• Archief
40 jaar geleden in het nieuws: de Citroën CX

40 jaar geleden in het nieuws: de Citroën CX

In Den Haag is de beslissing genomen dat een oldtimer pas een oldtimer voor Belastingdienst is wanneer de leeftijd van veertig jaar is bereikt. Welke auto’s worden in 2014 onze ‘nieuwe’ oldtimers? In 1974 introduceerde Citroën een auto die vaak de ‘laatste echte’ Citroën wordt genoemd: de CX. De CX was dan ook de laatste auto die door Citroën zelfstandig werd ontwikkeld voordat Peugeot Citroën inlijfde en de PSA groep ontstond.

Chef ontwerper, Robert Opron, liet zich inspireren door ontwerp dat Pininfarina in 1967 had gemaakt op basis van de BMC 1800. Dit prototype was een aerodynamische hatchback met een gladde zijkant, hellende motorkap en een grote achterruit. Met dit ontwerp zelf werd niets gedaan maar vormde uiteindelijk wel de richting voor Project L, de beoogde opvolger van de ID/DS. Opron voegde er nog enkele zaken aan toe, zoals een holle achterruit, koplampen in een vorm die nog niemand bedacht had, halfbedekte achterwielen en de Diravi besturing zoals op de Citroën SM. De gigantische voorruit werd schoongehouden door slechts één wisser. Ook het interieur was bijzonder met op het dashboard de zogenaamde ‘lunule’ een ergonomisch handige, bijzondere verzameling van snelheidsmeter, toerenteller, clignoteur, e.d. De snelheid werd weergegeven door cijfers die voor een venster liepen. Uiteraard was de CX net als zijn voorganger DS voorzien van Citroëns hydropneumatische veersysteem. Het systeem met de veerbollen had nog steeds geen volwaardige concurrent als het ging om comfort.

De introductie van de Citroën CX had eigenlijk geen slechtere timing kunnen hebben. De oliecrisis zorgde voor enorme terugval in de verkoop van grote auto’s en de financiële problemen bij Citroën zorgden voor moeilijke start. Toch wist de CX de autojournalisten in Europa te overtuigen en werd de CX ‘auto van het jaar 1975’. Aanvankelijk was de CX is slechts een paar uitvoeringen leverbaar maar als verdrong de CX alle ID/DS modellen uit de catalogus. Al snel werde de CX leverbaar met diverse benzinemotoren en nieuw voor Citroën, een dieselmotor. Naast de bijzonder vormgegeven berline kwam Citroën met een break. De break bood een enorm laadruimte die bovendien door de het hydropneumatische veersysteem flink beladen kon worden.

In 1985 kreeg het hele gamma van de CX een facelift, met kunststof bumpers in de kleur van de carrosserie en een “normaler” dashboard met klokken, dat wellicht ook non-citrofielen zou aanspreken. In de periode tussen de overgang van type 1 naar type 2 is een ‘tussenmodel’ gefabriceerd (enkel uitgevoerd met de GTI Turbo-motor). Een mix van type 1 en type 2; stalen bumpers en de nieuwe ‘klokken’ van het type 2 model. Ook de bekleding werd aangepast. De roestpreventie werd verbeterd, en de motoren werden opnieuw verbeterd en uitgebreid. Het topmodel werd de Citroën CX ‘Prestige Turbo II’, uitgerust met een intercooler turbomotor van 168 pk en speciale Michelin TRX banden, ontwikkeld voor hoge snelheden (later werd de TRD ook van een intercooler voorzien, de TRD2 Turbo met een vermogen van 120 pk). Het uitrustingsniveau lag voor die dagen op uitzonderlijk hoog niveau met schijfremmen rondom (ABS); automatische hoogteregeling, servostuurbekrachtiging (Diravi); elektrisch bediende ramen en (verwarmde) achteruitkijkspiegels, alle vanuit de bestuurdersstoel verstelbaar; airco; cruise control en centrale deurvergrendeling met afstandsbediening.

De levering van de CX kwam overigens pas in 1975 op gang. Uiteindelijk werden er meer dan één miljoen exemplaren van de CX geproduceerd, voordat hij in 1989 opgevolgd werd door de Citroën XM.

terug naar voorpagina