• Archief
<B><EM>Oldtimerstory</B></EM> De eerste 30 jaar van 90 jaar Citroën

Oldtimerstory De eerste 30 jaar van 90 jaar Citroën

Het zal niemand zijn ontgaan, Citroën bestaat 90 jaar. Of zoals zo vaak wordt gezegd, het eigenzinnige Citroën bestaat 90 jaar. Want dat is toch wel de rode draad die door de hele geschiedenis van het met Citroën loopt. Dat eigenzinnig niet altijd samengaat met financieel succes blijkt wel uit het feit dat het merk tot twee keer bijna failliet ging. In de jaren dertig was het bandenmerk Michelin de reddende engel, in de jaren zeventig was de inlijving van Citroën bij grote concurrent Peugeot de enige manier om het bankroet af te wenden. In dit artikel de eerste 30 jaar uit de geschiedenis van 90 jaar Citroën.

André CitroënMaar het was bij Citroën niet alleen kommer en kwel. Integendeel. Laat we eens beginnen bij het begin. André Citroën werd op 5 februari 1878 geboren als kind van een Hollandse Joodse diamantair Levie Citroën en de Pools-Joodse Amalie Kleinmann. Toen André Citroën op bezoek was in Polen bij zijn familie, zag hij in een fabriek pijlvormige houten tandwielen. Dit gaf zijn idee om met deze vorm tandwielen te gaan fabriceren. In 1900 krijgt hij in Polen een Russisch patent voor een productiemethode die hem in staat stelt om tandwielen met een V-vormig loopvlak te produceren. Deze bijzondere vorm komt later terug als de “dubbele chevron” in het Citroën logo. In 1905 begint André Citroën een tandwielfabriek.

Citroën B10Al snel gaat hij op zoek naar nieuwe uitdagingen en in 1908 helpt hij het slecht renderende automerk Mors er weer bovenop met managementadviezen. In 1915 start hij een munitiefabriek gebaseerd op de lopende band techniek overgenomen na een bezoek aan Amerika en Henry Ford. Tijdens de Eerste Wereldoorlog produceert deze fabriek meer dan 23 miljoen granaten. Uit dit succes betrekt Citroën het benodigde startkapitaal om een automobielfabriek te beginnen. Wederom wordt als voorbeeld de productiemethode van Henry Ford gebruikt. Daarmee werd André Citroen de man die massaproductie van auto’s naar Europa bracht. De eerste Citroën die in 1919 van de lopende band kwam was kwam het Type A. De auto werd tegen scherpe prijzen aangeboden en bleek bovendien zeer zuinig en betrouwbaar. De basis was gelegd. Al snel volgt een verbeterde versie die als Type B wordt aangeboden. Een volgende mijlpaal wordt in 1924 geplaatst als Citroën met de B10 met een volledig metalen carrosserie komt. In de periode tot 1930 komt Citroën steeds met verbeterde en luxere versies op de markt met als hoogtepunten de grote en luxueuze C4 en C6 en modellen.

Citroën Croisiere JauneOm zijn auto’s te promoten organiseert Citroën wereldreizen per auto, zoals de “Croisiere Noir” door Afrika en de “Croisiere Jaune” door China. Citroën regelt de bewegwijzering in Frankrijk, stelt buslijnen in met Citroën bussen, verzorgt autoverzekeringen, introduceert bedrijfsmaatschappelijk werk, bedrijfsmedische dienst, de kindercrèche op het werk en zwangerschapsverlof en zorgt bovendien voor een dicht en trouw distributienetwerk. In vele opzichten leek André Citroën daarmee op zijn Amerikaanse tegenhanger Henry Ford.

