• Archief
Oppassen met nieuwe E10 benzine in oldtimer

Oppassen met nieuwe E10 benzine in oldtimer

by OldtimerNieuws

Al eerder maakten we bij OldtimerNieuws melding dat de ‘nieuwerwetse’ benzine steeds slechter te gebruiken is in oldtimers. Motoren en het brandstofsysteem dateren nog uit een tijd dat gelode benzine de maatstaf was. Na het verdwijnen van het lood uit de benzine is de benzine steeds verder aangepast en ‘milieuvriendelijker’ gemaakt. Voor moderne auto’s geen probleem, de motoren en brandstofsystemen zijn afgestemd op de nieuwe benzinesamenstelling, waarbij de toevoeging van ethanol voor oldtimers de meest vervelende is. Op dit moment wordt er in Nederland 5% bio-ethanol aan de benzine toegevoegd. In Frankrijk echter is sinds vorig jaar ook benzine met 10% ethanol op de markt. Deze wordt onder de naam of met de toevoeging E10 in de naam verkocht. Ook in Duitsland wordt sinds deze maand E10 op een steeds groter schaal bij de pomp verkrijgbaar.

Wanneer E10 in een oldtimer wordt getankt is de kans groot dat er in eerste instantie weinig aan de hand is. Echter de ethanol in de benzine tast brandstofleidingen en pakkingen aan met lekkage en het eerste geval brand als gevolg. Ook eventuele schade aan kleppen en klepzetels sluiten experts niet uit. Ethanol is niet alleen agressiever dan benzine, het veroorzaakt ook eerder corrosie en het bezit geen enkele smerende werking.

In Frankrijk is Euro 95 inmiddels al bijna niet meer verkrijgbaar en bij de meeste pompen vervangen door SP95-E10 (Euro 95 met 10% Ethanol). Duitsland is nu het volgende land dat aan de beurt is. Maar ook Nederland zal moeten volgen. In Europees verband is afgesproken dat er in 2013 een extra soort aan de pomp verkrijgbaar moet zijn. Omdat de meeste tankstation maar over een beperkt aantal pompen/tanks beschikt ligt het voor de hand om de Euro 95 met 5% bio-ethanol te vervangen voor Euro 95 met 10 bio-ethanol. Een alternatief voor oldtimerbezitters kan een duurdere een premium brandstof zijn zoals V-Power van Shell of BP Ultimate.

Forse stijging APK-bekeuringen in 2010 – tips om een boete in 2011 te voorkomen

Forse stijging APK-bekeuringen in 2010 – tips om een boete in 2011 te voorkomen

by OldtimerNieuws

Het afgelopen jaar is het aantal APK-boetes dat door de CJIB werd verstuurd enorm toegenomen. Waren er in 2009 nog 340.000 eigenaren die een bekeuring kregen voor een vervallen APK, in 2010 waren er dat maar liefst 410.000. De politie was in de meeste gevallen hier niet bij betrokken, de boetes werden meestal opgelegd omdat uit het register van de RDW bleek dat een voertuig niet APK-gekeurd was. Dat leverde de staat 37 miljoen euro aan boetes op. Leuk voor de staat. Maar hoe kan een APK-boete worden verkomen?

Als eerste natuurlijk door je oldtimer op tijd te laten keuren. Let daarbij goed op dat de keuringsfrequentie van 1x keuren per 2 jaar pas geldt vanaf de dag dat een oldtimer 30 jaar oud is. En dus niet in het jaar dat de oldtimer 30 jaar oud wordt. Goed om rekening mee te houden. Daarnaast geldt de vrijstelling van de APK-keuring slechts voor oldtimers van voor 1 januari 1960. De RDW stuurt als service een herinnering twee maanden voor de vervaldatum. Gooi die niet meteen weg, maar plan meteen een afspraak voor een APK in.

Vergeet niet een schorsing van een oldtimer tijdig te verlengen, standaard is een schorsing slechts 1 jaar geldig. Na dit jaar stuurt de CJIB automatisch een bekeuring als blijkt dat er geen APK op de oldtimer zit. De RDW komt de oldtimerbezitters hierbij wel tegemoet doordat het tegenwoordig mogelijk is om een schorsing online te verlengen. Ook een schorsing aanvragen kan online.

