Onverwacht besluit RDW stuit op veel verzet bij oldtimerliefhebbers
Vorige week bracht OldtimerNieuws het bericht naar buiten dat de FEHAC onplezierig was verrast door het bericht van Johan Hakkenberg, de directeur van de RDW, dat het per direct niet meer mogelijk is om oldtimers uit Europese landen in te voeren zonder een compleet deel I en deel II van kenteken. Liefhebbers de een een oldtimer in de schuur hebben staan die ooit ergens een schuur werd gevonden zien hun droom op een Nederlands kenteken nu in rook op gaan. In het verleden bleek het bijna altijd mogelijk om zelfs zonder de complete documenten bij de oldtimer toch een Nederlands kenteken te bemachtigen. Door nu zonder waarschuwing vooraf en onder het slappe excuus van bezuinigingen deze maatregel opeens te introduceren is de populariteit tot diepte gezakt. Inmiddels is onder liefhebbers van oldtimers veel onvrede te horen over de maatregel. Nog deze week heeft de FEHAC een overleg met de RDW om de maatregel en de gevolgen daarvan nog eens goed op een rij te zetten. Mocht u ook door de maatregel worden getroffen schroom dan niet uw verhaal aan de FEHAC kenbaar te maken. Meer informatie op: www.fehac.nl
FEHAC op de bres tegen nieuwe invoerregels RDW
De RDW heeft op 10 augustus aangekondigd dat per 16 augustus er een nieuwe regeling in werking treedt. Vanaf dat moment is het verplicht om kentekenbewijs Deel I te overleggen bij de aanvraag van een Nederlands kenteken voor een voertuig dat eerder in een andere EU lidstaat was geregistreerd. Deze verplichting is volgens het RDW geheel conform zowel Europese als Nederlandse wetgeving. Deze wetgeving vereist dat bij de aanvraag van een Nederlands kenteken voor een voertuig uit een andere EU lidstaat, het volledige buitenlandse kentekenbewijs wordt overlegd.
In de praktijk betekent het dat van het buitenlands kentekenbewijs Deel I altijd aanwezig moet zijn. Datzelfde geldt voor Deel II, voor zover het is afgegeven. De RDW maakt geen uitzonderingen meer voor bijvoorbeeld buitenlandse schadevoertuigen en historische voertuigen. Zonder Deel I wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Is er wel een Deel I, maar geen Deel II? Dan kan het voertuig alleen worden geregistreerd als de autoriteiten van de lidstaat, waar het voertuig vandaan komt, uitdrukkelijk toestemming verlenen. De afhandeling kan hierdoor wel langer gaan duren.
De FEHAC heeft met zeer grote verontrusting kennis genomen van deze nieuwe regeling waarbij het vanaf 16 augustus 2010 niet meer mogelijk zal zijn om voertuigen van binnen de EU zonder volledige documenten op Nederlands kenteken te zetten. De FEHAC, als vertegenwoordiger van de belanghebbenden, is hierover niet van te voren geïnformeerd.
Deze regeling betekent een concrete aanslag op het behoud van het mobiele erfgoed, waarvoor de FEHAC zich al 35 jaar inzet. En nog wel uit een onverwachte hoek. Het mag immers bekend worden verondersteld dat van veel oldtimer voertuigen binnen de EU (van inmiddels 27 landen!) in de loop der jaren de voertuigdocumenten verloren zijn gegaan. Deze voertuigen zijn ooit buiten gebruik gesteld en vervolgens ‘vergeten’ of weggezet in afwachting van een grote restauratie. Nadat de technische kant van de restauratie is voltooid en de voertuigen weer geschikt zijn voor deelname aan het verkeer, worden ze ter keuring aangeboden en na goedkeuring kan er opnieuw een kenteken worden afgegeven. Voor de eigenaar de bekroning van zijn werk.
