemi legende van Chrysler

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de gehele Amerikaanse industrie overgeschakeld op oorlogsproductie. Na afloop van de oorlog duurde het dan ook even voor er nieuwe modellen uit de fabrieken komen. In eerste instantie moet het Amerikaanse publiek genoegen nemen met vooroorlogse modellen. De vraag is groot en de beschikbare middelen klein. Toch zal het niet lang duren voor er nieuwe modellen op de markt komen. Bij de nieuwe modellen horen ook nieuwe motoren, een gebied waar vooral Chrysler achterloopt bij de concurrentie. Chrysler monteert nog steeds zijklepmotoren terwijl bij de concurrentie de kopklepper al zijn intrede heeft gedaan. Maar als in 1951 Chrysler met nieuwe motoren komt blijkt het wachten waard geweest.

Als opvolger van de oude zijklepmotoren komt Chrysler met een compleet nieuwe motor: de Hemi. Onder leiding van Charles Kettering brengt Chrysler een hoge compressie V8 op de markt die is voor kopkleppen en een korte slag. Bij de introductie van deze nieuwe techniek werden motor als FirePower (Chrysler) en FireDome (Dodge) op de markt gebracht. Twee jaar na introductie kregen alle motoren uit de serie hun uiteindelijke naam: Hemi. De naam Hemi is afgeleid van de term ”hemispherical” of hemisferisch, dat staat voor kenmerkende halfronde verbrandingskamers die in de motoren wordt toegepast. Deze techniek maakt grotere kleppen en een betere doorstroming van inlaat- en uitlaatgassen mogelijk.

De ontwikkeling van de Hemi-motor begint al voor de Tweede Wereldoorlog, waarschijnlijk werd de eerste aanzet al in 1937 gegeven. De eerste voertuigen die worden voorzien van een Hemi worden door de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog geen auto’s, maar een vliegtuig en een tank. Dit betekende wel dat het ontwikkelen en het testen tijdens de oorlog door kon gaan. Verschillende technieken en opstellingen werden uitgeprobeerd. In deze periode werd volop ervaring opgedaan met de hemisferische verbrandingskamers, maar in eerste instantie werd de techniek nog als te complex en te duur bevonden.

Wanneer eind jaren veertig de vraag naar nieuwe auto’s en nieuwe motoren moet worden ingevuld wordt het concept van de Hemi-motor productierijp gemaakt. Overigens is Chrysler lang niet de enige fabrikant die met het idee van hemisferische verbrandingskamer aan de slag is gegaan. Chrysler ontwikkeld een V8 motor met Hemi-techniek en stelt deze na uitvoerig test eind 1950 als een optie voor een aantal Chrysler en Dodge modellen (modeljaar 1951) voor. De motoren komen als FirePower en FireDome op de prijslijst te staan en leveren 180 pk. Dat betekende als snel 20 pk meer dan vergelijkbare concurrenten. Het begin van een succesvolle carrière. Deze carrière is zeker bijgestaan door de inzet van Hemi-motoren in races. Een van de eerste zeges werd in 1952 genoteerd tijdens de NASCAR races op Daytona Beach. De rijke Amerikaanse sporter Briggs Cunningham wilde in 1951 een poging doen om de Le Mans 24-uurs race in een Amerikaanse auto te winnen. Hij koos voor de nieuwe Hemi die voor de gelegenheid tot boven de 220 pk werd opgevoerd. Cunningham slaagde niet in zijn opzet en eindigde als 18e. In 1952 deed hij een nieuwe poging en eindigde als vierde achter twee Mercedes Benz 300SL en een Nash-Healey. In 1953 volgde een derde plek, een eerste plek zou er echter nooit in zitten.

Na de succesvolle introductie konden fabrikanten als GM en Ford natuurlijk niet achterblijven en daarmee was het begin van een twee decennia durende PK-strijd een feit. De volgende stap voor Chrysler was een auto die rondom de mogelijkheden en capaciteiten van de Hemi-motor was gebouwd. Naast een onderscheidend uiterlijk moest de auto ook over een zeer goede wegligging beschikken. De auto die Chrysler daarop op de markt bracht was de Chrysler 300. De 300 was de eerste productie auto met een 300 pk motor. De 300 wist een topsnelheid van tegen de 210 km/u te bereiken en liet daarmee goed zien waar de Hemi-motor toe in staat was. De 300 was niet alleen een opvallende verschijning op de Amerikaanse wegen, ook op het circuit wist de 300 te overtuigen met onder andere een NASCAR-overwinning. In 1956 werd de 300 opgevolgd door de Chrysler 300B en stond daarmee aan de wieg van een serie die in 1965 voorlopig werd beëindigd met de Chrysler 300L. Na een aantal speciale versies, zoals de Chrysler Hurst 300 (1970) en 300 (1979) prijkt in 1999 de naam 300M weer op een Chrysler. Een waardige opvolger is er in 2005 als Chrysler de 300C op de markt brengt.

In de jaren 50 en 60 worden de motoren en auto’s steeds verder gemoderniseerd. De motoren worden steeds sterker om aan voortdurende pk-wedstrijd mee te kunnen doen. In 1964 krijgt de Hemi-motor eindelijk zijn officiële status als Chrysler de naam Hemi laat registreren. Na de oliecrisis begin jaren zeventig en het einde van de Detroit pk-wedstrijd leidt de Hemi een stil bestaan.

Pas in de jaren negentig komt de naam weer terug, maar meer als een marketingterm. Hoewel de oorspronkelijke hemisferische verbrandingskamers nog steeds onderdeel uitmaken van de technische ingrepen om de motoren te laten presteren, worden de motoren ook voorzien van andere aanpassingen om aan steeds hoger wordende eisen tegemoet te komen. De naam Hemi is vandaag bijvoorbeeld terug te vinden onder de motorkap van een Dodge Challenger of Chrysler 300C.

terug naar voorpagina