Bij de meeste oldtimereigenaren is het wel bekend, maar toch goed om nog even te noemen. Een auto mag tot twee maanden voor de vervaldatum worden gekeurd waarbij de nieuwe vervaltermijn pas in gaat op de datum waarop de APK oorspronkelijk zou vervallen. Dus een auto die op 15 april weer gekeurd moet worden mag op 16 februari worden afgemeld waarbij de nieuwe vervaldatum weer 15 april wordt.

Zorg ervoor dat de APK-vervaldatum van de oldtimer zoveel mogelijk in het “rij seizoen” valt. Zo wordt voorkomen dat een APK-keuring moet worden afgezegd omdat er bijvoorbeeld sneeuw of veel zout op de weg ligt.

Plan een APK-keuring zo in dat er nog tijd is om eventuele reparaties te doen, zeker bij oldtimers waarvoor de onderdelenvoorziening slecht is.

Let er als laatste op dat de meeste verzekeringen niet geldig zijn als de APK is verlopen of een oldtimer is geschorst. Dus “even met je oldtimer naar een (club)evenement, moet toch kunnen”, kan heel vervelend uitpakken.

Off
ADAC helpt oldtimerbezitters op weg

ADAC helpt oldtimerbezitters op weg

by OldtimerNieuws

De Duitse tegenhanger van de ANWB, de ADAC heeft het goed voor met oldtimers. Speciaal voor ADAC-leden die een oldtimer of youngtimer bezitten brengt de ADAC sinds 2004 een boekje uit met de titel “ADAC Oldtimer-Ratgeber”. Nu horen wij u al denken, dat is leuk voor de leden van de ADAC. Dat is inderdaad zo, maar omdat de ADAC de nieuwste versie ook online heeft gezet is het ook toegankelijk voor Nederlandse oldtimerbezitters. Het (Duitstalige) boekje staat bomvol met tips en trucs voor oldtimerbezitters, varierend van aankooptips tot reistips.

Het boekje is hier te vinden:

Off
Tips om uw oldtimer winterklaar te maken: benzine

Tips om uw oldtimer winterklaar te maken: benzine

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. In een korte serie artikelen geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Deze keer de benzine.

Na een langere periode stilstand wil je oldtimer niet meer starten. Ook bij de redactie van OldtimerNieuws is het al een aantal keren voorgekomen dat een oldtimer na een periode van stilstand, een half jaar of meer, niet meer wilde starten. Uiteindelijk bleek de oorzaak verouderde benzine. De oldtimer was keurig met een volle tank weggezet, dus simpelweg er even wat nieuwe benzine aan toevoegen was niet aan de orde. Dus, hele brandstofsysteem leeghalen, schoonmaken en nieuwe benzine erin.

Moderne benzine bestaat uit verschillende componenten die niet even snel verdampen. Benzine bevat allerlei stoffen, sommige met een kookpunt van 50 graden of daar omtrent, andere pas bij 100 graden. Wanneer benzine in een benzinetank wordt bewaard, die altijd een ontluchtingsvoorziening heeft om vacuümtrekken tijdens het rijden te voorkomen, verdampen de vluchtige componenten eerder en blijft de zwaardere fractie achter. De samenstelling verandert daardoor en de benzine wordt minder vluchtig. Deze benzine zal minder gemakkelijk ontbranden en zorgt voor de startproblemen. Bijkomend probleem is nog dat er vaste delen, vlokken of schilfers, kunnen ontstaan die voor verstoppingen in het systeem zorgen.