Zo konden de afgelopen decennia talloze historische auto’s, motorfietsen en andere voertuigen op kenteken worden gezet. Het gaat om een relatief kleine groep voertuigen ten opzichte van voertuigen die wel voorzien zijn van de juiste documenten. Maar het gaat vaak wel om heel bijzondere voertuigen, die het juist waard zijn behouden te blijven. Deze RDW-maatregel betekent een klap in het gezicht voor mensen die inmiddels veel geld en tijd hebben geïnvesteerd voor de restauratie van een ’schuurvondst’, in het gerechtvaardigde vertrouwen dat het voertuig ook zonder originele documenten op kenteken zou kunnen worden gezet, met medewerking van de RDW. In het beste geval kan men het voertuig nog voor verkoop naar het buitenland aanbieden. Waarschijnlijk voor veel minder geld dan er in geïnvesteerd is. Om over de gederfde levensvreugde nog te zwijgen. In dit licht bezien is de onzorgvuldige werkwijze van de RDW een grote teleurstelling voor de FEHAC en de ruim 60.000 leden die via hun club zijn aangesloten bij de FEHAC.
De FEHAC heeft contact gezocht met de RDW en vertrouwt er op dat de maatregel ongedaan wordt gemaakt ten aanzien van historische voertuigen en dat het ook in de toekomst mogelijk blijft om oldtimers zonder alle officiële bescheiden vanuit andere EU-landen in Nederland op kenteken te zetten.
We zijn benieuwd of de FEHAC er (opnieuw) in zal slagen om een regelgeving die door RDW zonder al te diep na te denken is ingevoerd om te buigen. Er zullen vast bij de RDW ook liefhebbers van oldtimers rondlopen die zich (rijkelijk laat) realiseren dat niet alles in de wereld zwart/wit is. Wordt vervolgd…
Oldtimer aan de trekstang
In vakantieperiode zie je ze eigenlijk nog het meeste, een oldtimer of boodschappenautootje die met een trekstang door een andere auto of meestal een camper wordt getrokken. Toch blijft het fenomeen, zeker in Nederland, redelijk zeldzaam. Met mij vragen vele mensen zich of het gebruik van een dergelijk trekstang eigenlijk wel is toegestaan.
Het antwoord is kort en lang tegelijk. Ja, het mag. Mits… het getrokken voertuig niet zwaarder is dan 750 kg en het trekkende voertuig een dergelijke last mag trekken. Let hierbij er wel op dat de trekgewichten ook daadwerkelijk op het kenteken van het trekkende voertuig staan vermeld, anders gaat u nog naar huis met een boete.
Doordat het totale gewicht onder de 750 kg moet blijven is een dergelijke constructie niet kentekenplichtig. Wel moet het getrokken voertuig voorzien van een (werkende) lichtbalk en een kentekenplaat van het trekkende voertuig. Het getrokken voertuig moet overigens wel aan alle wettelijke voorwaarden voldoen (APK, verzekering).
Informeer altijd bij de desbetreffende instanties (RDW, Expertisecentrum Verkeer en Vervoer Politie Apeldoorn) of de combinatie getrokken voertuig en trekkend voertuig inderdaad is toegestaan alvorens de weg op te gaan.
Groene kaart aanhangwagen in buitenland soms verplicht
In Nederland worden aanhangwagens en caravans (mee)verzekerd op de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering (WA) van de trekkende auto / oldtimer. Er wordt één internationaal verzekeringsbewijs (de groene kaart) afgegeven. Hierop staat dan de code ‘AF’. In Polen moet u voor uw caravan een aparte groene kaart hebben. Die is ook aanbevolen voor Duitsland en Spanje.
Het gaat hierbij om caravans en aanhangwagens met een eigen kenteken, oftewel caravans zwaarder dan 750 kg. Gaat u naar een van deze landen, neem dan twee groene kaarten mee, één voor uw auto en één voor uw caravan. De ‘tweede’ groene kaart voor Duitsland, Polen en Spanje is nodig na het invoeren van het kentekenregistratiesysteem voor caravans zwaarder dan 750 kg. In Nederland en de meeste andere Europese landen heeft u geen aparte groene kaart nodig.
De groene kaart voor uw caravan kunt u aanvragen bij de verzekeringsmaatschappij van uw auto door een kopie van uw caravankentekenbewijs op te sturen. Wijzigingen in de toekomst moet u, net als bij uw auto, aan de verzekeringsmaatschappij doorgeven.
