• Archief
<B><EM>OldtimerStory</B></EM> 60 jaar productie SEAT

OldtimerStory 60 jaar productie SEAT

In 1960 werd de ‘Sociedad Española de Automóviles de Turismo, SA’, oftewel Seat werd opgericht door het Instituto Nacional de Industria (INI). INI werd gevormd door de Spaanse overheid, vijf Spaanse banken en het Italiaanse Fiat die samen 600 miljoen peseta’s in Seat steken. Op basis van een contract met Fiat om onder een eigen merknaam Fiat-modellen in licentie te bouwen ging in 1950 de productie bij Seat van start. Het zou echter nog toch 1953 duren voor de eerste Seat uit de nieuwe Seat-fabriek nabij de de haven van Barcelona zou rollen. Op 13 november 1953 rolde dan de eerste Seat van de lopende band. De eerste Seat is een Seat 1400 A, de Spaanse versie van de Fiat 1400. De Seat 1400 bestaat nog volledig uit Fiat onderdelen die als CKD (Complete Knocked Down) kit vanuit Italië is overgekomen. Dagelijks schroeven de 925 medewerkers in de totaal 5 CKD kits in elkaar. De eerste Seat 1400 werd van 1953 tot 1955 gebouwd. Onder de motorkap zit een 1,4 liter motor, ook van Fiat, goed voor 44 pk en een topsnelheid van 116 km/u.

Seat 600
In 1957 toont Fiat op de autosalon van Turijn de Fiat 600. De 600 is bedoeld als opvolger van de bekende Topolino (muis) en had een viercilinder motor die, volgens de toen heersende mode, achterin de auto was geplaatst. Onder de voorwaarde dat Seat de 600 alleen voor de thuismarkt zou produceren kreeg Seat de rechten om de Fiat 600 als Seat 600 in productie te nemen. De Seat 600 werd gemaakt van nieuw plaatstaal dat in de Noord-Spaanse staalindustrie geproduceerd werd. De nationalistische politiek van de regering Franco verbood import uit andere landen en zo is Seat vanaf dat moment met recht een Spaanse auto te noemen. Het gebruik van nieuw plaatstaal ten opzichte van gedeeltelijk schrootmateriaal door Fiat verklaart het feit dat de Seat 600 veel minder gevoel was voor roest als zijn Italiaanse tegenhanger. Vanaf 1958 gaat de Seat 600 gebouwd met een 22pk sterk motor. Dit bleek niet genoeg te zijn want in 1960 werd het motorvermogen met 750cc en 32 pk verhoogd waarna dit type de SEAT 600D ging heten. Deze auto behield wel nog de typische ‘zelfmoord portieren’. De Seat 600D heeft Spanje mobiel gemaakt want hij werd 336.000 geproduceerd en was bijzonder robuust en daarom geliefd.

De meeste Spaanse autorijscholen gebruikten de 600 in de jaren ’60 en ’70 als lesauto. In 1969 werd de Seat 600D vervangen door de 600E die 245.000 werd geproduceerd. Deze auto kreeg normaal sluitende deuren alsmede een gewijzigd interieur. Italië was inmiddels met de productie van de 600 serie gestopt en Fiat verkocht de hele productielijn aan Zastava in toenmalig Joegoslavië. Daarom mocht Seat de 600 na 1969 wel gaan exporteren naar het buitenland. Zo werden de Spaanse 600tjes in Nederland van een Fiat sticker voorzien en gingen daarna als “Spaanse Fiatjes” door het leven.

In 1967 is Seat de grootste autofabrikant van Spanje. In hetzelfde jaar vergroot Fiat haar belang in Seat van 6% naar 36%. Tegelijkertijd verkleint de Spaanse regering haar controlerende aandeel van 51% naar 32%. De overige 32% werd genomen door zes grote banken. Hoewel Fiat niet over een controlerende meerderheid van de aandelen beschikt wordt vanaf nu Fiat gezien als de leidende partij binnen Seat. De opdracht die Fiat meekrijgt is er voor te zorgen dat Seat blijft groeien en dat er een nieuw Seat-model het daglicht ziet. Dit nieuwe model, dat de Seat 600 moet opvolgen zou de Seat 133 worden. In mei 1974 toont Seat de nieuwe Seat 133 op de Barcelona Motor Show. Net als bij de Seat 600 zit de motor opnieuw achterin. Nieuw is dat de Seat 133 geen directe tegenhanger heeft die door Fiat zelf wordt geproduceerd, sterker nog, de Seat 133 mag door Seat worden geëxporteerd en heet dan… Fiat 133. Helaas wordt de Seat 133 geen doorslaand succes. Als de Seat 133 in 1979 uit productie wordt gehaald hebber er slechts ongeveer 200.000 gebouwd, de Seat 600 bracht het tot bijna 800.000 exemplaren. Overigens is het doek voor de Seat 133 in 1979 nog niet volledig gevallen, de 133 zal nog een aantal jaren in Argentinië en Egypte worden geproduceerd.