Op zoek naar een oplossing om het verouderen van benzine tegen te gaan stuiten we op twee bekende fabrikanten van additieven, Wynn’s en Bardahl, die allebei een zogenaamde “fuel stabilizer” leveren. Het belangrijkste wat deze additieven doen is voorkomen dat de vluchtige delen van de benzine te snel verdampen. Daarnaast zorgen ze ervoor dat er geen vocht (condens) in de tank komt waardoor roestvorming wordt voorkomen. Aanbevolen wordt om alvorens de oldtimer te stallen de motor nog even te laten draaien met het additief al in de tank waardoor ook de benzineleiding en de carburateur profiteren van de bescherming. Overigens is een dergelijke “fuel stabilizer” ook voor oldtimers op LPG die maar sporadisch op benzine worden gebruikt een uitkomst.

Off
Tips om uw oldtimer winterklaar te maken: de carrosserie

Tips om uw oldtimer winterklaar te maken: de carrosserie

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. In een korte serie artikelen geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Deze keer de carrosserie.

Als de eerste vandaag aandacht voor de carrosserie. Om te beginnen de bodem en de wielkasten grondig schoonspuiten. Een hogedrukreiniger kan handig zijn, bedenk wel dat de hoge waterdruk er ook voor kan zorgen dat er water binnendringt op plaatsen waar we het niet willen hebben. Bijvoorbeeld in stuurkogels of lagers. Wees voorzichtig. Daarna de auto goed wassen, zodat eventueel vuil geen winter de kans krijgt de lak te beschadigen. Zorg er nu voor dat de auto weer goed droog wordt, door er bijvoorbeeld een flink stuk mee te rijden, daarover verderop nog meer. Verchroomde onderdelen kunnen worden voorzien van een lage zuurvrije vaseline. Ook deur– en kofferbakrubbers kunnen een lage zuurvrije vaseline waarderen. Dit voorkomt vast plakken met als gevolg gescheurde rubbers in het voorjaar.

Maak voor de oldtimer de stalling in gaat nog een laatste rit op een mooie droge dag. Dit zorgt er voor dat de auto helemaal droog de stalling in gaat. Niet alleen de carrosserie is na een ritje van 40 tot 60 kilometer lekker droog, ook de motor en de uitlaat zijn vrij van condens. Bovendien is de accu nu ook goed bijgeladen. Parkeer de auto meteen na de rit in de stalling en start de motor niet meer.

Wanneer de oldtimer eenmaal is gestald, zorg er dan voor dat het interieur kan luchten. Doe dit door de ramen een beetje open te zetten, bijvoorbeeld de tochtraampjes. Zet de auto niet op de handrem om vastzitten te voorkomen. Ga gedurende de winter een paar keer in de auto zitten en trap een paar keer op de rem en de koppeling, zo houdt u alles gangbaar. Kijk meteen even goed in de auto om er zeker van te zijn dat er bijvoorbeeld geen familie “muis” zich in de auto heeft genesteld.

Tenslotte zorgt een, goed ventilerende (!), autohoes ervoor dat uw oldtimer in het voorjaar weer schoon naar buiten gereden kan worden.

Off
Tips om uw oldtimer winterklaar te maken: het koelsysteem

Tips om uw oldtimer winterklaar te maken: het koelsysteem

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. In een korte serie artikelen geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Deze keer het koelsysteem.

Het is wat tegenstrijdig, maar een koelsysteem heeft ook in de winter aandacht nodig. De koelsystemen van onze oldtimers zijn in drie partijen in te delen, een ‘open’ vloeistof gekoeld systeem, een gesloten vloeistof gekoeld systeem en een luchtgekoeld systeem. De mensen met een luchtgekoelde oldtimer mogen dit stukje overslaan. Wanneer er een expansievat aanwezig is voor het koelsysteem, spreken we van een gesloten systeem. In deze systemen wordt in 99,9% van de gevallen gebruik gemaakt van kant-en-klare koelvloeistof. Koelvloeistof gaat lang mee, eventueel bijvullen gebeurt altijd met kant-en-klare koelvloeistof, water bijmengen is niet toegestaan. De vorstbestendigheid van de koelvloeistof gaat meestal tot ongeveer -25 º C. Wanneer koelvloeistof regelmatig wordt ververst, om de twee a drie jaar, is het koelsysteem winterhard. Bij een open koelsysteem wordt gebruik gemaakt van water vermengd met antivries. Antivries zorgt ervoor dat het water in koelsysteem niet bevriest én dat in de zomer het kookpunt van water iets wordt verlegd. Een ander belangrijke eigenschap van antivries is dat het voorkomt dat het koelsysteem verstopt raakt door kalk– en roestaanslag. Vaak wordt echter in zomer bijgevuld met alleen water of wordt er na reparatie bij gebrek aan antivries alleen water in het systeem gedaan. Dat vraagt natuurlijk om problemen in de winter. Om uit te vinden of het koelwater in het systeem de motor voldoende beschermd, kun je bij de garage de beschermingsgraad laten controleren. Met behulp van eenvoudig meetapparaat kun je dat ook zelf doen. Een laatste mogelijkheid is natuurlijk het aftappen van het systeem. Nadeel van deze methode is dat een “droog” koelsysteem corrosie in de hand werkt.