Bron: ANWB
Automuseum Old Timer – Bosseart
Tijdens de zomervakantie komt OldtimerNieuws met een aantal OldtimerTips. In deze OldtimerTips kijken we een klein stukje over de grens naar het Oldtimermuseum in het Belgische Reninge. Het museum omvat een unieke collectie van ongeveer 95 oldtimers van 1899 tot de jaren ‘70, aangevuld met een 25-tal motorfietsen.
Een van de pronkstukken is een Pierce Arrow uit 1931. Tot de oudste modellen uit de collectie behoort een Voiturelle Deauville uit 1899. Op Europees vlak zijn de hier getoonde Buick uit 1908, de Excelsior uit 1911 en een zeer zeldzame Unic uit 1912 zeker uniek te noemen. Ook een Amerikaanse Paige uit 1915 en een brandweerauto uit 1925 van het merk Morris zijn echte zeldzaamheden. Tussen de meer recente wagens uit de jaren 50 vallen vooral Chevrolet en Jaguar op.
Meer informatie: www.oldtimermuseum.be
Oldtimermuseum De Rijke
Tijdens de zomervakantie komt OldtimerNieuws met een aantal OldtimerTips. In deze OldtimerTips het Oldtimermuseum De Rijke in Oostvoorne opgericht door de heer Cees de Rijke senior. Het museum telt maar liefst meer dan 200 oldtimers, stuk voor stuk zeer waardevolle exemplaren die door de heer De Rijke over een periode van 40 jaar zijn verzameld en gerestaureerd. Behalve waardevol is de collectie auto’s, vrachtauto’s en motoren zeker ook uniek. Zo dateert de oudste auto van 1904.
Bijzondere aandacht is er voor de geschiedenis van het merk Ford. Alle modellen, in 100 jaar uitgebracht, zijn in het museum in miniatuur te bewonderen. In totaal zijn het er 800 stuks.
Voor iedereen die geïnteresseerd is in de ontwikkeling van het automobiel een bezoek aan het Oldtimermuseum een must. De fraai gerestaureerde exemplaren geven een perfect beeld van de historie. De nadruk van de collectie ligt op Amerikaanse oldtimers, maar ook de Rolls Royces en de Trabantjes ontbreken niet.
Meer informatie: www.derijke.com
Saab Museum Overschild
Harm van der Laan uit het Groningse Overschild draagt als garagehouder én als liefhebber het merk Saab al jaren een warm hart toe. In de loop der jaren heeft hij een hele collectie Saabs verzameld. Het museum toont 50 jaar SAAB geschiedenis onder één dak, met meer dan 40 verschillende modellen. Tot en met september is het museum elke laatste zondag van de maand van 11.00 tot 17.00 uur geopend. Groepen kunnen ook op afspraak bij deze bezienswaardigheid terecht.
Op 28 augustus 2010 organiseert het museum voor het eerst een onderdelen verkoopdag. Kraampjes kunt u huren op afspraak. Voor meer informatie hierover kunt u mailen naar bovenstaand e-mailadres of bellen met bovenstaand telefoonnummer. Voor handelaren en particulieren.
Meer informatie is te vinden op www.vdlaansaabspecialist.nl
Automuseum Schagen
Tijdens de zomervakantie komt OldtimerNieuws met een aantal OldtimerTips. In deze OldtimerTips het Automuseum in Schagen, een automuseum met circa 50 oldtimers van diverse merken, die eigendom zijn van verschillende autoliefhebbers. Het accent ligt op auto’s waar mensen in gereden hebben en die daarmee herkenbaar zijn voor de bezoeker van het museum.
In het museum vindt u vele merken waaronder Nederlandse DAF’s (alle types), VW, Mercedes, Citroën, Peugeot, Renault, Fiat, Morris, MG, Jawa, Aero, Tatra, Trabant, Jaguar, Rolls Royce, Chevrolet, Ford, Packard, Buick, Nash & andere merken.
Daarnaast staan er ook vele auto-gerelateerde producten en een aantal motor- en bromfietsen. Denkt u hierbij aan de merken Harley Davidson, Jawa, Solex, Kreidler, Moto Guzzi, Simson, Heinkel & Vespa.
