• Archief
Oldtimer winterklaar maken: de carrosserie

Oldtimer winterklaar maken: de carrosserie

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. Inmiddels traditioneel geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Vandaag de carrosserie.

Om te beginnen de bodem en de wielkasten grondig schoonspuiten. Een hogedrukreiniger kan handig zijn, bedenk echter wel dat de hoge waterdruk er ook voor kan zorgen dat er water binnendringt op plaatsen waar we het niet willen hebben. Bijvoorbeeld in stuurkogels of lagers. Wees voorzichtig. Daarna de auto goed wassen, zodat eventueel vuil (denk onder andere aan resten van vogelpoep) geen winter lang de kans krijgt de lak te beschadigen. Zorg er nu voor dat de auto weer goed droog wordt, door er bijvoorbeeld een flink stuk mee te rijden, daarover verderop nog meer. Verchroomde onderdelen kunnen worden voorzien van een lage zuurvrije vaseline. Ook deur– en kofferbakrubbers kunnen een lage zuurvrije vaseline waarderen of gebruik een van de speciale ‘stiften’ die in de handel zijn om rubbers te behandelen. Dit voorkomt vast plakken met als gevolg gescheurde rubbers in het voorjaar.

Maak voor de oldtimer de stalling in gaat nog een laatste rit op een mooie droge dag. Dit zorgt er voor dat de auto helemaal droog de stalling in gaat. Niet alleen de carrosserie is na een ritje van 40 tot 60 kilometer lekker droog, ook de motor en de uitlaat zijn vrij van condens. Bovendien is de accu nu ook goed bijgeladen. Parkeer de auto meteen na de rit in de stalling en start de motor niet meer.

Wanneer de oldtimer eenmaal is gestald, zorg er dan voor dat het interieur kan luchten. Doe dit door de ramen een beetje open te zetten, bijvoorbeeld de tochtraampjes. Zet de auto niet op de handrem om vastzitten te voorkomen. Sluit de deuren niet helemaal. Bij de meeste oldtimers kunnen de deuren in het ‘eerste’ slot worden gezet. De deur zit dan net niet helemaal dicht, maar gaat ook niet vanzelf weer open. Dit zorgt voor ventilatie, maar belangrijker nog, voorkomt dat deurrubbers gaan ‘plakken’. Ga gedurende de winter een paar keer in de auto zitten en trap een paar keer op de rem en de koppeling, zo blijft alles gangbaar. Kijk meteen even goed in de auto om er zeker van te zijn dat er bijvoorbeeld geen familie “muis” zich in de auto heeft genesteld.

Tenslotte zorgt een, goed ventilerende (!), autohoes ervoor dat uw oldtimer in het voorjaar weer schoon naar buiten gereden kan worden.

Off
Oldtimer winterklaar maken: benzine en olie

Oldtimer winterklaar maken: benzine en olie

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. Inmiddels traditioneel geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Vandaag de benzinetank en de motorolie.

Gooi voor het wegzetten van de auto de benzinetank tot de nok toe vol. Daar waar benzine zit kan geen roest ontstaan. Voorlopig tanken we nog benzine met maximaal 5% ethanol en gaat de stelregel nog op dat waar benzine zit geen roest kan ontstaan. Misschien is de benzine volgend jaar weer duurder geworden, in dat geval zijn de eerste kilometers in 2015 ook nog eens ‘voordelig’….

Motorolie verzuurt door het gebruik. Dit zorgt voor corrosie en aantasting van bijvoorbeeld lagers in de motor tijdens de maanden dat de oldtimer stilstaat. Tevens komt er door condens water in het motorblok dat zich vermengt met de olie. In ergste geval kan door het vocht in de olie de zaak bevriezen met alle gevolgen van dien. Alle reden dus om voor de winterstalling de olie te verversen. Bij het olie verversen hoort natuurlijk ook een nieuw oliefilter.

Off
Oldtimer winterklaar maken: de accu

Oldtimer winterklaar maken: de accu

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. Inmiddels traditioneel geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Deze keer de accu.

Normaal gesproken wordt een accu tijdens het rijden door de dynamo geladen met een laadspanning die ligt tussen de 13,8 en de 14,1 volt. Maar de accu wordt al rijdend niet alleen geladen maar ook ontladen. Tijdens het rijden is in feite constant sprake van laad- en ontlaadcycli en daar is de autoaccu heel blij mee. Dat houdt hem namelijk in conditie.

Wanneer in de winterperiode de oldtimer stilstaat, is er geen sprake meer van laden of ontladen op de manier zoals die normaal gesproken tijdens het rijden plaatsvindt. Wel loopt de autoaccu door zelfontlading heel langzaam leeg. Wanneer bij de eerste mooie lentedag de oldtimer weer gestart kan worden is de accu leeg of erger nog, kapot. Een grotere frustratie is er niet te bedenken? Maar een accu een winter lang aan de acculader zetten is vragen om problemen. Vroeger werd er ook wel eens gedacht dat het goed was om een accu die lange tijd niet werd gebruikt, te ontladen met een verbruiker om hem daarna weer op te laden. Maar dit wordt tegenwoordig sterk afgeraden. De accu slijt er alleen maar van.

Om er voor te zorgen dat de oldtimer ook de eerste mooie dag van het jaar wil starten is de zogenaamde onderhoudlader of druppellader op de markt gebracht. Deze laders bootsen de voortdurende laad- en ontlaadcycli die accu normaal tijdens het rijden gewend is na. Het resultaat is altijd een volle accu en een accu die bovendien langer meegaat.

Elke zichzelf respecterende automaterialenzaak heeft wel een paar goede onderhoudsladers in het programma. Vergeet natuurlijk niet de gebruiksaanwijzing van de onderhoudlader goed door te lezen, er zijn namelijk verschillende soorten met elk een eigen gebruikswijze in de handel. De aanschaf verdient zich snel terug als de accu na de winter niet vervangen hoeft te worden. Of uw humeur op de eerste mooie lentedag niet wordt bedorven door een lege accu…..