Vergeet niet het ruitensproeier reservoir te vullen met ruitensproeier antivries of spiritus. Na het bijvullen even de ruitensproeier laten werken, dan zijn ook de pomp en de leidingen beschermd tegen vorst.

Off
Tips om uw oldtimer winterklaar te maken: benzine en olie

Tips om uw oldtimer winterklaar te maken: benzine en olie

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. In een korte serie artikelen geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Vandaag de benzinetank en de motorolie.

Gooi voor het wegzetten van de auto de benzinetank tot de nok toe vol. Daar waar benzine zit kan geen roest ontstaan. Misschien is de benzine volgend jaar nog veel duurder geworden, in dat geval zijn de eerste kilometers in 2011 ook nog eens ‘voordelig’….

Motorolie verzuurt door het gebruik. Dit zorgt voor corrosie en aantasting van bijvoorbeeld lagers in de motor tijdens de maanden dat de oldtimer stilstaat. Tevens komt er door condens water in het motorblok dat zich vermengt met de olie. In ergste geval kan door het vocht in de olie de zaak bevriezen met alle gevolgen van dien. Alle reden dus om voor de winterstalling de olie te verversen. Bij het olie verversen hoort natuurlijk ook een nieuw oliefilter.

Off
Tips om uw oldtimer winterklaar te maken: de accu

Tips om uw oldtimer winterklaar te maken: de accu

by OldtimerNieuws

Het is (helaas) al weer tijd om aan de winter te denken. De meeste oldtimerliefhebbers gunnen hun oldtimers in de winter een rustperiode. Ze mijden de koude en de pekel. Het alleen in de garage parkeren is echter niet voldoende om in het voorjaar zonder problemen weer met de oldtimer te kunnen rijden. In een korte serie artikelen geeft OldtimerNieuws een aantal tips om de oldtimer goed de winter door te helpen. Deze keer de accu. Wat veel mensen zich niet realiseren is dat stilstand bij een oldtimer ook achteruitgang kan beteken. Dit geldt zeker voor de accu in de oldtimer.

Normaal gesproken wordt een accu tijdens het rijden door de dynamo geladen met een laadspanning die ligt tussen de 13,8 en de 14,1 volt. Maar de accu wordt al rijdend niet alleen geladen maar ook ontladen. Tijdens het rijden is in feite constant sprake van laad- en ontlaadcycli en daar is de autoaccu heel blij mee. Dat houdt hem namelijk in conditie.

Wanneer in de winterperiode de oldtimer stilstaat, is er geen sprake meer van laden of ontladen op de manier zoals die normaal gesproken tijdens het rijden plaatsvindt. Wel loopt de autoaccu door zelfontlading heel langzaam leeg. Wanneer bij de eerste mooie lentedag de oldtimer weer gestart kan worden is de accu leeg of erger nog, kapot. Een grotere frustratie is er niet te bedenken? Maar een accu een winter lang aan de acculader zetten is vragen om problemen. Vroeger werd er ook wel eens gedacht dat het goed was om een accu die lange tijd niet werd gebruikt, te ontladen met een verbruiker om hem daarna weer op te laden. Maar dit wordt tegenwoordig sterk afgeraden. De accu slijt er alleen maar van.