Meer informatie is te vinden op:
www.automuseumschagen.nl
Daf Museum Eindhoven
Tijdens de zomervakantie komt OldtimerNieuws met een aantal OldtimerTips. In deze OldtimerTips het museum van het door en door Nederlandse merk DAF. De historie van het Nederlandse merk DAF gaat terug tot 1928 wanneer de ‘Hub van Doorne, Machinefabriek en Reparatie-inrichting’ wordt opgericht. De naam wordt in 1932 veranderd in ‘Van Doorne’s Aanhangwagenfabriek’ (DAF). In 1937 maakte Hub van Doorne samen met Kolonel Van der Trappen de fameuze Trado constructie, waarmee gewone vrachtwagens tot 6×4 werden omgebouwd. Dit waren de voorlopers van de ”dikke DAF”, de YA 328, die vanaf 1952 in productie kwam. In 1959 startte de productie van personenauto’s met de DAF 600. Al deze historische auto’s, vrachtauto’s en natuurlijk nog veel meer is te vinden in het DAF-museum in Eindhoven. Het museum kent een zeer uitgebreide collectie auot’s en vrachtauto’s en zeker de moeite waard om deze zomer eens te bezoeken.
www.dafmuseum.nl
Saabmuseum d’ Oude Bolneus
Met vakanties voor de deur komt OldtimerNieuws met een aantal OldtimerTips. Voor Saab liefhebbers, maar zeker niet alleen voor Saab liefhebbers, vandaag het Saabmuseum d’ Oude Bolneus in Woerden. De successen van Eric Karlson met Saabtweetakten in o.a. de rally van Monte-Carlo 1963 en het geluid van een prachtige zwarte tweetakt, die in die tijd door Woerden ronkte (Brr popop-pop !!!), deden Leo Borsboom verliefd worden op het merk Saab. Leo die in 1968 met een eigen garagebedrijf was begonnen, werd in 1973 dealer van Saab voor Woerden en omstreken. In die tijd is ook het verzamelen van oude Saab tweetakten begonnen, waarmee toen eigenlijk al de basis voor het huidige Saabmuseum is gelegd. De naam d’ Oude Bolneus komt van de eerste Saab modellen uit de jaren ’50. Deze hebben een mooie bolle neus en worden door liefhebbers bolneuzen genoemd.
Het museum herbergt een uniek collectie Saab tweetakt en Sonett modellen, waaronder een Saab 92 uit het eerste bouwjaar. Het Saabmuseum is gevestigd in het stadshart van Woerden, dichtbij korenmolen “de Windhond”. Het museum is het hele jaar door geopend, echter alleen op afspraak. Meer informatie via: www.saabmuseum.nl
Oldtimerverzekering blijft specialistenwerk
De FEHAC bemoeit zich al jaren met oldtimerverzekeringen en met wat daarbij hoort zoals het taxeren van oldtimervoertuigen. Oldtimers verzekeren is toch wat anders dan een moderne auto verzekeren: het geringe gebruik op de weg rechtvaardigt een lage WA-premie, voor de bepaling van de waarde van het te verzekeren voertuig moet altijd om de drie jaar een deskundige taxateur worden ingeschakeld en bij schaderegeling is het vaak zoeken naar de beschikbare onderdelen. Zes jaar terug – in 2004 – heeft de FEHAC een uitgebreid onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de oldtimerverzekeringen en dat onderzoek is nu herhaald.
De FEHAC vindt als federatie van alle oldtimerclubs acht zaken erg belangrijk wil er sprake zijn van een echt goede oldtimerverzekering. Dat gaat niet alleen om de inhoud van de polis maar ook om het voortraject van acceptatie van de oldtimer en van de bestuurder en
een goede schaderegeling. Die acht eisen zijn:
1 – geen leeftijdsdiscriminatie,
2 – geen koppelverkoop met de dagelijkse auto ,
3 – erkenning door verzekeraars van FEHAC erkende clubtaxaties ,
4 – geen dekkingsbeperkingen voor toer- en regelmatigheidsnitten,
5 – altijd-terug-garantie na een ongeval van het voertuig,
6 – goede schaderegeling van casco schade,
7 – vrije keuze waar het voertuig hersteld wordt,
8 – terugkrijgen van het wrak na uitkering van een total loss schade.