Maar André Citroën wil meer, hij wil na de introductie van de lopende band opnieuw met een radicale wijziging komen en opnieuw een voorsprong op de markt nemen. De nieuwe auto, de Traction Avant, moet deze zware taak op zich nemen. In 1933 nam hij de autoconstructeur André Lefèbvre in dienst die een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de nieuwe auto zou krijgen. De Citroën Traction Avant is bij de introductie in 1934 zijn tijd behoorlijk vooruit. Zoals de naam al aangeeft is de Traction Avant uitgerust met voorwielaandrijving. Citroën Traction AvantDaarmee wordt de Traction Avant de eerste in serie gebouwde voorwiel aangedreven auto in de wereld. Verder is de carrosserie zelfdragend, zorgt de zwevende ophanging van de motor met rubberen stootblokken voor minder motortrillingen, en zorg de onafhankelijke wielophanging t voor een grote toename van het rijcomfort. De motor is speciaal voor de Traction Avant ontworpen en is voor die tijd zeer modern, met onder andere kopkleppen en natte, verwisselbare, cilinderbussen. Het uiterlijk van de Traction Avant werd ontworpen door Flaminio Bertoni. Toch brengt de Traction Avant André Citroën niet de voorspoed die hij had verwacht. De ontwikkeling van de Traction Avant en de ombouw van de complete fabriek voor de productie van de auto hebben zoveel geld gekost dat Michelin uitkomst moet brengen. De familie Michelin neemt in 1934 de leiding van het bedrijf over en André Citroën blijft berooid achter. Op 3 juli 1935 om 9 uur overlijdt de straatarme André Citroën aan de gevolgen van maagkanker.

Toch blijkt dat André Citroën weer gelijk had, de Traction Avant wordt na een wat aarzelende start een groot succes. De eerste Traction Avants kenden talloze ernstige kinderziekten, die door de fabriek plichtsgetrouw werden aangepakt en opgelost. De oorspronkelijke bedoeling was, de Traction Avant te voorzien van een automatische transmissie. Deze automaat kreeg echter al heel snel de bijnaam ‘Friteuse’ omdat die de olie steeds aan de kook bracht. Voor de productieversie besloten de ingenieurs van Citroën tot een noodgreep en er werd in een tijd van ongeveer drie weken een handgeschakelde drieversnellingsbak in elkaar geflanst, maar die moest wel in het huis van de automaat passen, zodat Citroën het niet zou merken. Deze versnellingsbak zou tot het einde van de productie een van de zwakste schakels van de Traction Avant blijven.

Prototype 1936 Citroën 2CV De Traction Avant was bedoeld voor het brede publiek. Naast het standaard vierdeurs koetswerk (‘Légère’) verschenen al snel modelvarianten als de bredere en grotere vierdeurs ‘Normale’, de ‘Roadster’, de ‘Faux Cabriolet’ (coupé) en de langere ‘Familiale’ met zes zijruiten en klapstoeltjes (‘strapontins’) tussen de voorstoelen en de achterbank. Als varianten van de Familiale waren een ‘Commerciale’ met grote achterklep en een ‘Limousine’ zonder klapstoeltjes leverbaar.
In 1935 begon Lefèbvre samen met Flaminio Bertoni aan een nieuw project. De opvolger van André Citroën, Pierre-Jules Boulanger zag markt voor een tegenpool van de grote Traction Avant. Het eerste prototype werd in 1936 gebouwd vanuit de opdracht een auto te ontwerpen waarmee een boer een mand eieren naar de markt kon brengen zonder dat er een brak. Bijzonderheden waren het linnen dak en de uitneembare banken voor een picknick in de berm van de weg. De 2CV had het daglicht gezien. Toch zou het door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nog tot 1949 duren voor de 2CV daadwerkelijk op de markt gebracht kon worden.

In 1938 werd de 15-Six geïntroduceerd. Deze was voorzien van een 2867 cc zescilinder motor. De 15 was beschikbaar als ‘Berline’ (zelfde afmetingen als de Normale) en als Familiale, respectievelijk Limousine. Kort tijd daarna wordt als gevolg van de oorlog de productie bijna stilgelegd en in 1943 en 1944 kwam de productie helemaal stil te liggen. Tijdens de oorlog werd de ontwikkeling van 2CV nog wel in het geheim voortgezet.

In juni 1945 begint Citroën weer auto’s te bouwen. en op toont op 6 oktober 1948 op de Parijse Salon de 2 CV voor het eerst in het openbaar.

terug naar voorpagina