• Archief
Staatssecretaris informeert Kamer onjuist en onvolledig inzake MRB-vrijstelling oldtimers

Staatssecretaris informeert Kamer onjuist en onvolledig inzake MRB-vrijstelling oldtimers

Zoals al eerder op OldtimerNieuws was te lezen blijkt de Staatssecretaris van Financiën in de discussie rond de afschaffing van MRB-vrijstelling voor oldtimers de Tweede Kamer onvolledig en gedeeltelijk onjuist te hebben geïnformeerd. Tevens weigert zijn ministerie de berekeningen te openbaren waarop de afschaffing gebaseerd is. Nadat per 2010 en per 2012 de wet aangepast werd betreffende oldtimers, besloten PvdA en VVD in hun regeerakkoord een volledig einde te maken aan de MRB-vrijstelling voor oldtimers. Dit betekent de derde aanpassing in vier jaar tijd voor de klassiekerliefhebber en autobranche. Na luid protest bereikte het ministerie een compromis met een aantal partijen. Nu blijkt dat de cijfermatige onderbouwing vanaf het begin niet deugt. VrijstellingOldtimer is van mening dat opnieuw naar de maatregel gekeken moet worden.

In de brieven die de Staatssecretaris in april 2013 naar de Kamer stuurde, wordt gesteld dat de import van met name jonge oldtimers enorm toegenomen is. In de periode tot 2012 is de import van – voornamelijk jonge – oldtimers inderdaad flink toegenomen. Dit was overigens het effect van de maatregel die per 2010 in werking trad en de oldtimerregeling bevroor op het bouwjaar 1986. Uit cijfers van het CBS en de RDW blijkt echter dat reeds sinds 1 januari 2012 de import van alle oldtimers significant afgenomen is. Deze afname is het logische gevolg van de maatregel van Vliet (PVV) die inging per 1 januari 2012, waarbij de leeftijdsgrens voor oldtimers geleidelijk opgetrokken werd naar de internationale norm van 30 jaar. Tevens werd een brandstoftoeslag ingevoerd voor voertuigen op diesel en LPG. VrijstellingOldtimer heeft het ministerie van financiën hier diverse malen op gewezen. De RDW beschikt over een zeer actueel bestand met dergelijke gegevens. In het eerste kwartaal van 2012 (dus ruim voor het regeerakkoord) was reeds bekend dat de importtoename omgeslagen was in een enorme importafname. Deze gegevens zijn nooit gedeeld met de Kamer.

In de brieven die de Staatssecretaris in april 2013 naar de Kamer stuurde, werd gesteld ‘dat het aantal oldtimers de afgelopen jaren substantieel is toegenomen’. Dit is niet waar. Ieder jaar neemt het aantal – en percentage -oldtimers normaal gesproken toe. Immers: ieder jaar komt er een extra bouwjaar bij. Desalniettemin bleef het aantal oldtimers op 1 januari 2011 en 1 januari 2012 gelijk en nam het percentage oldtimers t.o.v. alle personenauto’s zelfs licht af (van 3,87% in 2011 naar 3,86% in 2012).

De financiële gevolgen voor de individuele bezitters kunnen oplopen tot boven de Euro 2.000 per jaar. Daarom lijken de geraamde opbrengsten van tussen de Euro 137 miljoen en Euro 153 miljoen onmogelijk gehaald te kunnen worden. VrijstellingOldtimer heeft verschillende pogingen gedaan om de berekeningen in te mogen zien. Het ministerie van Financiën weigert deze berekeningen openbaar te maken. Dit maakt het onmogelijk voor de Kamer om de maatregel goed te beoordelen en weigeren is tevens in strijd met de Wet Openbaarheid van Bestuur. Het ministerie is duidelijk in haar antwoord: “onderbouwingen van de ramingen worden niet verstrekt”. Inmiddels liggen er diverse WOB-verzoeken bij het ministerie om de gegevens alsnog te verkrijgen. Van deze verzoeken is de wettelijke termijn voor beantwoording van 4 weken inmiddels overschreden. Stichting Autobelangen heeft het ministerie van financiën op 23 september 2013 hiervoor in gebreke gesteld.

Wouter van Embden, die in 2009 met succes de extreme belastingverhoging voor youngtimers ternauwernood wist te voorkomen, is door bezitters van oldtimers gevraagd om nu voor hen op te komen. Via de site www.vrijstellingoldtimer.nl hebben zich inmiddels meer dan 26.000 verontruste oldtimerbezitters gemeld, en dat aantal neemt nog dagelijks toe.

terug naar voorpagina