Bij ongeveer 30 aanbieders van oldtimerverzekeringen werd het verzoek gedaan een enquête in te vullen, 15 reageerden er uiteindelijk en er waren maar vier die helemaal aan alle acht eisen voldoen. Dat zijn bekende specialisten die ook veel adverteren in oldtimerbladen en oldtimer websites: de Europeesche Verzekeringen, TVM, Herasto/van Eijk en een relatief onbekende nieuwkomer Polisdirect. Daarnaast zijn er drie ‘runner-up’ aanbieders die allemaal ook een prima oldtimerverzekering aanbieden, maar die net op een enkel klein punt niet aan de FEHAC-eisen voldoen. Eén dekt bijvoorbeeld toerritten alleen in Nederland, de volgende sluit het speciaal namaken van ontbrekende en niet meer verkrijgbare onderdelen bij schaderegeling toch nog uit en de volgende heeft moeite met het accepteren van clubtaxaties, ook als de FEHAC de opzet van het rapport en de zorgvuldige uitvoering van de taxatie door deskundigen binnen de club goedgekeurd heeft. Maar ook dit zijn specialisten die van het verzekeren van klassiekers hun hoofdactiviteit hebben gemaakt en waar u prima terecht kunt.
Die drie aanbieders die net op één enkel punt niet aan de FEHAC-eisen voldoen zijn GIO adviesgroep, Kuiper Verzekeringen en Wiggers met Classic a la Carte. Maar de conclusie is dat de specialisten goed scoren.
Kwaliteit van de verzekering is het allerbelangrijkst maar in het onderzoek is ook gevraagd naar de premie van de verzekering. Eén van de voorbeelden was een Ford V8 uit 1937 die jaarlijks maar 1000 km buitenkomt en getaxeerd werd op € 15.000. De Fehac vroeg naar de premie voor een WA en een eenvoudige cascoverzekering die alleen brand en diefstal dekt. Opvallend was dat de aanbiedingen uiteen liepen van € 85 voor de goedkoopste tot € 274 voor de duurste. Een rallyerijdende Porsche 356 uit 1963, goed voor jaarlijks 8000 km met een taxatiewaarde van € 30.000 varieerde voor WA Casco van € 267 tot € 800. Veel aanbieders hebben een website waar op de premie berekend kan worden en het loont dus de moeite om te vergelijken en hier en daar wat offertes aan te vragen.
Bron: FEHAC
Oldtimer wassen zonder water
De kreet “wassen zonder water” maakte ons toch wel nieuwsgierig en daarom zijn we bij OldtimerNieuws maar eens op onderzoek uitgegaan. Onder de naam Vulcanet is een tijdje geleden een nieuw schoonmaaksysteem op de markt gekomen waardoor het mogelijk wordt een oldtimer zonder water te wassen. Ze zijn daarbij niet over een nacht ijs gegaan: twee jaar onderzoek en testen in zowel laboratoria als het uitproberen op honderden verschillende carrosserieën zijn er aan vooraf gegaan. Het concept bestaat uit een speciaal voor dit doel geweven doekje, geïmpregneerd met een stof die bestaat uit een verbinding van 18 verschillende moleculen. Na het inwrijven met het geimpregneerde doekje kan de oldtimer met een bijgeleverd microvezeldoekje vervolgens de oldtimer tot hoogglans opgepoetst.
We hebben het zelf nog niet geprobeerd maar Richard Jansen van Vulcavite Netherlands is er van overtuigd dat het een succes gaat worden. Inmiddels zijn er al bijna 120 verkooppunten in Nederland. O ja, het doekje is niet alleen geschikt voor de lak, maar ook voor chroom, leer, glas, kunststof…..
Meer informatie is te vinden op: http://nederland.vulcavite.com/nl/welkom
Vandaag 55 jaar geleden eerste file in Nederland
Op Eerste Pinksterdag, 29 mei 1955 was de eerste Nederlandse file een feit. De rotonde bij Oudenrijn, vlakbij Utrecht, kon de 50.000 auto’s niet aan. Er werd met veel bewondering op de eerste file gereageerd.