Off
<B><EM>Techniek:</B></EM> Hoe het zit met de bougies

Techniek: Hoe het zit met de bougies

by OldtimerNieuws

Bij OldtimerNieuws is al eerder eens aandacht besteed aan de “vonkenfabriek” in onze auto’s: de bougie. De bougie vormt een onmisbare schakel in het proces van de benzinemotor. Daarom brengen we dit onderwerp graag weer eens naar voren. Kortweg is de taak van de bougie het benzine-luchtmengsel dat door de carburateur is bereid en door de zuiger naar binnen is gezogen tot ontbranding (of liever gezegd: ontploffing) te brengen. Om deze taak tot een goed einde te brengen is het natuurlijk zaak dat de juiste bougie is gemonteerd en dat deze tijdig wordt vervangen. Onderstaand duiken we wat verder in het hoe en wat rondom bougies.

Opbouw bougie
Een bougie is opgebouwd uit slechts enkele onderdelen die echter wel perfect op elkaar afgestemd moeten zijn.

Opbouw NGK bougie

De belangrijkste onderdelen zijn het metalen omhulsel met schroefdraad, de elektrode en de isolator. Een dichtring zorgt ervoor dat de bougie volledig luchtdicht in de cilinderkop kan wordeng geschroefd. In alle bougies zit tegenwoordig ook een ontstoringsweerstand, om eventuele storingen door de grote elektrische stromen in de bougie op de gevoelige moderne boordelektronica te voorkomen.

De beste bougie
Een moderne bougie moet individueel ontworpen zijn voor de verschillende motorconstructies en rijomstandigheden. Een bougie, die zonder problemen in alle motoren functioneert, bestaat niet. Omdat de temperatuurontwikkeling in de verbrandingsruimte van de afzonderlijke motoren heel verschillend is, zijn er dus bougies nodig die een verschillende warmtewaarde hebben. Deze warmtewaarde wordt aangeduid door het zogenaamde warmtewaarde cijfer. Bij oude bougies die maar in een enkel bereik ingezet werden, werden vroeger cijfercombinaties gebruikt die uit twee of drie cijfers bestonden, om de verschillende warmtewaarden aan te duiden.

Deze warmtewaarden, weergegeven door het warmtewaarde cijfer, geven een op de elektroden en de isolator gemeten, gemiddelde temperatuur weer, die overeenkomt met de belasting van de motor Aan de punt van de isolator moet de bedrijfstemperatuur tussen 400°C en 850°C liggen; de temperatuur moet hoger zijn dan 400°C, omdat bij deze hogere temperaturen de roet- of olieaanslag verdwijnen en de bougie zich zodoende zelf reinigt.

De temperatuur aan de isolator mag echter ook niet hoger zijn dan 850°C , omdat bij een temperatuur van meer dan 900°C gloeiontstekingen optreden. Bovendien worden de elektroden bij extreem hoge temperaturen ook nog door chemisch-agressieve verbindingen aangetast of vernield. Dit alles heeft er niet alleen toe geleid dat de technische ontwikkeling zich afwendde van de enkel-bereik-bougie en zich op de moderne bougie concentreerde die in meer bereiken ingezet kan worden, meer nog: Door de ontwikkeling van nieuwe materialen, vooral voor de isolatoren of door het gebruik van een hoogwaardige koperen kern in de middenelektroden, komt men tegemoet aan de tegenwoordig vereiste kwaliteitsstandaard voor dit groot aantal van verschillende warmtewaarden.

Deze technische voordelen hebben ertoe geleid dat de aanduiding van de bougies gewijzigd werd. Tegenwoordig onderscheiden de moderne fabrikanten de meer-bereiken-bougies met cijfercombinaties die slechts uit een of twee cijfers bestaan. Deze cijfercombinaties houden geen verband meer met het “oude” warmtewaarde cijfer. Meestal is in de lijsten van de bougiefabrikanten goed terug te vinden welke bougie voor welke oldtimer geschikt is. Raadpleeg bij twijfel altijd een specialist. Onthou daarbij dat de montage van verkeerde bougies kan leiden tot motorschade.

Wat bougies ons kunnen vertellen
Het uiterlijk van een gebruikte bougie vertelt veel over de staat van de motor, de afstelling en uiteraard over de bougie zelf.

Staat van de bougie verteld veel

Zelf vervangen bougies
ElektrodeafstandHet zelf vervangen van bougies is voor de meeste oldtimerliefhebbers prima te doen. Merk als eerste de bougiekabels door er bijvoorbeeld een stukje schilderstape op te plakken waarop je het nummer van de cilinder schrijft, beginnende vanaf de voorkant van de motor (of van links naar rechtsb bij een dwarsgeplaatste motor). Zo wordt voorkomen dat straks bij montage de verkeerde bougiekabel bij de verkeerde cilinder uitkomt. Blaas vervolgens met perslucht de ruimte om de bougie goed schoon. Vaak zit de bougie zo gemonteerd dat stof en zand in de verdieping rondom de bougie blijven liggen. Wordt de bougie er uitgedraaid dan valt alle rommel in de cilinder en dat moet natuurlijk worden voorkomen. Nu kan de bougie worden verwijderd. Gebruik een goed passende bougiesleutel. Er zijn drie gangbare maten: 16, 18 of 21 mm, waarbij de laatste het meeste voorkomt. Zorg ervoor dat bij het in- en uitdraaien de bougiesleutel goed recht boven de bougie zit, de bougie wordt anders heel snel beschadigd. Voor een nieuwe bougie kan worden gemonteerd wordt eerst de staat avn de oude bekeken waarbij gebruikt gemaakt wordt van de plaatjes onder het kopje “wat bougies vertellen”. Ziet alles er goed uit dan kan een nieuwe bougie worden gemonteerd. Een nieuwe bougie moet voor montage eerst worden afgesteld op het gebruik in de specifieke motor. Dit betekent dat de elektrode afstand moet worden afgesteld (zie afbeelding). De exacte afstand is terug te vinden in het instructieboekje of werkplaatshandboek van de oldtimer. Zorg ervoor dat bij het indraaien van de bougies de bougies goed recht worden ingedraaid. Draai de bougies altijd eerst een stukje met dan hand aan, zo kan meteen wordt gevoeld of de bougies wel goed recht in het bougiegat terecht is gekomen. Maar liefst 95% van alle storingen met bougies zijn te wijten aan het te vast aandraaien. Hou daarom voor het definitief vastzetten van de bougies het aanhaalmoment strikt in acht. Als vuistregel kan de onderstaande tabel worden gebruikt, maar raadpleeg altijd het instructieboekje of werkplaatshandboek van de oldtimer voor het exacte aanhaalmoment.

