• Archief
<B><EM>OldtimerStory</B></EM> Veertig jaar Citroën SM

OldtimerStory Veertig jaar Citroën SM

De nog steeds zeer bijzondere Citroën SM viert dit jaar haar 40-ste verjaardag. Reden voor OldtimerNieuws om “Sa Majesté” in de schijnwerpers te zetten. In 1961 gaat bij Citroën ‘Project S’ van start, met als doel op basis van de DS een sportauto te ontwikkelen. De nieuwe auto moet in ieder geval een topsnelheid boven de 180 kilometer per uur hebben en uiterlijk en technisch nog vooruitstrevender zijn dan de DS al was. De DS bood een perfecte basis voor de ontwikkeling van een sportmodel, maar de viercilinder motor van de DS (eigenlijk Traction Avant) was natuurlijk geen basis voor een sportauto. In 1963 legt Citroën dan ook contact met Maserati om te komen tot een geheel nieuwe motor voor de SM, zoals de auto later gaat heten. In 1968 neemt Citroën het in moeilijkheden gekomen Maserati over en komt de ontwikkeling van de nieuwe motor in een stroomversnelling.

Citroën SM In 1970 kan Citroën met een nieuwe primeur komen, 15 jaar nadat de DS voor grote verbazing had gezorgd. Het grote publiek maakte kennis met de SM op de Autosalon van Genève in maart 1970. De nieuw Citroën SM, volgens sommigen staat de afkorting voor Sa Majesté, was klaar voor productie. De SM was uitgerust met een V6 motor die was ontwikkeld door Maserati en die afhankelijk van de uitvoering een cilinderinhoud van 2,7 of 3 liter had. De laatste versie was speciaal voor de Amerikaanse markt ontwikkeld waarvoor ook een automatische versnellingsbak beschikbaar werd. Dit alles gaf de SM een topsnelheid van 228 kilometer per uur. Michelin ontwikkelde speciaal voor de SM banden van de XWX serie uit de XVR serie, de beste VR band die er op dat moment op de markt was,om een bijpassende wegligging te realiseren. Toch was de SM veel meer een Gran Tursimo dan een sportwagen pur sang.

Citroën SMNaast de al bekende hydraulische features uit de DS, die voor de SM verder waren verfijnd en aangepast, kreeg de SM de nieuwe Diravi stuurbekrachtiging mee. Deze stuurbekrachtiging maakte ook onderdeel uit van het hydraulische systeem en bood een snelheidsvariabele bekrachtiging. De bekrachtiging was variabel van een maximale bekrachtiging bij stilstand tot geen bekrachtiging bij 199 kilometer per uur. Een ander kenmerk van de Diravi-bekrachtiging was het automatisch terugkomen in de rechtuitstand, een kenmerk dat veel gewenning vroeg. Voor de SM werd al geëxperimenteerd met een actieve vering die carrosserierol om de lengteas moest opheffen. Dat systeem kwam er uiteindelijk niet, maar de hydrauliekpomp met vergrote capaciteit van de SM was er waarschijnlijk voor bedoeld. Het zou nog tot 1989 duren voordat de actieve vering er daadwerkelijk kwam toen de Citroën XM werd uitgebracht.

Citroën SM met Amerikaanse neusUiterlijk had de SM net als de DS een sterke stroomlijn die nog verder was doorgevoerd. De vormgeving van de SM was in handen van stylingchef Robert Opron. De voor de DS kenmerkende druppelvorm was behouden gebleven, hetzij in een wat afgezwakte vorm. Door de grotere motor was de motorkap fors langer uitgevallen wat in de praktijk betekende dat de interieurruimte zoveel korter werd dat de SM een tweepersoonsauto was geworden. Opvallend waren de zeskoplampen die achter een glazenfront waren aangebracht. Net als bij de duurdere modellen van de DS kreeg de SM meedraaiende verstralers. Kopers op de Amerikaanse markt moesten het echter zonder meedraaiende koplampen doen. Als gevolg van de Amerikaanse wetgeving werden de SM’s in de VS uitgerust met een aangepast neus met een viertal ronde, vast gemonteerde, koplampen.

Johan Cruijf bji zijn Citroën SMNog sterker dan de DS was de SM een complexe auto, behalve een Citroën-monteur voor het onderhoud aan de hydrauliek en de auto in het algemeen, was er eigenlijk een Maserati-monteur nodig voor het onderhoud aan de motor. Deze zeldzame combinatie was in de dagelijkse praktijk natuurlijk niet voorhanden wat de SM geen goede reputatie opleverde. Bovendien was de auto niet vrij van (constructie) fouten zoals de zwakke koppakkingen en de aandrijving van de hogedrukpomp en aircopomp die zorgde voor het verlopen van de distributietiming. Daarnaast begaf Citroën zich met de SM op een compleet nieuwe markt, wat moest een Citroën-dealer doen met een op een SM ingeruilde Jaguar of Porsche? De verkopen vielen dan ook tegen. Citroën probeerde nog door publiciteitsstunts de SM opnieuw onder de aandacht te brengen. Zo kreeg Johan Cruijff van Citroën een SM ter beschikking. Die beviel hem overigens wel, later kocht hij er zelf een. Maar dit alles mocht niet baten, toen de oliecrisis zich in 1973 aandiende was het lot van de SM bezegeld. Citroën trok zich terug van de Amerikaanse markt nadat hier slechts 2000 exemplaren van de SM waren verkocht. Het Citroën-concern was inmiddels in zwaar weer gekomen en in 1975 viel het doek. In vijf jaar vonden slechts 12.854 exemplaren van deze zeer bijzondere auto hun weg naar een koper.

terug naar voorpagina