• Archief
Autovrije zondagen 70 jaar geleden voor het eerst

Autovrije zondagen 70 jaar geleden voor het eerst

De eerste autoloze zondagen in Nederland waren van zondag 1 oktober tot en met zondag 12 november 1939. Het verbod op autorijden op zon- en feestdagen zonder volstrekte noodzaak had te maken met de mobilisatie en het benzinetekort in Duitsland en Frankrijk. De naam ‘autolooze zondag’ werd op 30 september al gebruikt in de Leeuwarder Courant. Door voldoende aanvoer van benzine en de mogelijkheid om zo nodig op korte termijn een distributieregeling in te voeren, werd met ingang van 19 november het zondagrijverbod opgeheven.

In 1956 waren er weer autoloze zondagen in Nederland en België na de Suezcrisis. Het zondagsverbod liep van 25 november 1956 tot en met 20 januari 1957. Deze maatregel viel in een periode van buitengewone internationale spanning: niet alleen was door de Suezcrisis de olie-aanvoer vanuit het Midden-Oosten verstoord, maar datzelfde jaar vond ook de Hongaarse Opstand plaats, wat de angst voor vijandelijkheden tussen de NAVO en de Sovjet-Unie vergrootte.

Een derde reeks autoloze zondagen volgde ten tijde van de oliecrisis van 1973, van 4 november 1973 tot en met 6 januari (in België 13 januari) 1974. De oliecrisis vloeide om te beginnen voort uit de constatering in het rapport Grenzen aan de groei, opgesteld in 1972 door de zogeheten Club van Rome dat de natuurlijke grondstoffen weldra op zouden raken. De olieproducerende landen wachtten op een gelegenheid om die schaarste te vertalen in verhoogde prijzen: die gelegenheid kwam in oktober 1973, toen de Jom Kippoeroorlog uitbrak waarbij Israël werd aangevallen door Egypte, Syrië, Algerije, Irak, Koeweit, Libië, Marokko, Saoedi-Arabië, Soedan en Tunesië

In die oorlog koos Nederland de zijde van Israël. Uit woede over deze pro-Israëlische houding van Nederland draaiden enkele Arabische staten de oliekraan dicht, waarop de regering zich genoodzaakt zag het olieverbruik te beperken door autoloze zondagen in te stellen. Op last van de regering stonden een aantal zondagen alle auto’s en brommers stil. Slechts met een speciale ontheffing (voor bijvoorbeeld politieauto’s en ambulances) mocht men rijden. Het leverde spectaculaire beelden op van lege autosnelwegen, maar wakkerde ook de creativiteit aan: paardenkoetsen werden opnieuw opgetuigd, fietsers en rolschaatsen namen bezit van de boulevards. De autoloze zondagen hadden echter niet het gewenste effect: om het rijverbod op autoloze zondagen te omzeilen, ging men al op zaterdag rijden en keerde zondagavond laat terug, zodat het benzineverbruik helemaal niet afnam. Minister Westerterp liet dertig jaar later weten dat op het moment van ingaan de praktische noodzakelijkheid ontbrak omdat de olievoorraden ruim voldoende bleken. Zo diende het doorgaan vooral om de Arabieren tot niet meer maatregelen te inspireren. En het paste volgens Westerterp mooi in de calvinistische zuinigheidsidealen van Den Uyl.

Bron: wikipedia

terug naar voorpagina