Aanhaalmomenten voor bougies met een vlakke zitting (met dichtring):
Aanhaalmomenten bougies

Plaats na het vastzetten van de bougies de bougiekabels volgens de aangebracht nummering weer aan en verwijder wanneer van toepassing de aangebrachte tape.

Bougiekabels
Als laatste maken we nog even een uitstap naar een vaak vergeten schakel in de ontstekingsketen, de bougiekabel. Eerste klas isolatie-eigenschappen, hoge hittebestendigheid (tot 200°C.), weerstandsvermogen tegen vibraties, temperatuur- en vochtigheidschommelingen zijn de belangrijkste voorwaarden, waaraan hoogwaardige bougiekabels moeten voldoen. En wel permanent, betrouwbaar, gedurende een lange tijd en onder extreme voorwaarden.

Welke kabel is de beste voor een oldtimer?
De mening dat weerstanden de ontstekingsenergie en daarmee ook het motorvermogen reduceren, blijkt in de praktijk niet te kloppen, omdat de toegepaste weerstanden zodanige dimensies hebben, dat er geen rekening mee gehouden hoeft te worden.

Bougiekabels

Alle drie hiernaast afgebeelde kabels kunnen dus worden gebruikt. Een keuze van bougiekabel kan omwille van de originaliteit bij oldtimers probleemloos vallen op een kabel met koperkern (afb. 1). De storingsvrije werking van de radio kan er echter onder leiden wanneer originele bougiedoppen zonder weerstand worden gebruikt. De koperkernkabels zijn bij de betere automaterialen zaak per meter te koop. Ook kun je daar terecht voor kant-en-klare weerstandkabels (afb.2 en 3.). Deze kunnen niet zelf op maat worden gemaakt en zijn al voorzien van bougiedoppen.

Off
Oldtimer winterklaar maken: de carrosserie

Oldtimer winterklaar maken: de carrosserie

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. Inmiddels traditioneel geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Vandaag de carrosserie.

Om te beginnen de bodem en de wielkasten grondig schoonspuiten. Een hogedrukreiniger kan handig zijn, bedenk echter wel dat de hoge waterdruk er ook voor kan zorgen dat er water binnendringt op plaatsen waar we het niet willen hebben. Bijvoorbeeld in stuurkogels of lagers. Wees voorzichtig. Daarna de auto goed wassen, zodat eventueel vuil (denk onder andere aan resten van vogelpoep) geen winter lang de kans krijgt de lak te beschadigen. Zorg er nu voor dat de auto weer goed droog wordt, door er bijvoorbeeld een flink stuk mee te rijden, daarover verderop nog meer. Verchroomde onderdelen kunnen worden voorzien van een lage zuurvrije vaseline. Ook deur– en kofferbakrubbers kunnen een lage zuurvrije vaseline waarderen of gebruik een van de speciale ‘stiften’ die in de handel zijn om rubbers te behandelen. Dit voorkomt vast plakken met als gevolg gescheurde rubbers in het voorjaar.

Maak voor de oldtimer de stalling in gaat nog een laatste rit op een mooie droge dag. Dit zorgt er voor dat de auto helemaal droog de stalling in gaat. Niet alleen de carrosserie is na een ritje van 40 tot 60 kilometer lekker droog, ook de motor en de uitlaat zijn vrij van condens. Bovendien is de accu nu ook goed bijgeladen. Parkeer de auto meteen na de rit in de stalling en start de motor niet meer.

Wanneer de oldtimer eenmaal is gestald, zorg er dan voor dat het interieur kan luchten. Doe dit door de ramen een beetje open te zetten, bijvoorbeeld de tochtraampjes. Zet de auto niet op de handrem om vastzitten te voorkomen. Sluit de deuren niet helemaal. Bij de meeste oldtimers kunnen de deuren in het ‘eerste’ slot worden gezet. De deur zit dan net niet helemaal dicht, maar gaat ook niet vanzelf weer open. Dit zorgt voor ventilatie, maar belangrijker nog, voorkomt dat deurrubbers gaan ‘plakken’. Ga gedurende de winter een paar keer in de auto zitten en trap een paar keer op de rem en de koppeling, zo blijft alles gangbaar. Kijk meteen even goed in de auto om er zeker van te zijn dat er bijvoorbeeld geen familie “muis” zich in de auto heeft genesteld.

Tenslotte zorgt een, goed ventilerende (!), autohoes ervoor dat uw oldtimer in het voorjaar weer schoon naar buiten gereden kan worden.

Off
Oldtimer winterklaar maken: benzine en olie

Oldtimer winterklaar maken: benzine en olie

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. Inmiddels traditioneel geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Vandaag de benzinetank en de motorolie.

Gooi voor het wegzetten van de auto de benzinetank tot de nok toe vol. Daar waar benzine zit kan geen roest ontstaan. Voorlopig tanken we nog benzine met maximaal 5% ethanol en gaat de stelregel nog op dat waar benzine zit geen roest kan ontstaan. Misschien is de benzine volgend jaar weer duurder geworden, in dat geval zijn de eerste kilometers in 2014 ook nog eens ‘voordelig’….

Motorolie verzuurt door het gebruik. Dit zorgt voor corrosie en aantasting van bijvoorbeeld lagers in de motor tijdens de maanden dat de oldtimer stilstaat. Tevens komt er door condens water in het motorblok dat zich vermengt met de olie. In ergste geval kan door het vocht in de olie de zaak bevriezen met alle gevolgen van dien. Alle reden dus om voor de winterstalling de olie te verversen. Bij het olie verversen hoort natuurlijk ook een nieuw oliefilter.

Off
Naar het buitenland, tank geen E10 benzine met oldtimer of youngtimer!

Naar het buitenland, tank geen E10 benzine met oldtimer of youngtimer!

by OldtimerNieuws

Gaat u dit jaar met de oldtimer of youngtimer naar het buitenland, let dan op wat u tankt. Wanneer er in Nederland Euro 95 wordt getankt, dan is daar op dit moment wordt er in Nederland maximaal 5% bio-ethanol aan toegevoegd. In Frankrijk is sinds twee jaar ook benzine met 10% bio-ethanol op de markt. Deze wordt onder de naam of met de toevoeging E10 in de naam verkocht. Ook in Duitsland wordt sinds begin 2011 E10-benzine op een steeds grotere schaal bij de pomp verkrijgbaar.