Om er voor te zorgen dat de oldtimer ook de eerste mooie dag van het jaar wil starten is de zogenaamde onderhoudlader of druppellader op de markt gebracht. Deze laders bootsen de voortdurende laad- en ontlaadcycli die accu normaal tijdens het rijden gewend is na. Het resultaat is altijd een volle accu en een accu die bovendien langer meegaat.

Elke zichzelf respecterende automaterialenzaak heeft wel een paar goede onderhoudsladers in het programma. Vergeet natuurlijk niet de gebruiksaanwijzing van de onderhoudlader goed door te lezen, er zijn namelijk verschillende soorten met elk een eigen gebruikswijze in de handel. De aanschaf verdient zich snel terug als de accu na de winter niet vervangen hoeft te worden. Of uw humeur op de eerst mooie lentedag niet wordt bedorven door een lege accu…

Off
Elektrische stuurbekrachtiging voor uw oldtimer

Elektrische stuurbekrachtiging voor uw oldtimer

by OldtimerNieuws

Tegenwoordig zijn zelfs de kleinste auto’s standaard uitgerust met stuurbekrachtiging. Menig oldtimer moet het echter zonder doen. Veel oldtimerbezitters zal het bekend voorkomen dat een ritje in de oldtimer door gewenning aan de stuurbekrachtiging van de ‘dagelijkse auto’ bij de eerste bocht vaak iets anders verloopt dan gewenst. Ook het parkeren van de, uiteraard glimmende, oldtimer pal voor een zonnig terras laat het voorhoofd weleens even hard glimmen van zweet als uw oldtimer.

Het zou toch mooi zijn als dit verholpen kan worden zonder het karakter van de oldtimer geweld aan te doen. Goed nieuws, er is nu een oplossing: een elektrische stuurbekrachtiging die geheel verborgen onder het dashboard wordt ingebouwd.

Het originele stuurhuis wordt behouden en dus ook de standaard stuuroverbrenging. Doordat het elektrische systeem werkt is de bekrachtiging snelheidsafhankelijk en stuurt deze licht bij lage snelheid en zwaarder bij hoge snelheden. De mate van bekrachtiging is in te stellen, iedereen kan het stuurgevoel afstellen zoals hij/zij dit zelf wilt (bijvoorbeeld meer assistentie bij brede banden en/of sportstuur). Bij hydraulische systemen is er vaak weinig stuurgevoel en geen mogelijkheid om dit bij te stellen.

Bij de inbouw wordt alleen gebruik gemaakt van originele bevestigingspunten, er hoeft niets aan de auto gelast of geboord te worden waardoor deze te allen tijde terug gebracht kan worden naar zijn originele staat. Onder de motorkap is er geen enkele wijziging te zien, alles blijft origineel. De voordelen van een elektrisch systeem ten opzichte van een hydraulisch systeem zijn talrijk. De elektrische motor gebruikt alleen stroom wanneer er stuurbekrachtiging benodigd is terwijl de hydraulische pomp continu wordt aangedreven. Deze verbruikt gemiddeld 3 á 4 pk en veroorzaakt dus ook extra verbruik, zelfs bij rechtuit rijden.

In het onwaarschijnlijke geval dat de elektrische motor een storing heeft zal de auto exact zo sturen als voorheen zonder stuurbekrachtiging. Bij uitval van de pomp van een hydraulisch systeem zal de auto zéér zwaar sturen.

De elektrische bekrachtiging wordt op de markt gebracht door EZ Electric Power Steering, die ook het inbouwen voor u kan verzorgen. Inmiddels is de bekrachtiging al leverbaar voor een grote hoeveelheid oldtimers, van Alfa Romeo tot Volvo.

Meer informatie is te vinden op: www.ezpowersteering.nl

Off
<B><EM>OldtimerTechniek</B></EM> Motorolie

OldtimerTechniek Motorolie

by OldtimerNieuws

Een goede (kwaliteits)motorolie is essentieel voor onze oldtimers. Met het nieuwe oldtimerseizoen voor de deur deze keer wat meer informatie over motorolie.