De auto was er destijds vooral om leuke tochtjes mee te maken. Deze eerste Pinksterdag trok men er massaal op uit om bijvoorbeeld de Veluwe of de bollenvelden te bezoeken. De Veluwe was vooral in trek bij Nederlandse gezinnen uit de Randstad, de bollenvelden werden geliefd door Duitse gezinnen.
Deze twee stromen kruisten elkaar vlakbij Utrecht, waarna de rotonde Oudenrijn het niet meer aankon. Voor het eerst in de geschiedenis stonden de auto’s vast. Men was verbaasd en verwonderd, maar vooral ook trots. De file bevestigde voor de mensen dat Nederland met al die auto’s een modern land geworden was.
De file groeide al snel uit tot een groot probleem, waarmee de overheid vanaf dag één worstelde. Een extra rijstrook in 1959 en verkeerslichten in 1960 moest het knelpunt bij Oudenrijn doen verdwijnen, maar het bleken slechts tijdelijke oplossingen te zijn.
Met de mobiele bewegingsvrijheid, die tot midden jaren vijftig zo gewoon leek, was het helemaal gedaan toen de economie met sprongen vooruitging. Mensen kregen steeds meer vrije tijd, de massaproductie van goedkope auto’s kwam op gang en het ‘tweedehandsje’ deed zijn intrede.
Nederland ging massaal aan de auto. In 1964 werd de miljoenste auto verkocht, veel meer dan de regering had ingecalculeerd.
BMW Classic nu ook voor onderhoud en onderdelen
De oldtimer en youngtimer-afdeling van BMW, BMW Classic is al jarenlang een bericht. De service van BMW Classic is is sinds kort verder uitgebreid. Eigenaren van BMW gebouwd tot en met de jaren tachtig kunnen nu weer BMW zelf terecht voor onderhoud, reparatie en restauratie. Dat daarbij gebruik gemaakt wordt van zoveel mogelijk originele BMW-onderdelen spreekt natuurlijk vanzelf. Op dit moment beschikt BMW Classic over een voorraad van ongeveer 30.000 onderdelen, met name van de naoorlogse modellen.
Volgens BMW rijden er wereldwijd nog zo’n 600.000 BMW’s rond die binnen de doelgroep van BMW Classic vallen. Dat aantal wordt nog eens aangevuld met 70.000 motorfietsen. Voor al deze oldtimer en youngtimer voertuigen is er ook een catalogus waarmee online gezocht kan worden naar net ene ontbrekende onderdeel. De catalogus is te vinden op: www.bmw-classic.com
Benzineprijs hard op weg naar record
De benzineprijs is nog maar een tien cent verwijderd van de recordprijs uit 2008. Als de prijs van ruwe olie blijft stijgen, zal de hoogste benzineprijs ooit van 1,69 euro per liter snel in zicht komen. De prijs van een liter diesel ging minder hard omhoog. Een liter diesel kost nu euro 1,21, terwijl de prijs op het recordniveau in 2008 op anderhalve euro per liter lag.
De prijs van lpg aan de pomp bereikte enkele dagen geleden al de hoogste prijs ooit van 0,74 euro per liter. Binnen anderhalf jaar is lpg bijna 50 procent duurder geworden. De landelijke gemiddelde adviesprijs voor een liter ongelode benzine stond woensdag op 1,59 euro.
De olieprijs speelt een belangrijke rol in de prijs, maar niet de enige. De olieprijs ligt nu rond de 85 dollar per vat. Bij de vorige recordprijs voor benzine kostte een vat olie 140 dollar. De raffinagecapaciteit is eveneens een belangrijke factor. Europa telt niet al te veel raffinaderijen. Als bij één of een paar raffinaderijen iets aan de hand is, heeft dat meteen effect.
Het rijden met de oldtimer zal in 2010 op benzine, lpg of diesel helaas flink duurder uitvallen. Dan was de 2CVolt toch niet zo’n gek idee??