Wat is er ook al weer aan de hand met E10? Wanneer E10 in een oldtimer wordt getankt is er de kans dat er in eerste instantie weinig aan de hand is. Echter de ethanol in de benzine tast brandstofleidingen en pakkingen aan met lekkage en het ergste geval brand als gevolg. Ook eventuele schade aan kleppen en klepzetels sluiten experts niet uit. Ethanol is niet alleen agressiever dan benzine, het veroorzaakt ook eerder corrosie en het bezit geen enkele smerende werking. In sommige gevallen kan ook de aluminium carburateur of spruitstuk worden aangetast.

Dat E10 inderdaad schadelijk kan zijn bleek wel uit een onderzoek dat de ANWB vorig jaar deed. In dit onderzoek ontstond bij een Opel Signum een benzinelek in de hogedrukbrandstofpomp. De ethanol in de E10 benzine had na 27.000 km een gat veroorzaakt in het aluminium.

Vanuit Duitsland en Frankrijk komen steeds meer berichten binnen over (negatieve) ervaringen met E10 in oldtimer en youngtimers. Zo publiceerde Mercedes-Benz een lijst met auto’s de wel en niet E10 verdragen. Wanneer er door een fabrikant geen duidelijkheid is gegeven of een auto geschikt is voor E10 is het zaak om goed op te letten. Dit advies wordt nog belangrijker omdat er nog weinig onderzoek is gedaan naar schade (op termijn) als er incidenteel een keer E10 wordt getankt.

Op de Nederlandse website www.jebentalsnelduurzaamopweg.nl is een overzicht te vinden van (moderne) auto’s die E10 volgens de fabrikant verdragen.

Off
Kinderzitjes in een oldtimer vaak goed mogelijk

Kinderzitjes in een oldtimer vaak goed mogelijk

by OldtimerNieuws

Al meer dan een halve eeuw geleden, in 1956, kwam Ford als eerste fabrikant met een autogordel om de inzittenden tijdens een aanrijding te beschermen. In 1959 was het Volvo die kwam met de driepuntsgordel die tot de dag van vandaag de maatstaf is. De gordels waren in eerste instantie bedoeld voor de voorstoelen, de achterbank kwam pas veel later in beeld. In Nederland moeten alle auto’s die in janauri 1971 of daarna voor het eerst op de weg zijn gekomen gordels voorin hebben. De verplichting om achterin gordels te dragen kwam in Nederland pas in 1992. Toch zijn vele oldtimers al voorzien van gordelvoorbereiding, zowel voorin als achterin.

Sinds 2008 zijn regels voor het vervoeren van kinderen in (oldtimer)auto’s veranderd. Kinderen jonger dan 3 jaar mogen alleen in een auto worden vervoerd als ze in een goedgekeurd en passend zitje zitten. Het zitje moet bovendien (goed) vastzitten. Hoewel de regels in Duitsland op bepaalde punten afwijken van de Nederlandse regels speelt ook in Duitsland de vraag hoe kinderen veilig in een oldtimer mee kunnen rijden. De experts van TÜV SÜD hebben dan ook uitgezocht of het mogelijk is om in populaire oldtimers uit de jaren zestig en zeventig uit te rusten met gordels op de achterbank. Met behulp van deze gordels is immers ook mogelijk om veilig kinderzitjes te bevestigen.

De mensen van TÜV SÜD ontdekten dat de meeste modellen uit de jaren zestig en zeventig redelijk eenvoudig zijn uit te rusten met gordels op de achterbank. Auto’s als de Mercedes W114/115 serie, de Ford Granada, de C2 Rekord van Opel en de Volvo 240 (vaak zelfs af fabriek al voorzien van gordels achterin) kunnen eenvoudig worden voorzien van gordels. In veel gevallen hebben de fabrikanten de auto’s al voorzien van bevestigingspunten die verstopt zijn onder de bekleding en achterbank. Let wel op met modellen die al langer op de markt waren, daar ontbreekt soms een standaardbevestigingsmogelijkheid. Schakel bij twijfel altijd een (merk)specialist in of doe navraag bij een oldtimer (merken)club. Let bij de montage van gordels er verder op dat er gebruik wordt gemaakt van goedgekeurde gordels. Natuurlijk als eerste voor de veiligheid op de achterbank, maar ook om verrassingen bij de APK-keuring te hebben.

Off
Cursus oldtimerrestauratie

Cursus oldtimerrestauratie

by OldtimerNieuws

Veel eigenaren van een oldtimer willen graag zelf werkzaamheden aan hun oldtimer uitvoeren die wat verder gaan dan een poetsbeurt. De drempel om daadwerkelijk aan de slag te gaan is vaak een gebrek aan kennis. Die drempel wordt nu weggenomen. Restauratiebedrijf Van der Grinten biedt restauratiecursussen die dé opstap zijn of dé verdieping bieden om wel dat vertrouwen te krijgen, maar ook de kennis, inzicht en ervaring op te doen hoe zelf klussen aan te pakken. Niet alleen handig om zelf onderhoud of zelf een restauratie aan te pakken, maar ook om bijvoorbeeld pech onderweg op te lossen. Bovendien kunt u straks veel beter beoordelen wanneer en voor welke reparaties u uw oldtimer eventueel toch nog uit handen moet geven. Er zijn cursussen voor oldtimerbezitters zonder ervaring en voor oldtimerbezitters die al over een basisniveau beschikken.

De cursussen richten zich voornamelijk op de techniek, reparatie, restauratie en het onderhoud van Europese oldtimer auto’s gebouwd tussen circa 1950 en 1980. De cursussen worden door een professionele autorestaurateur gegeven in een professioneel uitgeruste werkplaats en bijbehorende werkruimtes, waar overdag het restauratiebedrijf in volle gang is.