De smering
De levensduur van de motor wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de smering. Motorolie heeft volgende functies:
• de wrijving tussen de onderdelen zo minimaal mogelijk te maken zodat er zo weinig mogelijk energie omgezet wordt in nutteloze warmteontwikkeling.
• motorolie zorgt er voor dat er zo weinig mogelijk slijtage gebeurt.
• helpt mee met het koelen van de motor door warmteafvoer.
• reinigt en beschermt het oliecircuit tegen corrosie.
• zorgt voor een goede dichting tussen de cilinderwand en de zuiger zodat een
maximale compressie en rendement behouden blijft.
• zorgt voor een goede werking van alle bewegende onderdelen bij elke bedrijfstemperatuur.

De samenstelling van motorolie
Motorolie bestaat meestal uit een basisolie waaraan meerdere toevoegingen gebeuren volgens het doel waarvoor ze moet dienen.

Als basismotorolie bestaan nu:
• minerale olie gewonnen uit aardolie
• synthetische olie gewonnen uit een chemisch of petrochemisch procédé
• semi-synthetische olie, samengesteld uit een combinatie van minerale en synthetische olie.

Toevoegproducten kunnen extra eigenschappen meegeven:
• de smering bij het starten verbeteren.
• slijtage verminderen.
• schuimvorming van de olie voorkomen.
• corrosie voorkomen en het oliecircuit schoonhouden.
• bezinking of vastzetting van vuildeeltjes voorkomen.

Het oliepeil
De auto heeft in de motor een peilstok, waarmee het oliepeil gemeten kan worden. Soms is er ook een verklikkerlampje of een oliedrukmeter die aangeeft wanneer de oliedruk te laag (oliepeil te laag?) of weggevallen (leiding gesprongen, oliepomp defect, …?) is. Op de peilstok is er altijd een minimum- en een maximumaanduiding. Controleer elke 500 a 1000 km het oliepeil voor een koude start, wanneer de auto een lange tijd op een horizontale weg heeft stilgestaan. Het oliepeil moet zich bevinden tussen de maximum en het minimum aanduiding. Wanneer het oliepeil te laag is, bijvullen tot het maximumpeil benaderd wordt. Voor het controleren moet je telkens wat wachten zodat de bijgegoten olie naar beneden kan lopen. Vul het oliepeil nooit hoger aan dan het maximum: dit kan motorschade veroorzaken! Vul alleen bij met eenzelfde soort olie( zie etiket ; dit is daarom niet hetzelfde ”merk”). Kijk in het instructieboekje hoeveel liter verschil er is tussen de minimummarkering en de maximummarkering, zodat je bij het meten een idee krijgt over de grootte orde van het eventuele olieverbruik en over wat er eventueel moet bijgegoten worden.

Olieverbruik
Een goede motor verbruikt altijd iets olie: tot een halve liter per 500 km kan nog als ”normaal” beschouwd worden voor een oldtimer. Een nieuwe motor verbruikt meer olie dan wanneer de motor ingelopen is (na +- 10 000 km). Een hoger verbruik duidt op een versleten motor, verkeerde afstelling, kleppen vervuild of met slechte sluiting, overbelasting, een defect, de verkeerde olie (of een verkeerd rijgedrag!) en moet nagekeken worden.