Uitslag ANWB-peiling kilometerheffing verwarrend
De ANWB heeft de uitslag van de ledenpeiling met betrekking tot de kilometerheffing openbaar gemaakt. Ongeveer 400.000 leden hebben meegedaan aan de ledenpeiling en de uitslag is wat verwarrend te noemen. Volgens de ANWB staat 68% van de ondervraagde ANWB-leden positief tegenover de invoering van de kilometerprijs maar is de meerderheid absoluut tegen een spitstarief. Het spitstarief wordt als onrechtvaardig en niet-effectief ervaren. Automobilisten hebben vaak geen alternatief (ontoereikend openbaar vervoer) of eenvoudig weg geen grip op de reistijden (werktijden).
Weinig verrassend meldt de ANWB dat de meerderheid wel tegen de voorgestelde kilometerheffing is. Te duur, te ingewikkeld, te onduidelijk en teveel onzekerheid over het uiteindelijke kostenplaatje voor de automobilist. Natuurlijk een beetje mosterd na de maaltijd nu al duidelijk is geworden dat een nieuw kabinet zich over de kwestie moet buigen en dat de voorgestelde kilometerheffing in de huidige vorm er in ieder geval nooit gaat komen.
Zorgwekkend voor oldtimerbezitters is de grote groep ANWB-leden die willen betalen naar milieukenmerken, bij OldtimerNieuws zien we, opnieuw, een zinloze discussie over de milieu-impact van oldtimer aan de horizon. Hier kan immers makkelijk politieke winst worden gehaald over de rug van de oldtimerbezitter, de acties van de Christen Unie zitten nog vers in ons geheugen.
Maar de ANWB heeft nog meer voor ons in petto: uitzonderingen mogen er volgens de leden niet meer worden gemaakt. Dus campers, oldtimers en vrachtauto’s (!) moeten allemaal op deze manier aan de kilometerheffing worden onderworpen worden. Gehandicapten mogen nog wel mobiel blijven door ze het voorgestelde voordeel (uitzondering) te gunnen.
Komen we weer terug bij kilometerheffing en oldtimers. Gezien de, soms erg scherpe, kritieken die te lezen zijn op ANWB website is het nog maar de vraag of inderdaad de ledenpeiling een goed beeld geeft van wat er nu leeft. Feit is wel dat als de politiek zich blind gaat staren op de uitkomsten van deze peiling de Fehac opnieuw alle zeilen bij kan zetten om onze belangen (weer) te verdedigen.
Amsterdam raakt 1000 oude auto’s kwijt
De stad Amsterdam is duizend oude en vervuilende auto’s kwijt. Sinds 1 oktober vorig jaar hebben duizend autobezitters gebruikgemaakt van de Amsterdamse sloopregeling, meldt dagblad de Telegraaf. Amsterdammers krijgen bovenop de nationale slooppremie een extra bedrag van de gemeente. Wie zijn oude personen- of bestelauto laat slopen en daarvoor een schonere wagen terugkoopt, krijgt in totaal een slooppremie vanaf 1250 euro. De premie kan oplopen tot maximaal 2750 euro.
Amsterdammers die de auto helemaal de deur uitdoen, krijgen een premie die kan oplopen tot 1000 euro. Inmiddels hebben 55 mensen van deze ‘Auto de deur uit-premie’ gebruikgemaakt. Zij moesten een eventuele parkeervergunning inleveren, waarvoor ze een ov-abonnement van 300 euro terugkregen. De regeling loopt nog steeds, welke auto’s inmiddels uit het Amsterdamse straatbeeld zijn verdwenen is niet bekend.
Kilometerheffing voorlopig van de baan
De invoering van de omstreden kilometerheffing gaat voorlopig niet door. Dit heeft de Tweede Kamer donderdagochtend besloten. Het wetsvoorstel waar veel over te doen is geweest wordt vóór de verkiezingen op 9 juni niet meer te behandeld.
Of het de kilometerheffing er ooit gaat komen is erg onzeker. Het hangt ervan af welke partijen na de verkiezingen gaan regeren en of zij besluiten ermee door te gaan. Mogelijk is daarbij een sleutelrol weggelegd voor het CDA. Tot nu toe steunde die partij de plannen van de eigen minister van Verkeer en Waterstaat Camiel Eurlings, maar sinds de val van het kabinet laat het CDA in het midden of de kilometerheffing in het volgende verkiezingsprogramma terugkeert.