Meer informatie is te vinden op: www.vandergrinten.nl

Off
Oldtimerbanden goed bekeken

Oldtimerbanden goed bekeken

by OldtimerNieuws

Tijdens hun gebruik verouderen de banden afhankelijk van hun gebruiksomstandigheden. Normaal bereikt de band het einde van zijn levensduur wanneer de profieldiepte de (wettelijke) slijtagelimiet bereikt. Afhankelijk van het soort gebruik zijn er echter meer factoren die de vervangingstermijn bepalen. Het is daarbij belangrijk de begrippen levensduur (hoeveelheid kilometers) en ouderdom (leeftijd) van de banden niet met elkaar te verwarren.

De banden onder u oldtimer ‘slijten’ ook als de auto stilstaat. De chemische componenten die banden soepel houden en zorgen voor grip op het wegvlak, hebben de eigenschap na verloop van tijd steeds verder te verharden. In de praktijk let men bij een APK keuring alleen op de diepte van het profiel. Ondertussen nemen ouderdomseffecten als een langere remweg en slipgevoeligheid steeds meer toe. Banden vanaf 8 jaar en ouder verliezen grip. Daarmee zijn ze, zeker voor de snellere oldtimers, gevaarlijk in gebruik.

De banden zien er nog goed uit, maar hoe oud zijn ze eigenlijk? Om dit te kunnen bepalen zijn bandenfabrikanten verplicht de productiedatum van banden op de zijwand te vermelden. Deze markering op de zijwand bestaat uit 4 cijfers (productiejaar voor 2000 = 3 cijfers + ): de eerste twee cijfers duiden de productieweek aan en de laatste twee cijfers het productiejaar. Staat er bijvoorbeeld het getal “1904” betekent dat de band in de 19e week van het jaar 2004 werd geproduceerd. Staat er “348” dan betekent dit dat de band in de 34e week van het jaar 1998 werd geproduceerd.

Na vijf jaar of meer in gebruik moeten de banden minstens een keer per jaar grondig worden gecontroleerd. Controleer het uiterlijk van de banden op tekenen van veroudering of vermoeidheid. Let op eventuele barsten in het rubber van het loopvlak, de schouder en de hielzone en op eventuele vervormingen/bobbels. Let ook op abnormale slijtage. Is een band aan een kant veel verder afgesleten dan de andere kant, dan kan dit duiden op een verkeerde uitlijning of problemen met de ophanging. Vergeet als laatste niet minimaal maandelijks de bandenspanning te controleren. Natuurlijk kunt u de controle van de banden ook (periodiek) door uw garage of bandenspecialist laten uitvoeren.

Bandenfabrikanten geven de aanbeveling om banden van 10 jaar en ouder te vervangen, zelfs indien ze er nog geschikt uitzien voor gebruik en de slijtagelimiet nog niet hebben bereikt. Zoals aangegeven wordt de leeftijd van de band bij een APK keuring in het algemeen niet beoordeeld als de band er nog goed uitziet. Het is dan ook aan de eigenaar van een oldtimer om zelf de leeftijd van de banden in de gaten te houden. En vergeet het reservewiel niet!

Lees ook: Liever radiaal dan diagonaalbanden

Off
Oldtimer winterklaar maken: de carrosserie

Oldtimer winterklaar maken: de carrosserie

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. Inmiddels traditioneel geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Vandaag de carrosserie.

Om te beginnen de bodem en de wielkasten grondig schoonspuiten. Een hogedrukreiniger kan handig zijn, bedenk echter wel dat de hoge waterdruk er ook voor kan zorgen dat er water binnendringt op plaatsen waar we het niet willen hebben. Bijvoorbeeld in stuurkogels of lagers. Wees voorzichtig. Daarna de auto goed wassen, zodat eventueel vuil (denk onder andere aan resten van vogelpoep) geen winter lang de kans krijgt de lak te beschadigen. Zorg er nu voor dat de auto weer goed droog wordt, door er bijvoorbeeld een flink stuk mee te rijden, daarover verderop nog meer. Verchroomde onderdelen kunnen worden voorzien van een lage zuurvrije vaseline. Ook deur– en kofferbakrubbers kunnen een lage zuurvrije vaseline waarderen of gebruik een van de speciale ‘stiften’ die in de handel zijn om rubbers te behandelen. Dit voorkomt vast plakken met als gevolg gescheurde rubbers in het voorjaar.

Maak voor de oldtimer de stalling in gaat nog een laatste rit op een mooie droge dag. Dit zorgt er voor dat de auto helemaal droog de stalling in gaat. Niet alleen de carrosserie is na een ritje van 40 tot 60 kilometer lekker droog, ook de motor en de uitlaat zijn vrij van condens. Bovendien is de accu nu ook goed bijgeladen. Parkeer de auto meteen na de rit in de stalling en start de motor niet meer.

Wanneer de oldtimer eenmaal is gestald, zorg er dan voor dat het interieur kan luchten. Doe dit door de ramen een beetje open te zetten, bijvoorbeeld de tochtraampjes. Zet de auto niet op de handrem om vastzitten te voorkomen. Sluit de deuren niet helemaal. Bij de meeste oldtimers kunnen de deuren in het ‘eerste’ slot worden gezet. De deur zit dan net niet helemaal dicht, maar gaat ook niet vanzelf weer open. Dit zorgt voor ventilatie, maar belangrijker nog, voorkomt dat deurrubbers gaan ‘plakken’. Ga gedurende de winter een paar keer in de auto zitten en trap een paar keer op de rem en de koppeling, zo blijft alles gangbaar. Kijk meteen even goed in de auto om er zeker van te zijn dat er bijvoorbeeld geen familie “muis” zich in de auto heeft genesteld.

Tenslotte zorgt een, goed ventilerende (!), autohoes ervoor dat uw oldtimer in het voorjaar weer schoon naar buiten gereden kan worden.

Off
Oldtimer winterklaar maken: benzine en olie

Oldtimer winterklaar maken: benzine en olie

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. Inmiddels traditioneel geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Vandaag de benzinetank en de motorolie.

Gooi voor het wegzetten van de auto de benzinetank tot de nok toe vol. Daar waar benzine zit kan geen roest ontstaan. Voorlopig tanken we nog benzine met maximaal 5% ethanol en gaat de stelregel nog op dat waar benzine zit geen roest kan ontstaan. Misschien is de benzine volgend jaar nog veel duurder geworden, in dat geval zijn de eerste kilometers in 2012 ook nog eens ‘voordelig’….

