• Archief
<B><EM>Oldtimerstory</B></EM> 60 jaar Citroën DS

Oldtimerstory 60 jaar Citroën DS

Citroën DS op Parijse Autosalon 1955Na de introductie van de 2CV in 1948 zorgde op 6 oktober 1955 Citroën opnieuw voor een sensatie. Op de Autosalon van Parijs onthulde die dag Citroën de opvolger van de Traction Avant, de Citroën DS. De nieuwe DS deed vriend en vijand versteld staan. Zowel uiterlijk als technisch brak de DS met alles wat op dat ogenblik te koop was. Nog nooit waren zowel veel nieuwe technieken en nieuwe ideeën in één auto samengebracht. Op de eerste dag van de Autosalon werden meteen al 12.000 orders genoteerd, zonder dat ook maar iemand een proefrit had kunnen maken. Na een week Autosalon was het aantal bestellingen zelfs opgelopen tot 80.000! Maar zoveel auto’s van dit radicaal nieuwe model kon Citroën helemaal niet leveren. Feit was dat Citroën nog bijna een jaar nodig had om daadwerkelijk een productierijpe DS te kunnen leveren.

origineel detail Citroën DSDe DS had een compleet nieuw uiterlijk, de carrosserie had de vorm van een druppel gekregen. Verantwoordelijk voor het ontwerp was de chef-ontwerper van Citroën, Flaminio Bertoni. De voorkant was breed en de achterkant smal. Omdat dit te kunnen realiseren had de DS achter een veel kleinere spoorbreedte dan voor. Het dak had een sterk aflopende lijn en als bijzonder detail waren de richtingaanwijzers achter aan het dak bevestigd.

Technisch was de revolutie waar mogelijk nog groter. De auto werd niet, zoals gebruik, geveerd met stalen veren maar was voorzien van een hydraulisch veersysteem gebaseerd op met stikstof gevulde veerbollen die met behulp van oliedruk voor een ongeëvenaard veercomfort zorgden. De hydropneumatische vering leverde daarbij een ideale karakteristiek, de vering werd stugger naarmate de belading toenam. Het hydraulische systeem werd niet alleen voor de vering gebruikt, maar vormde als het ware het hart van de auto. De remmen, besturing en koppeling maakten ook gebruik van het hydraulische systeem. Dit gaf de DS een heel bijzonder karakter. De techniek van de DS werd ontwikkeld onder leiding van André Lefèbvre, maar het Het hydraulisch systeem met de hydropneumatische vering was van de hand van Paul Magès.

De ontwikkeling van de DS had Citroën enorm veel geld gekost. Het ontbrak dan ook aan middelen om een nieuwe motorserie voor de DS in productie te brengen. Hoe modern de DS ook was, de auto moest genoegen nemen met de motor uit de Traction Avant. De Traction Avant bleef overigens nog heel even in productie tot het moment dat Citroën met een vereenvoudigde versie van de DS kwam, de ID. Bij de ID waren de stuurbekrachtiging en hydraulische bediening van de versnellingsbak achterwege gelaten. Wat bleef was het bijzondere veersysteem en het sterk afwijkende uiterlijk. De ID wist de aanvankelijke scepsis bij vele potentiële klanten over de betrouwbaarheid van al deze ingewikkelde hydraulische systemen weg te halen en de aanvankelijk weggezakte verkopen begonnen toe te nemen.

Citroën DS BreakCitroën zorgde voor steeds meer modellen en varianten waarvan de DS Break wel de meest opvallende variant was. Daarnaast werden er een cabrio en speciale varianten van carrosseriebouwers aan het gamma toegevoegd.

Het hydraulische systeem gaf in het begin veel Citroën monteurs grijze haren. Dit had twee verschillende redenen. De eerste reden was dat de DS bij de introductie eigenlijk nog helemaal niet uitontwikkeld was. De tweede reden was dat de monteurs die gewend waren om de zeer betrouwbare en eenvoudig opgezette Traction Avant en 2CV te onderhouden helemaal niet opgeleid waren om opeens een zeer complexe DS te onderhouden. Ook mistte Citroën de boot door pas lang na de introductie van de DS de dealers van werkplaatshandboeken te voorzien en de monteurs gericht op te leiden om de DS te kunnen onderhouden.

In 1965 werd de motor grondig herzien, maar het bleef toch een doorontwikkeling van het motorblok uit de Traction Avant. Het motorblok had zich in al die jaren als betrouwbaar bewezen, maar mistte ten opzichte van de concurrentie toch vermogen en soepelheid, met de herziening werd dit manco zowel mogelijk opgeheven. Dat het motorblok in 1965 nog niet aan het eind van zijn leven was bewijst wel het feit dat zelfs de opvolger van de DS tot 1990 leverbaar was met in basis het motorblok van de Traction Avant!

In 1968 kregen de DS en ID een ingrijpende facelift, gedaan door Bertoni’s leerling en opvolger Robert Opron. Uiterlijk vielen de dubbele koplampen achter glas meteen op. Veel modellen kregen daarbij in de bocht meedraaiende verstralers, opnieuw een typisch staaltje van Citroën design.

Twintig jaar na de introductie op Autosalon in Parijs is de DS nog steeds een moderne auto om te zien maar de concurrentie dwingt de DS om plaats te maken voor een opvolger. Wanneer in 1975 de laatste DS de fabriek verlaat zijn er 1.456.115 exemplaren verkocht. Genoeg om de DS een succes te noemen, te weinig om Citroën onder leiding van Michelin een zelfstandig bestaan te garanderen. Onder de vlag van PSA leeft de DS vandaag de dag in naam nog steeds verder, maar zeg nu eerlijk: er gaat toch niets boven het origineel!

terug naar voorpagina