Oliefilter
Door het rijden, wordt de motorolie aangetast door roet, brandstof, metaaldeeltjes, stof, vocht, … Daarom wordt de rondgepompte olie door een oliefilter gebracht die zwevende deeltjes tot +- 10/1000ste mm uitfiltert. Hierdoor blijven de bewegende onderdelen voorzien van een goede smering door zuivere olie. Doordat het oliefilter aan de buitenkant van het motorblok zit, wordt de doorgepompte olie hier enigszins afgekoeld, wat de inwendige mechanische slijtage verder beperkt. Sommige auto’s daarom zelfs voorzien van een extra oliekoeler die vaak voor de radiateur is geplaatst. Het oliefilter is na enige tijd verzadigd en moet vervangen worden. Voor oldtimer is het raadzaam om dat tenminste eenmaal per jaar te doen, of er nu veel weinig kilometers mee worden gereden. Een aantal oldtimers is daarnaast voorzien van een zogenaamd schraapfilter. De hendel van dit filter moet volgens voorschrift elke dag één keer drie of vier slagen maken. Het schraapfilter is een grof filter dat de grootste delen uit de olie filtert. Omdat de moderne oliesoorten goed in staat zijn om vuil zwevend te houden en af te voeren naar het vervangbare fijn filter is de taak van het schraapfilter naar de achtergrond verdwenen.

Eigenschappen olie
Wanneer de temperatuur stijgt, wordt motorolie dunner en dus vloeibaarder. Omgekeerd: bij dalende temperatuur wordt motorolie dikker en dus minder vloeibaar (starten gaat moeilijker). Om de viscositeit of vloeibaarheid van motorolie te kennen, wordt de SAE-specificatie gebruikt (Society of Automotive Engineers): de letters SAE gevolgd door een getal, de letter W, eventueel gevolgd door een tweede getal. Hoe lager het eerste getal (voor de W) hoe dunner de olie blijft bij lage temperaturen (goede start en smering in koude omstandigheden). Hoe hoger het tweede getal (na de W) hoe dikker de olie blijft bij hoge temperaturen (goede smering in warme omstandigheden) ”Monograde of singlegrade olie” is een oliesoort die geschikt is voor ofwel lage ofwel hoge temperaturen, maar niet voor beiden tegelijk. ”Multigrade olie” is een oliesoort die geschikt is voor de aangeduide lage én hoge temperaturen tegelijkertijd.

Enkele voorbeelden:
SAE 5W – 30 is een nieuwe erg dunne motorolie A1/B1 en SJ (energiebesparend) die even goed zou zijn als A3/B3/B4 (gebruikt door vele Amerikaanse merken en Europese Ford, sommige Peugeots en VW-motoren. Opgepast : de olie mag slechts gebruikt worden indien dit uitdrukkelijk is toegestaan door de fabrikant.
SAE 10W – 40 is een multigrade motorolie waarvan de olie goed vloeibaar blijft bij lage temperaturen en voldoende dik bij hoge temperaturen.
SAE 15W is een monograde olie waarvan de olie redelijk vloeibaar blijft bij lage temperaturen en geen garanties biedt bij hoge temperaturen.
SAE 30W is een monograde olie waarvan de olie dik blijft bij hoge temperaturen en geen garanties beidt bij lage temperaturen.
SAE 5W – 40 is een multigrade motorolie waarvan de olie zeer goed vloeibaar blijft bij lage temperaturen en voldoende dik bij hoge temperaturen (geschikt voor de winter en koude streken)
SAE 20W – 50 is een multigrade motorolie waarvan de olie redelijk vloeibaar blijft bij lage temperaturen en goed dik bij hoge temperaturen (geschikt voor de zomer of warme streken). Deze olie wordt in de meeste Russische Klassiekers toegepast.

De kwaliteit van de motorolie aflezen op het etiket
De API-norm (Amerikaans: American Petroleum Institute): deze normen bestaan uit twee letters. De S-klasse (”Sersice station”) is bedoeld voor benzinemotoren. De C-klasse (”commercial vehicles”) is bedoeld voor dieselmotoren. De tweede letter geeft de bedrijfsomstandigheden of het bouwjaar van de motor aan. Soms wordt voor eenzelfde motorolie, meerdere coden aangegeven. Dit betekent dat die olie gebruikt kan worden in beide omstandigheden.