Motorolie verzuurt door het gebruik. Dit zorgt voor corrosie en aantasting van bijvoorbeeld lagers in de motor tijdens de maanden dat de oldtimer stilstaat. Tevens komt er door condens water in het motorblok dat zich vermengt met de olie. In ergste geval kan door het vocht in de olie de zaak bevriezen met alle gevolgen van dien. Alle reden dus om voor de winterstalling de olie te verversen. Bij het olie verversen hoort natuurlijk ook een nieuw oliefilter.

Off
Oldtimer winterklaar maken: de accu

Oldtimer winterklaar maken: de accu

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. Inmiddels traditioneel geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Vandaag de accu.

Normaal gesproken wordt een accu tijdens het rijden door de dynamo geladen met een laadspanning die ligt tussen de 13,8 en de 14,1 volt. Maar de accu wordt al rijdend niet alleen geladen maar ook ontladen. Tijdens het rijden is in feite constant sprake van laad- en ontlaadcycli en daar is de autoaccu heel blij mee. Dat houdt hem namelijk in conditie.

Wanneer in de winterperiode de oldtimer stilstaat, is er geen sprake meer van laden of ontladen op de manier zoals die normaal gesproken tijdens het rijden plaatsvindt. Wel loopt de autoaccu door zelfontlading heel langzaam leeg. Wanneer bij de eerste mooie lentedag de oldtimer weer gestart kan worden is de accu leeg of erger nog, kapot. Een grotere frustratie is er niet te bedenken? Maar een accu een winter lang aan de acculader zetten is vragen om problemen. Vroeger werd er ook wel eens gedacht dat het goed was om een accu die lange tijd niet werd gebruikt, te ontladen met een verbruiker om hem daarna weer op te laden. Maar dit wordt tegenwoordig sterk afgeraden. De accu slijt er alleen maar van.

Om er voor te zorgen dat de oldtimer ook de eerste mooie dag van het jaar wil starten is de zogenaamde onderhoudlader of druppellader op de markt gebracht. Deze laders bootsen de voortdurende laad- en ontlaadcycli die accu normaal tijdens het rijden gewend is na. Het resultaat is altijd een volle accu en een accu die bovendien langer meegaat.

Elke zichzelf respecterende automaterialenzaak heeft wel een paar goede onderhoudsladers in het programma. Vergeet natuurlijk niet de gebruiksaanwijzing van de onderhoudlader goed door te lezen, er zijn namelijk verschillende soorten met elk een eigen gebruikswijze in de handel. De aanschaf verdient zich snel terug als de accu na de winter niet vervangen hoeft te worden. Of uw humeur op de eerste mooie lentedag niet wordt bedorven door een lege accu…..

Off
Oldtimer winterklaar maken: het koelsysteem

Oldtimer winterklaar maken: het koelsysteem

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. Inmiddels traditioneel geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Vandaag het koelsysteem.

Het is wat tegenstrijdig, maar een koelsysteem heeft ook in de winter aandacht nodig. De koelsystemen van onze oldtimers zijn in drie partijen in te delen, een ‘open’ vloeistof gekoeld systeem, een gesloten vloeistof gekoeld systeem en een luchtgekoeld systeem. De mensen met een luchtgekoelde oldtimer mogen dit stukje overslaan. Wanneer er een expansievat aanwezig is voor het koelsysteem, spreken we van een gesloten systeem. In deze systemen wordt in 99,9% van de gevallen gebruik gemaakt van kant-en-klare koelvloeistof. Koelvloeistof gaat lang mee, eventueel bijvullen gebeurt altijd met kant-en-klare koelvloeistof, water bijmengen is niet toegestaan. De vorstbestendigheid van de koelvloeistof gaat meestal tot ongeveer -25 º C. Wanneer koelvloeistof regelmatig wordt ververst, om de twee a drie jaar, is het koelsysteem winterhard. Bij een open koelsysteem wordt gebruik gemaakt van water vermengd met antivries. Antivries zorgt ervoor dat het water in koelsysteem niet bevriest én dat in de zomer het kookpunt van water iets wordt verlegd. Een ander belangrijke eigenschap van antivries is dat het voorkomt dat het koelsysteem verstopt raakt door kalk– en roestaanslag. Vaak wordt echter in zomer bijgevuld met alleen water of wordt er na reparatie bij gebrek aan antivries alleen water in het systeem gedaan. Dat vraagt natuurlijk om problemen in de winter. Om uit te vinden of het koelwater in het systeem de motor voldoende beschermd, kun je bij de garage de beschermingsgraad laten controleren. Met behulp van eenvoudig meetapparaat kun je dat ook zelf doen. Een laatste mogelijkheid is natuurlijk het aftappen van het systeem. Nadeel van deze methode is dat een “droog” koelsysteem corrosie in de hand werkt.

Vergeet niet het ruitensproeier reservoir te vullen met ruitensproeier antivries of spiritus. Na het bijvullen even de ruitensproeier laten werken, dan zijn ook de pomp en de leidingen beschermd tegen vorst.

Off
Geen G12 antivries in oldtimers

Geen G12 antivries in oldtimers

by OldtimerNieuws

Tijdens de zomerperiode heeft het koelsysteem van een oldtimer het soms moeilijk. Het goed op peil houden van koelvloeistofniveau is dan ook een vereist. Let bij het eventueel bijvullen wel even op welke koelvloeistof wordt gebruikt. De moderne longlife antivries (G12 genaamd, roze kleur) heeft een samenstelling op basis van andere organische componenten dan de conventionele koelvloeistoffen. Voordeel is dat G12 tot driemaal langer mee gaat dan een glycol-water mengsel. Nadeel is dat G12 oudere kunststoffen en pakkingen op den duur aantast en de conventionele koelvloeistof en G12 niet mengbaar zijn. Deze vormen dan een bruine klonterige massa, die niet of nauwelijks door de waterpomp verwerkt kan worden. Het advies is dan ook de koelvloeistof te gebruiken, die de fabrikant adviseert. Voor oldtimers is dit in ieder geval géén G12.

