• Archief
FEHAC: zin en onzin van milieuzones

FEHAC: zin en onzin van milieuzones

Met het mooie zonnige weer opkomst is het ‘klassieke autorijden seizoen’ weer begonnen. De evenementenkalender van de meeste clubs staan zo vlak na Pasen weer boordevol van activiteiten. Het bezoeken van de (oude) Nederlandse binnensteden of dorpen is voor menig autobezitter weer een dagdoel op zich.In dat kader vragen velen zich af of dat nog wel mogelijk is, of ze met hun klassieker de binnensteden nog wel in komen. Het eenvoudige antwoord is; JA, geen probleem. De realiteit is zoals altijd iets gecompliceerder.

Er is veel te doen over milieuzones waarin de vier grote steden het voortouw nemen. De afgelopen maanden heeft de FEHAC, namens de klassieke autoclubs, met het Ministerie van Infrastructuur & Milieu, met de grote steden, de Vereniging van Nederlands Gemeenten (VNG) en de andere belangengroepen in dit kader gesprekken gevoerd over het toelaten van klassieke auto’s in de milieuzones van binnensteden.
Nagenoeg zonder uitzondering hebben we overal begrip of zelfs medewerking gevonden voor het vrijstellen van klassiekers.
De FEHAC heeft vraagtekens bij nut en noodzaak van milieuzones in het algemeen, maar signaleert dat het besluit om deze zones in te voeren is gebaseerd op een democratisch proces is dat zijn eigen loop heeft. Klassiekers dienen in onze ogen echter logischerwijs uitgezonderd te worden. Door het spaarzame gebruik, buiten de risicotijden en –zones, en de geringe kilometrages is de bijdrage van klassiekers aan eventuele luchtkwaliteitsproblematiek nihil.

Als resultaat van onze gesprekken heeft bv de gemeente Utrecht besloten klassieke diesel voertuigen ouder dan 40 jaar toe te laten in de milieuzones. Klassiekers op benzine of lpg waren sowieso als toegelaten. Ook Rotterdam heeft de intentie uitgesproken klassiekers te ontzien. Helaas heeft Utrecht voor het vrijstellen van (diesel) klassiekers ‘de 40-jaars norm’ van MinFin gehanteerd. Onze wens blijft natuurlijk om de internationale FIVA norm van 30 jaar te hanteren, een norm die een aantal instanties in Nederland ook hanteert.
40 jaar is in geen enkel opzicht een norm voor wat-dan-ook, het is slechts een fiscale grens, die soms verkeerd uitgelegd wordt.
De FEHAC heeft deze verwarring bij MinFin aangekaart en de toezegging gekregen dan MinFin in volgende uitingen expliciet zal vermelden dat de fiscale grens van 40 jaar niets zegt over de klassieker status van een voertuig. Daarvoor zijn andere normen, nl. de internationaal gehanteerde FIVA norm die ook de FEHAC hanteert; 30 jaar en ouder, in handen van een liefhebber, zoveel mogelijk in originele staat en niet intentioneel voor dagelijks gebruik.
Zowel de Minister van I & M als bv de wethouder in Rotterdam hebben aangegeven dat de milieuzone maatregel een tijdelijke maatregel zal zijn, omdat de luchtkwaliteit ‘spontaan’ en door andere maatregels snel verbetert. Tevens zijn er andere maatregels die veel meer effect hebben dan het hinderen van klassiekers, zoals het aan de walstroom leggen van de zeeschepen in de Rotterdamse haven.

Het voorlopig voornaamste resultaat van onze inspanningen is dat onze klassieke mobiel erfgoed in binnensteden welkom is. Dat geldt voor de individuele auto. Ook kunt u de binnenstad met een milieuzone gewoon gebruiken als de startplaats, tussenstop en locatie van de eindbestemming van een oldtimerrit. Zolang het voorlopig maar geen 30-40 jaar oude diesel in Utrecht is…..
Want over het alsnog in de milieuzones toelaten van historische dieselvoertuigen van 30 tot 40 jaar oud zijn wij als FEHAC in gesprek met de gemeenten, de VNG en het Ministerie van I & M.

Onze grote zorg blijft dat er geen landelijk gehanteerd kader is, en dat ieder dorp zijn eigen ding kan en mag doen, met een onnavolgbare lappendeken van verschillende normen als gevolg.

De kern van het FEHAC beleid is dan ook; áls er al milieuzones ingesteld worden – waarvan nut en noodzaak dus allerminst evident zijn – dan eenduidig en met een vrijstelling voor oldtimers gebaseerd op de internationale FIVA norm.

terug naar voorpagina