• Archief
Blauwe en gele kentekenplaten

Blauwe en gele kentekenplaten

Tot 1 januari 1978 werden nieuw afgeleverde auto’s voorzien van een blauwe plaat, daarna was de gele kentekenplaat verplicht. Dat liep tot ongeveer de letters TU in het midden. Daarna kwam dus de gele plaat met zwarte cijfers, maar eerst nog wel eentje zonder het nu in heel Europa toegepaste blauwe stukje links met de EU-sterren, met bij ons de landaanduiding NL in het midden. Inmiddels hebben we alweer 14 jaar de GAIK platen, waarbij de afkorting GAIK staat voor Gecontroleerde Afgifte en Inname Kentekens. Voor die tijd kon je gewoon een kentekenplaat laten maken, maar van een GAIK-plaat worden er niet meer dat twee uitgegeven en moet men zich legitimeren bij de bestelling van kentekenplaten. Overigens: een klassieker mag best met de gele GAIK-platen rondrijden: een blauwe plaat mág, maar moet niet.

Naast de klassiek geworden origineel Nederlandse auto’s met een blauwe plaat is er in de afgelopen 25 jaar een aardige import geweest van klassieke voertuigen: afgaande op de uitgeven kentekens zijn dat er meer dan 100.000 stuks geweest. Door sloop en export zullen daar nu inmiddels wel minder van over zijn, maar het blijft een respectabel aantal. De FEHAC heeft er direct na haar oprichting al voor gepleit om ook klassieke importvoertuigen nog van blauwe
platen te kunnen voorzien. Uiteindelijk heeft de RDW hieraan meegewerkt en werd in 1988 als eerste de nooit eerder gebruikte serie DE-00-01 van stal gehaald om importauto’s uit de bouwjaren van vóór 1973 te voorzien van een ‘ouderwets’ kenteken. Dat kenteken bestaat uit twee letters vooraan gevolgd door vier letters. Inmiddels zijn voor personenauto’s al negen (nl. DE, DL, DM, DR, AE, AL, AH, AM, AR) van die speciale kentekenseries uitgegeven; nu zit de RDW op driekwart van de AR-serie. Motoren kregen ZM en ZF kentekens en bij bedrijfswagens is het de BE-00-01 serie. Voor voertuigen met een datum eerste toelating
tussen 1973 en 1977 heeft de RDW de kentekens met YA, YB en YD in het midden uitgegeven. Een blauw/witte plaat bestaat dus altijd uit twee letters en vier cijfers.

Nieuwe kentekens vanaf 1978 met vier letters en twee cijfers of drie letters in het midden zie je op een oude auto een enkel keertje weleens met een blauwe plaat. Dat mocht volgens de regeltjes niet en was een reden voor afkeuring bij de APK. Per 1 januari 2016 zijn echter de regels aangepast. Alle auto’s met een datum eerste toelating (DET) van voor 1 januari 1978 mogen sinds 1 januari met blauwe kentekenplaat rijden. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in de cijfer- of lettercombinaties. Dat is het gevolg van een wijziging in de APK-keuringseisen per 1 januari 2016. De wijziging is te vinden in paragraaf 3 van de APK aanvullende permanente eisen. Hierdoor is het zelfs mogelijk met de huidige nieuwe kentekenreeks van een groep van 2 letters, 3 cijfers en 1 letter om blauwe kentekenplaten te voeren.

Bron: FEHAC

terug naar voorpagina