Off
Millers Oils komt met handige tool om juist motorolie voor oldtimers te bepalen

Millers Oils komt met handige tool om juist motorolie voor oldtimers te bepalen

by OldtimerNieuws

Om te bepalen welke motorolie u het beste kunt gebruiken voor uw klassieke auto, hebben de experts van Millers Oils in Engeland een handige tool ontwikkeld. In de 125 jaar dat Millers Oils bestaat hebben we elke klassieke auto in elk model en type voorbij zien rijden, waardoor we precies weten wat goed is voor uw klassieke auto. Die kennis zit nu in deze handige tool, zodat u binnen een minuut onze beste aanbeveling ontvangt.

De tool is te vinden op: http://millersoils.co.uk/whichoil.asp (Engelstalig)

Off
Gordelplicht en kinderen in oldtimers, wat zijn de regels?

Gordelplicht en kinderen in oldtimers, wat zijn de regels?

by OldtimerNieuws

Er blijken nog regelmmatig vragen te zijn over het onderwerp gordelplicht en oldtimers. Hoe zit het nu eigenlijk precies met de gordelplicht en oldtimers? En hoe zit het nu met het meenemen van kinderen in een oldtimer?

We beginnen met de gordelplicht. Om te kunnen bepalen of het verplicht is om een gordel te dragen hangt van de leeftijd van oldtimer af. In oldtimerauto’s die voor het eerst zijn toegelaten op de openbare weg voor 1 januari 1971 hoeven geen gordels aanwezig te zijn en er geldt dan ook geen gordelplicht. Let echter goed op er is een uitzondering hierop. Bijvoorbeeld Volvo leverde al voor 1971 auto’s af fabriek met gordels. Wanneer in een oldtimer ouder dan 1971 gordels aanwezig zijn, dan moeten deze ook worden gebruikt. De politie mag u dan ook gewoon beboeten als er wel gordels aanwezig zijn, maar niet worden gebruikt.

Tot 1975 mag een auto zijn uitgerust met enkel tweepuntsgordels, vanaf dat jaar zijn driepuntsgordels op de voorste zitplaatsen verplicht.

Tot zover de gordels op de voorstoelen of voorbank. Auto’s die voor eerst zijn toegelaten na die na 31 december 1989 maar voor 1 oktober 2000 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van gordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen. Voor youngtimers betekent dit dat als er op de achterbank maar twee gordels aanwezig zijn, er dus ook maar twee zitplaatsen zijn. Ook al passen er wel drie personen op de achterbank. Er mogen dus nooit meer personen worden vervoerd dan er gordels aanwezig zijn. Zijn er in een auto van voor 1989 wel gordels op de achterbank aanwezig dan geldt ook hier, verplicht gebruiken.

Sinds 2008 zijn regels voor het vervoeren van kinderen in (oldtimer)auto’s veranderd. Kinderen jonger dan 3 jaar mogen alleen in een auto worden vervoerd als ze in een goedgekeurd en passend zitje zitten. Het zitje moet bovendien (goed) vastzitten. In een oldtimer waarin geen kinderzitje kan worden bevestigd mogen dan ook geen kinderen jonger dan 3 jaar worden vervoerd. Kinderen kleiner dan 1,35 m mogen in een auto met gordels en/of gordelplicht alleen met goedgekeurd en passend zitje worden vervoerd. Kinderen jonger dan 12 jaar mogen nooit los op de voorbank / voorstoel worden meegenomen, ook al geldt er geen gordelplicht en zijn er geen gordels in de oldtimer aanwezig.

Bij de gordelcontrole kijkt de politie in principe niet of de gordel zelf wel is goedgekeurd en goed is bevestigd. Als er een gordel aanwezig is, dan moet deze worden gebruikt. Bij een APK-keuring moet uiteraard wel blijken dat een gordel deugdelijk is en goed is bevestigd. Ook als de oldtimer op basis van het bouwjaar geen gordels hoeft te hebben is dit wel een afkeurpunt.

Aanvulling:
Herman ter Beek uit Doetinchem stuurde ons een waardevolle aanvulling op dit artikel. Hij geeft aan dat een bijlage bij het kentekenbewijs ook een ontheffing van de draagplicht voor gordels kan opleveren, zelfs als het betreffende voertuig voorzien is van autogordels. “Dit wil wel eens het geval zijn bij uit de Verenigde Staten geïmporteerde voertuigen, deze zijn dan voorzien van gordels maar de bevestiging ervan in het voertuig is vaak zodanig dat deze gordels geen meerwaarde bieden. Oorzaak: de verplichte aanwezigheid van gordels in deze voertuigen in de Verenigde Staten maar het ontbreken van draagplicht voor gordels aldaar”. Zelf is hij in het bezit van een FIAT 124 Spider uit 1978 die is vrijgesteld van het gebuik van autogordels, ondanks dat deze wel in het voertuig aanwezig zijn.

Off
Liever radiaal dan diagonaalbanden

Liever radiaal dan diagonaalbanden

by OldtimerNieuws

Veel oldtimers zijn toen ze nieuw waren geleverd met diagonaalbanden. De techniek heeft niet stilgezeten en inmiddels is diagonaalband bij personenauto’s alleen nog bij oldtimers in beeld. De radiaalband heeft dan ook vele voordelen ten opzichte van de diagonaalband. Denk daarbij aan meer grip, met name op natte wegen, betere koersvastheid en minder slijtage gevoelig. Het is voor de meeste oldtimers dan ook zeker aan te raden om radiaalbanden te monteren. Informeer bij een bandenleverancier voor de maat radiaalband die het beste bij uw oldtimer past.

Maar wat is nu de juiste bandenspanning voor de radiale band onder de oldtimer? In het instructieboekje staat immers alleen de juiste bandenspanning vermeld voor de diagonaalband waarmee de auto ooit is afgeleverd. Hoewel er in de praktijk verschillen kunnen zijn is de vuistregel om de bandenspanning die is voorgeschreven voor de diagonaalband te verhogen met 10 tot 20 procent. Raadpleeg wederom de bandenleverancier voor de juiste bandenspanning en ga nooit uit van de waarden die op de band zelf staan aangegeven.

Leer hier wanneer de banden van een oldtimer moeten worden vervangen.

