• Archief
Geschiedenis kentekenplaten in Nederland

Geschiedenis kentekenplaten in Nederland

Twee jaar nadat de eerste auto in Nederland op de weg verscheen, werden de eerste kentekenplaten (die toen nog rijvergunningen heetten) in 1898 op een aantal auto’s gemonteerd. Daarmee was Nederland het eerste land in de wereld dat een nationaal nummerbord introduceerde. De kentekenplaat werd toen nog een rijvergunning genoemd. De vergunningen werden genummerd vanaf het cijfer 1, waarbij 11 (gekkengetal) werd overgeslagen. Dit systeem werd gebruikt tot 1906, inmiddels was men bij nummer 2065 aangekomen.

Van 1906 wordt een rijbewijs verplicht en krijgen de auto’s een nummerbewijs gekoppeld aan de provincie waarin de auto was geregistreerd. De nummerbewijzen waren niet auto, maar persoonsgebonden. In 1951 volgt opnieuw een belangrijke wijziging als het huidige kentekensysteem wordt ingevoerd. De bekende blauwe platen kregen combinatie van letters en cijfers die in het wit op de platen werden gezet. Vanaf dat moment is de kentekenplaat gebonden aan de auto. De eerste kentekencombinatie in Nederland is ND-00-01.

In 1976 volgt er opnieuw een wijziging, de kenmerkende blauwe platen worden vervangen door gele platen. Tot 1 januari 1978 blijven blauwe platen echter toegestaan. Met enige regelmaat zien we oldtimer voorbij komen met blauwe nummerplaten en “nieuw” kenteken. Dat ziet er niet alleen wat vreemd uit, het is ook nog eens verboden. Het kan tot een boete leiden en bovendien afkeur bij de APK. Maar wanneer mag er nu eigenlijk wel en wanneer mag er nu eigenlijk niet een blauwe nummerplaat op de oldtimer zitten?

Oldtimers met een datum van (eerste) toelating voor 1 januari 1978 mogen de (donker)blauwe nummerplaat met witte letters pp de auto hebben. Voordat de blauwe nummerplaat wordt afgegeven, wordt gecontroleerd of op het voertuigbewijs een datum van toelating van voor 1 januari 1978 vermeld staat en het nummerplaat bestaat uit een combinatie van 4 cijfers en 2 letters. Als aan alle eisen is voldaan mag een ongelimiteerd aantal platen gekocht worden. Blauwe nummerplaten zijn voorzien van een keurmerk bestaande uit de Nederlandse leeuw en de tekst ‘RKM’. Het keurmerk, en met name het volgnummer, moet duidelijk herkenbaar blijven, want aan de hand van dit volgnummer kan de maker van het nummerplaat achterhaald worden.

Voor geimporteerde oldtimers kan bij de RDW een ‘ouderwets’ nummerplaat worden aangevraagd, mits de datum eerste toelating voor automobielen voor 1978 en voor motorrijwielen/bedrijfsvoertuigen voor 1973 ligt. Deze regeling is een aanvulling op de al langer bestaande mogelijkheid om historische voertuigen, die door het verlies van kentekenpapieren een recente nummerplaat bezitten, weer van het oorspronkelijke nummerplaat te voorzien.

Voertuigen die vanwege hun historische waarde door liefhebbers in Nederland zijn geimporteerd, krijgen van de RDW bij registratie een ‘klassiek’ nummerplaat uitgereikt. In overleg met de Federatie van Historische Automobielclubs (FEHAC) heeft de RDW enkele speciale series ‘ouderwetse’ kentekens ter beschikking gesteld met name voor geimporteerde klassiekers. Oldtimer auto’s van voor 1 januari 1978 krijgen bij de kentekenregistratie na invoer automatisch een ‘ouderwets’ nummerplaat . Bedrijfsvoertuigen krijgen na invoer bij kentekenregistratie een nummerbord uit de serie BE-00-00 en motorrijwielen een nummerbord uit de serie ZF-00-00. Voertuigen die voor die tijd zijn ingevoerd kunnen nu alsnog in aanmerking komen voor deze series ‘ouderwetse nummerborden’, mits de datum eerste toelating voor automobielen voor 1 januari 1978. RDW gaat bij het vaststellen van de datum uit van de datum eerste toelating, de datum waarop de oldtimer (waar dan ook ter wereld) voor het eerst werd geregistreerd. Indien deze niet aangetoond kan worden, maar wel het bouwjaar, gaat de RDW uit van het bouwjaar en wordt als dag en maand 30 juni aangehouden.

terug naar voorpagina