Nu nog de bevriezing van de belastingvrijstelling voor oldtimers weer ongedaan maken en gemaakte schade uit de afgelopen kabinetsperiode is weer gerepareerd. De vrijstelling wordt nu per 31 december 2011 bevroren en kan niet zomaar worden teruggedraaid. Wellicht dat in een vervolgtraject het nieuwe kabinet het licht gaat zien en de wet opnieuw wil aanpassen?
Toekomst kilometerheffing onzeker
Met de val van kabinet staat ook de invoering van de kilometerheffing op losse schroeven. Onduidelijk is of het CDA de kilometerheffing nog langer wil steunen. Het is erg onzeker of de van meet af aan omstreden kilometerheffing in het verkiezingsprogramma van het CDA terug zal komen.
Na het tumult rondom de bijtelling van youngtimers en het bevriezen van de datum waarop oldtimers worden vrijgesteld van de houderschapsbelasting is het voor (oldtimer) autobezitters nu afwachten wat er nu werkelijk gaat gebeuren. Binnen het CDA gaan er in ieder geval stemmen op om de voorbereidingen van de kilometerheffing stop te zetten.
Ondertussen is de PvdA woest en de VVD blij met de opmerkingen over de kilometerheffing uit de CDA geledingen. Wellicht dat de kilometerheffing toch nog inzet gaat worden van de verkiezingcampagne?
Fehac zet vraagtekens bij invoering kilometerheffing
Voor klassiekers geldt dankzij de inzet van de FEHAC al heel lang een gunstige fiscale regeling. Die regeling is er gekomen vanwege het aantoonbaar geringe aantal kilometers dat klassiekers rijden: tot medio jaren ‘90 was er eerst de ‘60-dagen-kaart’, daarna volgde in 1994 de vrijstelling wegenbelasting voor voertuigen van 25 jaar en ouder. De vrijstelling stopt nu per 2012 en klassiekers van na 1986 gaan dus de km-heffing betalen. Maar door het amendement Cramer is er wel een lastige overgangsperiode. De afschaffing van de 25+ vrijstelling gaat in per 2012 maar de km-heffing voor personenauto’s gaat op zijn vroegst per 2014 in. Er moet een paar jaar het volle pond aan wegenbelasting betaald worden en als er nog meer uitstel van de km-heffing komt -zeker niet ondenkbaar- wordt dat alleen maar langer. Voor zware voertuigen gaat het hierbij om schrikbarend hoge bedragen. Bijvoorbeeld een Jaguar XJ6 kost nu al € 1016,- aan wegenbelasting per jaar, om nog maar te zwijgen van een Mercedes W 124 diesel, die maar liefst tot € 1768,- in het laatje moet brengen. Met de km-heffing wordt het werkelijk aantal gereden kilometers belast. Op zich is hier best wat voor te zeggen, al komt het bovenop de grofweg 5 á 10 cent per kilometer die al aan brandstofaccijns wordt betaald. Maar het registratiekastje op het dashboard tast de originaliteit van klassiekers aan en de vraag is of het in alle klassiekers goed gaat werken. En hoe gaat het als een klassieker op een auto-ambulance naar een evenement vervoerd wordt, of rondjes rijdt op een circuit? Moet er dan ook km-heffing betaald worden?
De rekenvoorbeelden op verschillende websites gaan niet verder dan auto’s tot 8 jaar oud en maken niet duidelijk wat een klassieker-kilometer gaat kosten. Voor jonge auto’s wordt een tarief van 3 tot bijna 7 cent per kilometer beloofd, afhankelijk van de milieukenmerken van de auto. Daar bovenop komt een nog onbekend spitstarief. Stel dat het tarief voor een klassieker op 6 cent komt, en er wordt binnen Nederland 2000 km mee gereden, en niet in de spits, dan draagt de eigenaar op jaarbasis € 120,- af. Maar het tarief kan makkelijk worden aangepast (en dat is in de praktijk altijd: verhoogd) en dan zal het natuurlijk veel meer worden. Alle reden voor de FEHAC om de ontwikkelingen rond de km-heffing zeer kritisch te blijven volgen.
Bron: Fehac