• Archief
Oldtimer Story – 50 jaar Porsche 911

Oldtimer Story – 50 jaar Porsche 911

Als  vervanger van de fameuze Porsche 356 introduceerde het merk in 1963 op de autosalon van Frankfurt de Porsche 901. De typenaam 901 moest door een claim van Peugeot het veld ruimen en zo werd de magische cijfercombinatie 911 geboren die nu, 50 jaar later, nog steeds tot de verbeelding spreekt. Hoewel er waarschijnlijk geen schroefje meer hetzelfde is, is er geen enkele auto 50 jaar lang zo hetzelfde gebleven. Een Porsche 911 is visueel nog steeds sterk verwant aan het origineel uit 1963. Technisch is echter een enorme vooruitgang geboekt.

Porsche 911 bij introductie

Bij de introductie beschikte de Porsche 911 over  een luchtgekoelde 6 cilinder boxermotor met een cilinderinhoud van 2 liter, goed voor 130 pk. De boxermotor was achterin de auto geplaatst, net als bij zijn voorganger de Porsche 356.  De prestaties waren voor die tijd een sportauto zeker waardig: een 911 kon in 8,9 seconden optrekken van 0 tot 100 km/u en een topsnelheid halen van 210 km/u. Al snel na de introductie van de 911 volgde een eenvoudiger model met dezelfde zelfdragende carrosserie maar dan voorzien van een viercilinder motor. Dit model werd de 912 genoemd en was als goedkoper alternatief bedoeld om de overstap van een 356 naar een 911 makkelijker te maken. Al snel volgden meer varianten, waaronder een 160 pk sterk 911s en een halfcabriolet, de 911 Targa.

De 912 is maar een kort leven beschoren, in 1967 wordt dit model opgevolgd door de 911T. Alle modellen hebben nu de cijfercombinatie 911. In 1969 volgt een eerste facelift, met als belangrijke wijziging een iets langere wielbasis om de wat nerveuze wegligging te verbeteren. Porsche kenners hebben het nu over de C en D series. Ook op motorisch gebied zijn er de nodige wijzigingen, waaronder de introductie van de 2,2 liter motor. Het model blijft gretig aftrek vinden waarbij vele 911’s de oversteek naar de Verenigde Staten maken. De VS zullen altijd een belangrijke markt voor de Porsches blijven.  In 1971 zijn er opnieuw de nodige wijzigingen zoals de overstap naar mechanische benzine-injectie op alle modellen. We hebben het nu over de E en F series.

Een belangrijk, legendarisch model is de Carrera RS (Renn-Sport). De Carrera RS (1973-1974) heeft een 2,7 liter motor met 210 pk. De auto was bedoeld voor de racesport maar mocht ook op straat worden gebruikt.  Bij deze uitvoering was er alles aan gedaan om het gewicht zo laag mogelijk te houden. De RS is duidelijk te herkennen aan zijn kenmerkende spoiler, een zogenaamde “ducktail”. De naam Carrera werd door Porsche voor het eerst gebruikt in 1955, om een klasseoverwinning in de Carrera Panamericana van 1953 te herdenken. Carrera is Spaans voor “race”.

Porsche 911 Turbo 1979

Voor het modeljaar 1974 volgt in 1973 een tweede serie die ten opzichte van het ‘oermodel’ ingrijpende wijzigingen meekrijgt.  De G, H, I en J series (1974–1977) zijn herkenbaar aan de nieuwe bumpers met de harmonicarubbers aan de zijkant. Dit was geen idee van Porsche zelf, maar een noodzaak om te voldoen aan de Amerikaanse veiligheidswetgeving. Om de kwaliteit nog verder te verbeteren zijn alle 911’s van modeljaar 1976 van verzinkt staal gemaakt. Inmiddels is er ook een 3 liter versie van de zescilinder luchtgekoelde boxermotor op de markt gekomen, goed voor maar liefst 200 pk. Dit getal wordt echter overschaduwd door de 260 pk die de 911 Turbo in de strijd werpt. De Porsche 911 Turbo is met zijn extra brede wielkasten en enorme achterspoiler een indrukwekkende auto. Het was met zijn enorme ‘turbo-gat’ ook een beruchte auto. Het motorvermogen kwam er zo plotseling en zo hard in dat de auto soms erg onvoorspelbaar was. Porsche verbeterde dit stukje voor stukje waarbij tevens het vermogen van de motor steeds een stapje werd opgeschroefd. In 1978 beschikte de Turbo over maar liefst 300 pk.

De 911-serie wordt ondertussen steeds verder doorontwikkeld en de in 1974 geïntroduceerde basis wordt pas in 1984 opgevolgd als er weer een nieuwe 911 op de markt komt. De auto lijkt optisch nog steeds hetzelfde en de motoren zijn nog steeds luchtgekoeld en achterin de auto te vinden, maar Porsche beweerde dat 80% van alle onderdelen vernieuwd waren. Wederom is er meer sprake van een evolutie dan een revolutie, ondertussen een kenmerk van de 911-serie. Ook als in 1989 weer een modelwijziging wordt aangekondigd lijkt het op het eerste oog dat er weer sprake is van een evolutie in plaats van een revolutie. Nog steeds zijn de motoren luchtgekoeld, maar de 911 is nu voor het eerst wel leverbaar met vierwielaandrijving wat definitieve de scherpe kantjes van de wegligging weghaalt. Volgens Porsche is deze keer 85% van de onderdelen nieuw. Na deze serie volgen tot op heden nog vier nieuwe modellen waarbij in 1997 afscheid wordt genomen van de luchtgekoelde motoren. Maar lucht- of watergekoeld, de 911 weet zijn identiteit en zeker ook zijn charme te behouden. Al vijftig jaar.

 

terug naar voorpagina