Off
Naar het buitenland met oldtimer of youngtimer, let op wat u tankt

Naar het buitenland met oldtimer of youngtimer, let op wat u tankt

by OldtimerNieuws

Gaat u dit jaar met de oldtimer of youngtimer naar het buitenland, let dan op wat u tankt. Wanneer er in Nederland Euro 95 wordt getankt, dan is daar op dit moment wordt er in Nederland maximaal 5% bio-ethanol aan de benzine toegevoegd. In Frankrijk echter is sinds vorig jaar ook benzine met 10% bio-ethanol op de markt. Deze wordt onder de naam of met de toevoeging E10 in de naam verkocht. Ook in Duitsland wordt sinds begin 2011 E10 op een steeds grotere schaal bij de pomp verkrijgbaar.

Wat is er ook al weer aan de hand met E10? Wanneer E10 in een oldtimer wordt getankt is er de kans dat er in eerste instantie weinig aan de hand is. Echter de ethanol in de benzine tast brandstofleidingen en pakkingen aan met lekkage en het eerste geval brand als gevolg. Ook eventuele schade aan kleppen en klepzetels sluiten experts niet uit. Ethanol is niet alleen agressiever dan benzine, het veroorzaakt ook eerder corrosie en het bezit geen enkele smerende werking. In sommige gevallen kan ook de aluminium carburateur of spruitstuk worden aangetast.

Vanuit Duitsland komen steeds meer berichten binnen de ervaringen met E10 in oldtimer en youngtimers. Zo publiceerde Mercedes-Benz een lijst met auto’s de wel en niet E10 verdragen en zorgde BMW voor verwarring door eerst te zeggen dat het gebruik van E10 niet zonder meer was aan te raden om later te verklaren dat E10 probleemloos gebruikt kan worden in alle modellen zolang het minimale voorgeschreven oktaangetal voor het bepaalde model maar wordt gehaald.

Desgevraagd laat een woordvoerder van Shell weten dat het nog niet duidelijk is wanneer E10 in Nederland aan de pomp verkrijgbaar is. Tot 2013 zitten de oldtimereigenaren in Nederland in ieder geval nog goed. Tot die datum die in Europees verband is vastgelegd leveren de benzinemaatschappijen een een zogenaamde ‘protection grade’ die niet meer dan maximaal 5% bioethanol bevat. Wat het vervolg scenario wordt is nog onbekend.

Off
Tips bij gebruik E10 benzine

Tips bij gebruik E10 benzine

by OldtimerNieuws

Zonder voorzorgsmaatregelen kan de nieuwe E10 benzine niet gebruikt worden in oldtimers. Hieronder een aantal tips van de FEHAC waarmee onaangename verrassingen voorkomen worden bij gebruik van deze nieuwe benzinesoort in klassieke voertuigen.

Invoering van de E10 benzine

Benzine E10 bevat 10 volumeprocent ethanol en vervangt in de toekomst de loodvrije 95 benzine met maximaal 5% ethanol (normblad EN 228). De introductiedatum van E10 verschilt per land. In Nederland zijn we nog niet zo ver. Het beste advies is het overschakelen op het tanken van benzine E10 zo lang mogelijk uitstellen. Voor langdurige opslag van het voertuig en bij gebruik van het voertuig is nu het advies om ethanolvrije benzine zoals Shell V-power, Q8 Super Plus 98 en Texaco Super Plus 98 of BP Ultimate te tanken. Deze brandstoffen zullen vermoedelijk tot eind 2013 beschikbaar blijven. Mogelijke problemen, die kunnen optreden met de brandstof E10, liggen op het gebied van:
• opslag in de benzinetank en het reserve brandstof reservoir
• toegepaste materialen in het systeem
• interne vervuiling van het systeem na overschakelen op E10
• interne vervuiling van het systeem op de lange duur

Opslag in voertuigtank en reserve brandstof reservoir
Ethanol (een alcoholsoort) is hygroscopisch d.w.z. het trekt water aan. Door het ‘ademen’ van de tank bij wisselende temperaturen wordt vochtige lucht aangezogen. Uiteindelijk vormt zich een corrosief water/ethanol mengsel op de bodem van de tank.
Advies 1: Bij langdurig niet-gebruik, het klassieke voertuig wegzetten met een volle tank. Klein reserve brandstof reservoir gebruiken.
Advies 2: Plaats het voertuig in een ruimte met zo constant mogelijke temperatuur.
Advies 3: Bij voorkeur tanken bij een druk bezocht tankstation.
Benzine met ethanol is gevoelig voor veroudering. De eigenschappen blijven wel minimaal zes maanden behouden.

Toegepaste materialen in het brandstofsysteem
Het brandstofsysteem is opgebouwd uit veel materialen. Niet alle materialen zijn E10 bestendig. Rubber wordt o.a. toegepast voor slangen, afdichtingen, diafragma in de brandstofpomp en het membraan in acceleratiepomp van de carburateur:
Niet bestendig zijn: natuurrubber NR, butylrubber IIR. Wel bestendig zijn: Nitrile rubber NBR, Viton en de oplossing is waar mogelijk NBR en Viton toepassen. Voor aluminium delen is een coating is wenselijk. Zink is gevoelig voor corrosie. Denk aan onder gemonteerde vlotterkamer. Het kurk van vlotters van oude carburateurs is niet E10 bestendig. De vlotter van benzinemeter blijkt ook niet altijd E10 bestendig.

Interne vervuiling van het systeem na overschakelen op E10

Bij veelvuldig gebruik van E10 zal onder invloed van de ethanol bestaande aanslag in tank en leidingen losraken en zich ophopen in het brandstofilter en/of carburateur. De locatie van het brandstoffilter is per type voertuig verschillend: in de tank, onder de vloer of in de motorruimte.
Advies 1: Filter regelmatiger controleren op vervuiling en vaker reinigen of vervangen .
Advies 2: Doorzichtig leidingfilter toepassen.
Advies 3: Zo nodig het bezinksel op de bodem van de tank verwijderen.

Interne vervuiling op de lange duur

Door oxidatie van alcohol in de tank ontstaat een bruine kleverige substantie, die tot verstopping van het hele brandstofsysteem kan leiden. Met dit probleem is nog weinig ervaring en er is ook nog niets concreets aan oplossingen in de literatuur gevonden. Bij OldtimerNieuws was eerder al wel een mogelijke oplossing te lezen

Met dank aan de FEHAC

Off
Pagina's:123»