Seat 1200 SportIn de jaren zeventig staan diverse Fiat modellen in Spanje als Seat in de prijslijsten. Naast de 600 en 133 ondermeer de Fiat 850 (sedan, maar ook coupe en spider), 127, 128 en 131. In 1974 wordt de mijlpaal van 2 miljoen Seats gehaald. Een hele prestatie gezien de energiecrisis. Een jaar later staat Spanje op zijn kop als Generaal Franco overlijdt. In datzelfde jaar, 1975, zet Seat een belangrijke stap als het Martorell Technical Centre wordt geopend. De eerste auto die hier wordt ontwikkeld is de Seat 1200 Sport. Een eerste voorzichtige stap naar een eigen auto. De Seat 1200 was gebaseerd op het onderstel en techniek van de Fiat / Seat 127 maar had de 1,1 liter motor van de Seat 124. Het ontwerp van de auto was afkomstig van het Duitse NSU. In 1977 wordt het model aangevuld met een Seat 1430 Sport Coupé, voorzien van de motor van de Seat 1430 (sportversie Seat 124). In 1979 verdwijnt het model weer uit het programma. De Seat 1200 Sport en 1430 Sport Coupé worden ook op kleine schaal geëxporteerd, onder andere naar Nederland. Bijzonder om te noemen is dat Seat ook de Fiat 128p (Coupe versie van de Fiat 128) leverde, een rechtstreekse concurrent voor het eigen model van Seat. Midden jaren zeventig haalt Seat nog een concurrent voor de Seat 1200 Sport en 1430 Sport Coupe in huis wanneer de Lancie Beta in de nieuwe Seat-fabriek korte tijd in productie wordt genomen.

Seat RondaEind jaren zeventig vervangt de Seat Ritmo de Seat 128 net als dat bij Fiat dat ook gebeurde. De eerste serie Ritmo is identiek aan de Fiat Ritmo en verlaat als Seat Ritmo de fabriek. Wanneer de Fiat Ritmo begin jaren tachtig een facelift krijgt, verandert Seat van koers. Deze verandering is opgelegd door het feit dat de Spaanse regering en Fiat elkaar niet meer kunnen vinden in de koers die Seat moet gaan varen. Uiteindelijk leidt dit tot een breuk met Fiat in 1982. Als eerste resultaat van deze breuk krijgt de Seat Ritmo een eigen facelift én een nieuwe naam: Seat Ronda. Alle nog in productie zijnde Fiat-modellen krijgen uiteindelijk een eigen naam toebedeeld.

Seat IbizaOp de Autosalon van Parijs stelt, het inmiddels onafhankelijke Seat de Ibiza voor, het eerste volledig in eigen beheer ontwikkelde model. De auto werd aangeprezen met de leus “Italiaanse styling met Duitse motoren”. De carrosserie was namelijk ontworpen door Ital Design terwijl de motoren en versnellingsbak samen met Porsche werden ontwikkeld en onder licentie van Porsche werden gebouwd. Op de het kleppendeksel van de motoren stond dan groot te lezen “System Porsche”. Marketing technisch zeker een goed zet. Het ontwerp was overigens in eerste instantie voor een Duitse auto bedoeld, de opvolger van de eerste generatie Golf, maar door Volkswagen afgewezen. Heel snel zou Volkswagen zich echter toch weer met het afgewezen ontwerp bemoeien als in 1986 de samenwerking die in 1982 al was ontstaan wordt omgezet in meerderheidsbelang voor Volkswagen.

Seat ToledoMidden jaren tachtig begint de invloed van Volkswagen bij Seat steeds beter merkbaar te worden. Onder de Duitse invloed zet Seat grote stappen in de kwaliteit en krijgt de Ibiza een restyling waarbij de eerste knopjes uit de grote Volkswagen-magazijnen op het dashboard verschijnen. Wanneer de Seat Ronda aan vervanging toe is komt Seat met de Seat Toledo, een volledig op Volkswagen techniek gebaseerde auto die een complete nieuwe generatie Seat’s inluidt. Langzaam maar zeker verdwijnen alle Fiat-modellen uit het programma en bestaat het Seat-programme geheel uit eigen modellen die gebaseerd zijn op de techniek uit de Volkswagen Groep.

terug naar voorpagina