Voorbeelden:
API SD: motorolie voor benzinemotor (S) van 1968 – 1970 die bescherming biedt tegen neerslag bij hoge temperaturen (=detergentie) en bij lage temperaturen (=dispergentie), met bescherming tegen slijtagen en roest
API SE: motorolie voor benzinemotor (S) vanaf 1971. SE-olie mag SC vervangen. Goede weerstand tegen oxydatie en ”cold sludge”.
API SF : motorolie voor benzinemotor (S) van betere kwaliteit dan SE, verhoogde weerstand tegen veroudering en slijtgage.
API SG : motorolie voor benzinemotor (S) vanaf 1989. SG-olie mag SF, CC, SE of SE/CC vervangen. SG presteert beter dan SF olie op gebied van weerstand, bescherming tegen slijtage en weerstand tegen oxydatie
API SH : motorolie voor benzinemotor (S) betere kwaliteit dan SG vooral voor bij gebruik in zwaardere motoren
API SJ : motorolie voor benzinemotor (S) van uitstekende kwaliteit (J)
API CA : motorolie voor dieselmotor (C) die werkt onder lichte omstandigheden (A)
API CB : motorolie voor dieselmotor (C) van redelijke kwaliteit (C)
API CC : motorolie voor dieselmotor (C) van normaal gebruik, sterk detergent en dispergent en beschermen afdoend tegen slijtage en corrosie
API CD : motorolie voor dieselmotor (C) voor zwaar belaste dieselmotoren, snel draaiend en met hoge gemiddeld effectieve drukken geleverd door drukvulling (=turbo), sterk detergent en dispergent en beschermen afdoend tegen slijtage en corrosie
API CE : motorolie voor dieselmotor (C) met zware belasting en turbo, in omloop sinds 1983. Motoren met hoog vemogen en hoog of laag toerental. CE mag voor alle motoren Cd vervangen. Verbeterde eigenschappen inzake olieverbruik, neerslag, slijtage en indikking.
API CF : motorolie voor dieselmotor (C) is idem aan CE met toevoeging van een micro oxydatietest.

CCMC-norm (Europees: Comité des Constructeur d’Automobiles du Marché Commun)
G = gasolin (benzine)
D = diesel

Voorbeelden:
CCMC G 4 (multigrade) is bestemd voor benzinemotoren en vergelijkbaar met SG en overtreft SF (voorheen G 2)
CCMC G 5 (multigrade) hoogste kwaliteit voor benzinemotoren (voorheen G 3) met alle eigenschappen van G 4 en een hogere temperatuursstabiliteit
CCMC D 4 (multigrade) is bestemd voor dieselmotoren en overtreft de CD en CE kwaliteit (voorheen D2)
CCMC D 5 (multigrade) hoogste kwaliteit voor dieselmotoren zoals de klasse SHPD-olie voor bedrijfsvoertuigen(voorheen D3)
CCMC PD2 (multigrade) is bestemd voor dieselmotoren in personenwagens en lichte vrachtwagens met turbodiesel (voorheen PD1)

De ACEA-norm (Europees: Association des Constructeurs Européens Automobiles).
Deze normen zijn ontwikkeld in 1996, de code bestaat uit een letter, getal en jaartal.

De letter duidt aan voor welk soort motor de olie bedoeld is:
A = benzinemotor
B = dieselmotor in personenwagens en lichte vrachtwagens
C = dieselmotor in bedrijfswagens
E = dieselmotor in zware bedrijfswagens

Het getal duidt aan over welke kwaliteit het gaat:
1 = de laagste kwaliteit
2 = de middelste kwaliteit
3 = de hoogte kwaliteit

Het jaartal duidt aan wanneer de aangeduide norm werd vastgelegd:
96 = het jaar 1996 waarin de aangeduide norm werd vastgelegd.

Voorbeelden:
ACEA B3 – 98 is de beste oliekwaliteit bedoeld voor lichte vrachtwagens, gebaseerd op de vastgelegde norm in 1998
ACEA C2 – 96 is de gemiddelde oliekwaliteit bedoeld voor bedrijfswagens, gebaseerd op de vastgelegde norm in 1996
ACEA A1 – 96 is de laagste oliekwaliteit bedoeld voor benzinewagens, gebaseerd op de vastgelegde norm in 1996. Zie ook bij de voorbeelden bij viscositeit (5W-30)

Off
Pagina's:«123